Column

Tourverslaggeving is ook cultuurhistorie

Mart Smeets in ‘De Avondetappe’ (NOS).

Nu de confrontatie Nederland-België op het WK Voetbal uitblijft, moeten we ons behelpen met een strijd tussen de renners uit de Lage Landen in de Tour de France, maar vooral de verslaggeving daarvan op televisie. Winstpunt is alvast dat zowel NOS als Sporza de Ronde aangrijpt om sport te verbinden met capita selecta uit de Europese cultuurgeschiedenis.

Over de rechtstreekse reportages kunnen we kort zijn: het commentaar van de Vlaamse verslaggevers is beter geïnformeerd en scherper geformuleerd dan dat van Maarten Ducrot en Herbert Dijkstra, die wel meer toeristische informatie verstrekken. Maar dat is algemeen bekend.

Iets vergelijkbaars zien we ’s avonds terug in de sterk op elkaar lijkende nabeschouwingsprogamma’s. Zowel De Avondetappe (NOS) als Vive le Vélo (Sporza) wordt rechtstreeks gepresenteerd op een markante locatie in of nabij de plaats waar die dag de finish lag. Gesprekken met de helden van die dag zijn tevoren opgenomen of er wordt -alleen bij Sporza - direct geschakeld naar de plek waar de winnaar van die dag logeert. In alles wat met wielrennen te maken heeft winnen de Vlamingen ruimschoots: de mensen aan tafel zijn meer specialistisch en eerder geneigd tot het verstrekken van relevante achtergrondinformatie.

Maar Mart Smeets is meer showman dan Karl Vannieuwkerke en maakt er een completer programma van. Ook de reportages over de streek van de dag zijn beter in De Avondetappe: het is aardiger om Bert Wagendorp op zoek te zien gaan naar de geboorteplaatsen van het voetbal in Sheffield dan een bezoek te brengen aan het Crucible-theater waar de wereldkampioenschappen snooker gehouden worden. En een korte montage over Cambridge, waar de volgende etappe start, verbindt even losjes Stephen Hawking via Monty Python aan Olivia Newton-John. Ook de gekozen locatie (een fabriek met werkende stoommachine) is beslist origineler dan het obligate chateau (Renishaw Hall).

Deze wedstrijd zou dus in een gelijkspel eindigen, als de VRT niet vlak voor Vive le Vélo de schitterende special over Tour en Eerste Wereldoorlog had uitgezonden. In God in Frankrijk - De Groote Oorlog gaan Vannieuwkerke en cabaretier Wouter Deprez, net als de echte Tour deze week, langs plekken die van belang waren voor de oorlog van 14-18, waarin drie Tourwinnaars sneuvelden. Ze bezoeken het moment voor die slachtoffers in Moelingen, waar Marcel Kerff (de beste Belg in de eerste Tour, van 1903) werd opgehangen door de Duitsers, omdat ze hem van spionage verdachten. Omdat hij om hulp riep, werd eerst zijn tong afgesneden. We rijden langs de bronzen ooievaar van Poelkapelle, gedenkteken voor de Franse vliegenier Georges Guynemer, en huiveren bij het ossuarium van Douaumont, waar de beenderen van onbekende soldaten werden opgestapeld. Ze liggen er nog net zo.

Beide presentatoren komen uit de Westhoek achter Ieper en ze vervallen regelmatig in dialect, dat gelukkig ondertiteld wordt. Met dit mooi gedraaide, weemoedige document, dat sport en geschiedenis pas goed verbindt, wordt deze Nederland-België alsnog gewonnen door de ploeg van Vannieuwkerke.