Youssou N’Dour zweept publiek op

Muzikaal was er niet veel mis met Amsterdam Roots, maar de verhuizing van het vertrouwde Oosterpark naar de kop van Java-eiland leverde niet het gehoopte levendige festival op. Aan het open water was er geen ontsnappen aan de stevige buien, waardoor het festivalterrein aan het begin van de avond verlaten oogde. De programmering, met Youssou N’Dour als afsluiter, maakte veel goed.

Zoals gebruikelijk was Amsterdam Roots eerder in de week van start gegaan. Zo stond de Nigerese band Mamar Kassey in BIMhuis en zangeres Mayra Andrade in Paradiso. Die kwalitatief strakke lijn zette zich zondag voort op het openluchtgedeelte. In de grote tent ontpopte het Garifuna Collective zich tot een publiekslieveling. De band uit Belize is zowel opzwepend als zonnig en loom. De Garifuna stammen af van Afrikaanse slavenschipbreukelingen en hebben veel van hun cultuur behouden. Dit is het soort band waar Amsterdam Roots patent op heeft; makkelijk in het gehoor en toch opwindend.

Een van de weinige missers, het Chileense Kali Mutsa, had ondertussen geen bui nodig om de mensen weg te jagen bij het onoverdekte Urban Groove Stage. Hun gezochte mengeling van prefabbeats met zogenaamd spirituele muziek raakte kant noch wal. Helaas hadden andere bands op datzelfde podium wel te lijden van het weer, zodat er bij Akua Naru, een vrouwelijke rapper met Nigeriaanse roots, vrijwel niemand stond. Dat terwijl haar band doet denken aan The Roots en zijzelf refereert aan Lauryn Hill.

Aan het einde van het festival trof de Amsterdamse Gallowstreet Brass Band hetzelfde lot. De elf Amsterdamse jongens spelen fijne New Orleans-brass, maar hadden te maken met stevige concurrentie op het toen al aardig leeggestroomde festival: de publiekstrekker Youssou N’Dour.

Al sinds de jaren tachtig is de Senegalees een van Afrika’s meest internationale sterren. Het was een paar jaar stil rond N’Dour, onder meer vanwege zijn verplichtingen als minister van Cultuur. Nu stond de meester van de mbalax er weer met zijn band Le Super Etoile de Dakar. Dat is een geoliede machine, maar niet gelikt of gemakzuchtig. Salsa, reggae en pop met razendsnelle Afrikaanse percussie zwepen het publiek op, nog eens aangemoedigd door een mc.

N’Dour laat er geen twijfel over bestaan dat hij de West-Afrikaanse pop zo ongeveer heeft uitgevonden. Hij zet zijn geknepen en soulvolle zang alleen in wanneer de songs erom vragen, de rest laat hij aan zijn uitstekende muzikanten.