Column

Cruijff

Twee keer ontmoette ik Johan Cruijff. De eerste keer was bij ‘Le Ru verf & behang’ aan de Van Woustraat in Amsterdam. Hij kocht daar een pot witte verf van Flexa, ivoorwit en een kwast van marterhaar.

Hij legde de verkoper uit dat dat de beste kwast was.

De verkoper, ook niet achterlijk, vond het een discussiepunt, het hing ervan af wat Johan ging verven.

Daar waren we allemaal benieuwd naar.

Een deur.

Welke deur?, wil je dan weten.

Die van de schuur, of van de woonkamer?

En in Barcelona of in Amsterdam?

De verkoper vroeg of het een houten deur was, want dan was een kwast van marterhaar inderdaad de beste keuze, maar wel eerst schuren.

Dat wist Johan ook wel, hij herhaalde dat een kwast van marterhaar het beste was.

Nu de genialiteit van Louis van Gaal per overwinning groeit denk ik steeds vaker aan Johan Cruijff, want wat is het stil rondom de man die we tot voor kort met z’n allen ‘de verlosser’ noemden.

Zelfs in De Telegraaf kon ik hem bijna niet vinden.

Vlak voor het WK bestempelde hij Brazilië als de favoriet voor de eindzege.

‘De favoriet van vandaag kan morgen weer in de problemen zitten’, was de zin die was blijven hangen, waarmee Johan zich op geheel eigen wijze indekte tegen iedereen die van plan was om hem deze voorspelling ooit aan te wrijven.

Het laatste wat ik van hem vernam, was dat hij voor de laatste groepswedstrijd tegen Chili iets oranjes ging aantrekken, aandoenlijk vond ik dat.

Hij, de verlosser, in ‘iets oranjes’.

Wat dan?

Een juichpak toch zeker niet?

Het deed er ook niet toe.

De verborgen boodschap was dat hij, ondanks zijn afkeer voor Louis van Gaal, gewoon achter ons elftal stond.

Hoofdschuddend moet hij als supporter hebben zitten kijken naar die machteloze vertoning tegen de Costa Ricanen.

En dan die strafschoppen, voorafgegaan door die wissel.

Krul voor Cillessen.

Weer een geniale greep van Van Gaal.

Jammer eigenlijk, nu zullen we nooit weten wat Johan gedaan had.

Hij had derde keeper Vorm ingebracht, en dan hadden we ook gewonnen.

Vanuit het hoofd van Johan Cruijff horen we even niets, daarvoor moet er eerst een keer verloren worden.

Tot die tijd is Louis van Gaal een genie.