VN moeten felle kritiek op noodhulp ter harte nemen

Bij grote humanitaire rampen in de wereld staan allerlei organisaties klaar om hulp te bieden. Vaak slagen zij daar ook in – althans, als de omstandigheden niet te moeilijk zijn, schrijft hulporganisatie Médecins Sans Frontières (MSF) in een kritisch rapport over internationale noodhulp. In gevaarlijke situaties echter of in gebieden die lastig te bereiken zijn, schiet het systeem van hulpverlening vaak schromelijk te kort, aldus het rapport.

Voor dat falen zouden vooral de Verenigde Naties verantwoordelijk zijn. De verschillende onderafdelingen van de volkerenorganisaties zouden traag en bureaucratisch opereren en te voorzichtig zijn. Bovendien zouden ze elkaar in crisisgebieden soms tegenwerken. De meeste andere hulporganisaties richten zich te veel op programma’s voor de langere termijn, waardoor ze niet meer snel en effectief op noodsituaties kunnen reageren.

Het zijn pijnlijke constateringen in het rapport, dat de alarmerende titel draagt Waar is iedereen? Al te vaak, schrijven de opstellers, ontbreekt hulp juist in de gebieden die er het slechtst aan toe zijn, zoals Zuid-Soedan en de Centraal Afrikaanse Republiek. En dat terwijl het stelsel van hulporganisaties de afgelopen decennia sterk is gegroeid en er meer geld dan ooit voor beschikbaar is.

Het is goed dat deze problemen zo onomwonden zijn aangekaart door Médecins Sans Frontières. De organisatie die nu de noodklok luidt (en waarvan Artsen Zonder Grenzen de Nederlandse tak is), werd begin jaren zeventig opgericht uit onvrede met de toenmalige hulpverlening door het Rode Kruis. MSF, in 1999 bekroond met de Nobelprijs voor de Vrede, speelt internationaal een belangrijke rol bij het verlenen van noodhulp en heeft een gezaghebbende stem.

Het verlenen van noodhulp is, vooral in conflictgebieden, een complexe activiteit. Het is niet voor het eerst dat er kritiek is op de rol van de Verenigde Naties. Begin deze eeuw klonk de roep om meer coördinatie van de VN, wat tot een aanzienlijke en nuttige reorganisatie leidde. Maar kennelijk zijn niet alle problemen daarmee verholpen en zijn er nieuwe problemen mee veroorzaakt. De volkerenorganisatie zou er goed aan doen haar functioneren opnieuw kritisch tegen het licht te houden. Dat is ze verplicht aan zichzelf, aan haar donoren en vooral aan de vele miljoenen mensen in noodsituaties die van haar afhankelijk zijn.

Daarbij moet wel bedacht worden dat de VN niet zomaar voorzichtig zijn geworden. Steeds vaker worden VN-medewerkers in oorlogssituaties doelwit van geweld. De grote uitdaging is om daar een antwoord op te vinden, zonder de kerntaak van het bieden van noodhulp in de gebieden waar die het meest nodig is te verzaken.