Zwarte Piet kan met pensioen

Heeft de burgemeester van Amsterdam juridisch nog ruimte om de klassieke Zwarte Piet straks feestelijk te verwelkomen? Of is de tijd van de domme zwarte knecht met gouden oorringen, dikke rode lippen, die grappig krompraat, definitief voorbij? Daar lijkt het wel op. In ieder geval is politiek en bestuurlijk de ruimte om de stereotype ‘blackface’ als belangrijkste bijfiguur in het kinderfeest onverminderd te handhaven, nu tot vrijwel nul gereduceerd.

Het oordeel van de Amsterdamse bestuursrechter van donderdag over de intocht van Sinterklaas als inbreuk op het privéleven van zwarte burgers hakte er nogal in. Dat zat niet zozeer in de erkenning van het koloniale karakter van de zwarte knecht. Dat voelde iedereen inmiddels wel aan. Maar het zat vooral in de vaststelling dat de discriminerende effecten nu zó ernstig zijn, dat de burgemeester er bij zijn beslissing veel meer gewicht aan had moeten toekennen. De zaak was uit balans.

Wie in Nederland opgroeit met een donkere huidskleur wordt ieder jaar in december voor Zwarte Piet uitgemaakt. Gedurende „enkele weken” is Zwarte Piet „een niet te missen onderdeel van het dagelijks leven” in Nederland, aldus de rechter. En daarvan hebben te veel zwarte burgers last, met dank aan de blanke buren bij wie het dus aan fatsoen en respect schort. Sinds het Straatsburgse arrest Aksu tegen Turkije neemt de rechter aan dat negatieve stereotypen bij voldoende ernst, de identiteit, de gevoelens van eigenwaarde en het zelfvertrouwen van een groep zo kunnen beschadigen dat daarmee het burgerrecht op privacy kan worden aangetast.

Dat is volgens deze rechter nu het geval. Daarmee wordt de burgemeester er krachtig aan herinnerd dat het bij vergunningen om meer gaat dan alleen openbare orde en veiligheid. Ook aan negatieve stereotypering is dus een grens. Het recht op vrije manifestatie of vrije meningsuiting is hiermee overigens niet automatisch ingeperkt. Althans niet meer dan al het geval was. Burgemeesters lezen nu al van tevoren mee met de inhoud van de spandoeken die demonstranten willen meevoeren. Negatieve stereotypering bij evenementen blijft in beginsel mogelijk. Tenzij het een zodanig niveau bereikt dat het een te grote impact op het privéleven van andere burgers krijgt. Die moeten dat zelf aannemelijk maken. Dat zijn ruime begrippen, in een grijs gebied. Tot dit jaar voelde geen burgemeester of Sinterklaascomité een harde noodzaak voor echte concessies of voorwaarden. Dat kan dus niet meer. Ook als in hoger beroep anders wordt beslist is dit een symbolische uitspraak. Voor het eerst is negatieve stereotypering in het publieke domein door de rechter begrensd. Dat is ook een moreel oordeel.