Theater over arbeiderswijk en Algerijnse illegaal

Van eilandnatuur naar ‘urban jungle’. Locatietheaterfestival Over het IJ bevindt zich in een transitieperiode. Was het een tijdlang vaak de volgende halte voor producties die op Oerol in première gingen; de nieuwe artistieke leiding zoekt meer eigen smoel. Over het IJ, op het NDSM-terrein in Amsterdam-Noord, is immers bij uitstek een stads festival – qua decor het tegenovergestelde van Oerol. Daarom wil het festival nu meer eigen producties brengen, die zich nadrukkelijker verhouden tot een stedelijke omgeving.

Met Tuindorpvariaties is dat alvast grotendeels gelukt. Voor die lange (3 kilometer!) theatrale wandeling lieten jonge makers zich inspireren door de wijk Tuindorp Oostzaan – ooit een idealistisch sociaal huisvestingsproject, nu (deels) droevige achterstandswijk.

In een leegstaand rijtjeshuis aan de Tweelingenhof duiken drie makers met Een stil leven in de geschiedenis. ‘Arbeidersvrouw, 1924’, staat op een bordje bij actrice Rianne Meboer. Zij zit op een stoel, gehuld in jarentwintigkledij, met wasbord en tobbe binnen handbereik. Sopraan Vera Alkemade bezingt haar lot met de Ophelia-liederen van Strauss. Liederen van wanhoop, want fraaie huisvestingsutopieën veranderden destijds maar weinig aan haar perspectief: zij bleef veroordeeld tot het huishouden.

Dat de voorstelling zich afspeelt in een nieuwe woning, kaal gestript en vers gesausd, levert een treffend contrast. Een 19e-eeuwse vrouw in een 20ste-eeuws ideaal; haar vervreemding is voelbaar. Maar langzaam transformeert Meboer tot een eigenzinnige vrouw van nu. Zo biedt Een stil leven een slim kijkje in een andere tijd, stevig geworteld in Tuindorp toen en nu.

Die relatie ontbreekt helaas volledig bij Objectofilia. Mimespeler Marjolein Roeleveld verklaart de liefde aan een pierenbadje, terwijl ze blootsvoets rondjes rent over de rand, of semi-erotisch in het enkelhoge water neerhurkt. Niets zegt deze voorstelling over stad, wijk of bewoners, en daardoor blijft Objectofilia loos, en zelfs een tikje potsierlijk. Waarom zou je op deze plek zulk hermetisch theater brengen?

De makers van Het lijkt hier wel fucking Venetië kaarten dat dilemma nadrukkelijk aan. Sherwin Chaar bezingt in ronkende taal de kadebreuk die de wijk in 1960 onder water zette. Algauw wordt hij echter geïnterrumpeerd door twee stoere gasten, die het liever in hun eigen taal over hun leven willen hebben. De raps van Jeroen Bartelings en Sebastiaan van Loenen brengen een symbiose tussen kunst en straat, makers en maatschappij tot stand.

In de laatste ‘tuindorpvariatie’, een mini-rockopera, komen de verbeelding van kunst en de werkelijkheid van een achterstandswijk volmaakt samen. In een kerk aan de Kometensingel spelen schrijvers/performers Rineke Roosenboom en Iona Daniel met gitarist Timon Koomen het verhaal van de band ‘ZMOK-veteranen’; ontstaan op een school voor Zeer Moeilijk Opvoedbare Kinderen. De bandleden hebben heel wat op hun kerfstok, blijkt uit hun muzikale biecht. Maar als aan het rijtje symptomen waaraan ze lijden ook ‘pathologische leugenaar’ wordt toegevoegd, wordt de scheiding tussen feit en fictie griezelig troebel.

Verwarring zaaien over feit en fictie, dat doet ook Michiel Voet in De Onzichtbare Man – een andere belangrijke première op Over het IJ. Voet is kunstenaar en heeft zijn werkplaats op het NDSM-terrein. Hij vertelt het waargebeurde verhaal van de Algerijnse illegaal Karim Ramtani, die onderdak zocht in zijn atelier. Voet raakte geïnspireerd door diens ervaringen.

Als daarna ‘Ramtani’ aan het woord komt, gespeeld door een acteur, kantelt het beeld. Wil Voet tragische verhalen, dan vertelt hij die toch? Die omkering is sterk en gewaagd – de illegaal is nu eens geen slachtoffer. Maar door de cynische tekst (Michael Bijnens) slaat de balans door naar de andere kant en overheerst het beeld van een leugenachtige opportunist. Een meer geraffineerde mengeling van charmant en achterbaks had de voorstelling spannender gemaakt.

Met deze producties, die nergens anders hadden kunnen worden gemaakt, geeft Over het IJ een spannende actuele invulling aan zijn functie als stads locatietheaterfestival. Al was het hoogtepunt tot nu toe nog de knotsgekke ‘waanopera’ Woyzeck van Project Wildeman: een woeste klankrevue van paranoia, neuroses, angsten en tics, die zeker niet alleen in de stad voorkomen, en van alle tijden zijn.