Louis van Gaal, de onverbiddelijke magiër

Nederland en Duitsland verdienen het slotakkoord op het WK. De Belgen zijn klaar: zij misten een Arjen Robben, schrijft Hugo Camps.

Je mag het niet hardop zeggen, maar eigenlijk is de FIFA de echte wereldkampioen. Alvast titelhouder ambiance. Brasil 2014 heeft de schoonheid van het organiserende land overtroffen. In kleur en klank, in de weerkaatsing van intense beleving van lijf en leden. Bij elke wedstrijd ontbrandde het verlangen om mee menigte te worden tussen beschilderde gezichten op zonovergoten tribunes.

Het WK is een ode aan de natiestaat. Europa doet niet mee, niet als connotatie, niet als referentie. Natiestaatvoetbal, in het ouderwetse duo van vlag en hymne. Het maakt veel emotie los, in Brazilië, maar ook in Nederland en België.

Niet dat de taalverwante tricolores tot nog toe het mooiste spel brachten. Dat was voor voetbaldwerg Colombia, uiteindelijk geslacht in een afzichtelijke veldslag van de Selecão.

Alleen mosterdgas ontbrak.

De laatste vier: Brazilië, Argentinië, Duitsland en Nederland hebben het halen van de eindfase eerder te danken aan professioneel cynisme dan aan gevoel voor historie en romantiek. Toppunt van cynisme was de door velen als geniaal bezongen keeperswissel van Louis van Gaal. Met één vingerknip trok de bondscoach alweer het grote halogeenlicht naar zich toe. Doelman Jasper Cillessen voor de penaltyserie ijlings afgevoerd naar het strategische afvoerputje van de onverbiddelijke magiër.

Godbetert: iedereen blij. Van Gaal nog meer geest van Oranje.

Nederland en Duitsland verdienen het slotakkoord van dit WK, Brazilië iets minder, Argentinië helemaal niet. Jammer dat het niet tot een derby der Lage Landen is gekomen. Niet voor het voetbal, voor het spektakel van een Blitzkrieg. De uitschakeling van de Rode Duivels door Argentinië was te wijten aan een gebrek aan cynisme van de jonkies. Als koorknapen lieten ze Messi cs. het spel stilleggen na een vroeg doelpunt van Gonzalo Higuain. Voetbaltechnisch en -tactisch lagen Oranje en de Rode Duivels dicht bij elkaar. Alleen hadden de Belgen geen Arjen Robben in de aanval en faalde kindsterretje Eden Hazard hopeloos.

Nog een verschil: Van Gaal was efficiënter in zijn wissels. De bank verwildert de zeden, dat is bekend. Maar het Nederlands elftal heeft daar, in tegenstelling tot vroegere eindtoernooien, geen last van. De eenvormigheid van de groep blijft intact. Fer, Depay, Kuyt completeerden de basis met een flair van gemeenzaamheid. Bij België lukte dat alleen de jonge Divock Origi.

Na Robben en Van Persie was het vooral Wesley Sneijder die Oranje naar de halve finale sleepte. Ook bij hem geen zweem van humeurigheid, geen briesje van een gekrenkt ego. Er moet bij het Nederlands elftal een exorcist zijn langsgekomen. Iedereen gevouwen naar hetzelfde bootje. Misdienaars van het succes. Misschien is de grote exit van de Hollandse School nog de ingevroren onderdanigheid van de selectie. Collectieve zelfmoord van het individu in sentimentele litanieën. Ontroerend ook hoe Patrick Kluivert zich in het totalemens-principe heeft ingevroren: dode grimassen, geen wimper die neervalt. Engel uit de Sixtijnse Kapel in de dug-out.

Met een geheime magnetische kracht.

De gevaarlijkste speler van het WK, Arjen Robben, had een kleine duiveluitdrijving best kunnen gebruiken. Hij blijft maar vallen, zoals in zijn tijd bij PSV. De vleugelspits noemt de kritiek ‘gezeik’, maar hij weet beter.

Althans, die zelfkennis mag je van een sekteleider verwachten. Tijdens de wedstrijd tegen Costa Rica sprak hij met paddoglans in de ogen de spelers op het veld toe, terwijl aanvoerder Robin van Persie de wolken bestudeerde. Hiërarchie?

Uiteindelijk sloeg bij de Rode Duivels het genetische adagium toe: een beetje geluk is ook al mooi. De Belgische Dirk Kuyt bestaat niet. Niet met die doodskoorts aan de rand van fysieke waanzin.

Terecht is er nationale rouw rond de fatale blessure van Neymar. Van een nog grotere esthetische amputatie is de verbanning van James Rodríguez. Iedere keer als ik de Colombiaan zag lopen, moest ik aan Johan Cruijff denken. De gewichtloze charme in de vijfde versnelling, dat genadeloze instinct van de ballerino, die ongetemde tirannie van gratie en vernuft.

Geluk revisited.