VN zijn de kern van het probleem

Waarom is de hulpindustrie niet in staat humanitaire rampen te voorkomen? Geld is vaak niet het probleem, de dominantie van de VN wel. „Het systeem moet worden hervormd.”

In afgelegen streken is de respons van de internationale hulporganisaties het minst adequaat blijkt uit een nieuw rapport over de internationale noodhulpindustrie. Foto AP

De internationale noodhulpindustrie heeft meer middelen ter beschikking dan ooit en toch sterven er jaarlijks onnodig duizenden mensen. Humanitaire rampen die worden aangekondigd, vinden tóch plaats. De hulporganisaties, en in het bijzonder de Verenigde Naties, opereren bureaucratisch, langzaam en angstig.

Die felle aanklacht staat in een rapport – Where is everyone? – dat de internationale hulporganisatie Médecins sans Frontières vandaag heeft gepubliceerd over het falen van hulpverlening en internationale diplomatie in conflictgebieden als de Centraal-Afrikaanse Republiek en Zuid-Soedan.

Buitenlandse interventie heeft niet kunnen voorkomen dat in die landen duizenden mensen zijn gedood bij gevechten of gestorven aan ondervoeding en gebrek aan medische verzorging. „Het systeem moet worden hervormd”, zegt Arjan Hehenkamp, hoofd van Artsen zonder Grenzen, de Nederlandse tak van Médecins sans Frontières. „Iedere organisatie moet haar eigen diagnose stellen en een kuur bedenken om tot de hoog nodige verbeteringen te komen.”

In afgelegen streken, in gebieden waar geen mondiaal strategische belangen in het spel zijn, is de respons van de internationale hulporganisaties het minst adequaat. Een goed voorbeeld is de Centraal-Afrikaanse Republiek. Begin vorig jaar nam een coalitie ontevreden moslims in een gemarginaliseerde uithoek van deze wetteloze staat samen met diamantsmokkelaars en gewone criminelen de macht over in de hoofdstad Bangui van het overwegend christelijke land. Alle tekenen van onheil hingen in de lucht. „Iedereen van de hulpgemeenschap trok zich terug achter hoge muren in Bangui, in plaats van in actie te komen en het land in te trekken”, zegt Hehenkamp.

Mensen leefden als dieren in de bush

Het is een herkenbaar beeld, voor wie recent de Centraal-Afrikaanse Republiek bezocht. De islamitische machthebbers brachten een cyclus van haat en wraak op gang, waarbij dorpen in vlammen opgingen en honderdduizenden burgers maandenlang als dieren in de bush moesten leven. Als een van de heel weinige organisaties trokken medewerkers van MSF met medicijnen en verpleegkundigen het land in, door informeel overleg met de strijdende partijen verschaften ze zichzelf toegang. Medewerkers van de VN met kogelvrije vesten zoefden echter in zwaar bewapende konvooien door het land en bleven ver van de zwaarst getroffen gebieden.

De situatie in de Centraal-Afrikaanse Republiek is gevaarlijk en ook MSF verloor enkele medewerkers door het geweld. „We willen de veiligheidsproblemen niet bagatelliseren. Het probleem is dat tegenwoordig alle hulpgroepen geïntegreerd zijn met de VN. Dus als bij de VN het rode licht knippert wegens de gevaren, dat komt vrijwel alles stil te liggen.

Alleen het Rode Kruis en MSF maken nog een afweging op basis van hun eigen veiligheidsanalyse.” Tot enkele jaren geleden opereerden er bij acute situaties veel meer hulpgroepen buiten het VN-systeem, zoals Care en Save the Children. Volgens Hehenkamp richten deze organisaties zich in toenemende mate op langetermijnhulp en laten het bluswerk bij rampen over aan MSF.

Ook in Zuid-Soedan voltrekt zich een aangekondigde ramp. Na enkele rondes van geweld tussen strijders van president Salva Kiir en zijn voormalige vicepresident Riëk Machar begin dit jaar liggen steden en commerciële centra in puin.

Zoals ieder jaar komt door gebrek aan infrastructuur vijf maanden lang het land vrijwel tot stilstand tijdens het regenseizoen. Er is niet gezaaid en later dit jaar is er dus geen oogst. Alleen in rudimentaire VN-kampen heerst een vorm van veiligheid. Dus trok massaal de bevolking naar deze kampen. Kampen, die zoals verwacht, een hel in de modder zijn geworden, waar zwakke kinderen sterven, waar cholera vrij spel krijgt en journalisten de komende maanden gruwelverhalen zullen schrijven. Hehenkamp: „Je ziet in Zuid-Soedan hetzelfde gebeuren als in de Centraal-Afrikaanse Republiek.”

Hulp komt te laat en is ineffectief

Volgens het gepresenteerde MSF-rapport is de reactie bij noodsituaties vaak te laat en te bureaucratisch: „De humanitaire organisaties samen zijn in staat relevante en grootschalige hulp verlenen, als de omstandigheden tenminste niet te moeilijk zijn. Ze slagen er minder goed in noden te verlichten in moeilijk bereikbare gebieden. Hun reactieve vermogen is laag, evenals hun effectiviteit en technische capaciteit.”

De kern van het probleem ligt volgens het rapport bij de VN. De VN nemen wereldwijd een dominante positie in bij hulpverlening maar hun apparaat is te log en verschillende afdelingen voeren vaak onderling competitie. Het rapport beschrijft de inadequate respons in het kamp Maban in Zuid-Soedan vorig jaar voor vluchtelingen uit het naburige Soedan. De VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR nam er het voortouw en bundelde de activiteiten van alle hulpgroepen maar probeerde andere VN-afdelingen buiten de noodactie te houden. UNHCR verzweeg haar eigen tekortkomingen en kleineerde de problemen, met als gevolg haat en nijd tussen de hulpgroepen en een extreem hoog sterftecijfer.

Aan geld ontbreekt het doorgaans niet, zeker niet bij MSF. Maar dat is niet altijd een voordeel. Kleinere organisaties bleken volgens het rapport bij de opvang van Syrische vluchtelingen in Jordanië beter in staat zich aan te passen.

Ook zijn grotere organisaties geneigd zich „diplomatieker” op te stellen.

MSF steekt ook de hand in eigen boezem. Zelf verzweeg de organisatie in Oost-Congo een massaverkrachting bij de stad Minova in 2012 door het regeringsleger. Door die schending niet naar buiten te brengen, kon de organisatie zijn relatie met de Congolese overheid goed houden. Maar MSF moest daarvoor wel een hoge prijs betalen: bij de bevolking, waarvoor ze zich juist zegt in te zetten, verloor ze aan gezag.