Prehistorische zeevogel was ‘een vliegende bestelbus’

Zo’n 25 à 28 miljoen jaar geleden heeft een vogel geleefd die je een ‘vliegende bestelbus’ kunt noemen, met een spanwijdte van circa 6,4 meter. Hij had grofweg de vorm van een albatros, maar dan uitgerekt. Het fossiel wordt deze week beschreven in het wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences. De vogel kon glijvluchten maken op de thermiek.

De vogel krijgt de naam Pelagornis sandersi. Het fossiel, dat bestaat uit de schedel en grote delen van de rechtervleugel en rechterpoot, was al in 1983 opgegraven en lag in een museum aan de oostkust van de Verenigde Staten. „Het skelet lag daar maar”, vertelt desgevraagd paleontoloog Dan Ksepka die het fossiel beschreef . „Want de curator was gespecialiseerd in fossiele walvissen.”

Alle vogels van het uitgestorven geslacht Pelagornis waren heel groot. Er waren al pelagornissen bekend met een spanwijdte van ruim vijf meter, maar P. sandersi is nog groter. Ze hebben geen levende familieleden. Hun naaste verwanten zijn nu misschien pelikanen, struisvogels of watervogels.

Ksepka berekende aan de hand van het skelet dat Pelagornis sandersi waarschijnlijk niet aanhoudend klapwiekend kon vliegen. Dat kost een grote vogel zo veel kracht, dat hij dan een onwaarschijnlijke spiermassa nodig zou hebben. Zijn lange, smalle vleugels en slanke bouw (hij woog 21 tot 40 kilo) waren wel uitermate geschikt voor snelle glijvluchten: volgens Ksepka haalde hij 38-63 km/uur.

De paleontoloog denkt dat de vogel langs de kusten gleed – opstijgen vanaf land was ‘niet uitgesloten’ – met af en toe een paar vleugelslagen. Misschien hapte hij al vliegend prooien van het zeeoppervlak, of stal hij vis van andere vogels. Klimaat speelde geen rol bij het vliegvermogen van pelagornis, denkt Ksepka. „Het was toen warmer dan nu, maar er leefden ook pelagornissen in het zuidpoolgebied.”