Column

Louis de Eerste

In emotioneel opzicht is dit het zwaarste wereldkampioenschap voetbal dat ik ooit heb meegemaakt. Elke wedstrijd van Nederland is een uitputtingsslag waarbij je ten prooi valt aan allerlei tegengestelde gevoelens. Ergernis over omslachtig spel, vrees bij onnodig balverlies, frustratie om gemiste kansen – maar steeds wacht aan het einde van al die beproevingen de totale euforie die mijn hoofd gevaarlijk dicht bij het plafond brengt.

Het is alsof we zitten te kijken naar een melodramatische soap over het leven van Louis van Gaal. We zien hoe Louis, vet neergezet door Kees Prins, ten strijde trekt tegen allerlei vijanden in de media, hoe hij bij elke wedstrijd weer een meesterlijke list verzint om de concurrentie te verslaan, hoe hij voor zijn jongens door het vuur gaat en hoe die jongens hem ten slotte bij zijn geschroeide voetzolen boven dat vuur uittillen en hem kronen tot hun én onze koning: Louis de Eerste.

Zaterdagnacht sloeg alles. Dat ik het einde van de strafschoppenserie tegen Costa Rica heb gehaald, mag een medisch wonder worden genoemd. Voor ons kijkers was het zwaarder dan voor Tim Krul – die kon tenminste nog wat doen: twee keer zijn hand achter een bal krijgen, dat was genoeg. Wij konden alleen maar toekijken in het soort verstarring dat aan de dood voorafgaat.

In de rust heb ik nog even de Belgische tv aangezet. Daar zat een klein gezelschap, onder wie de Nederlandse oud-internationals Jan Mulder en Jan Boskamp, te schimpen op het Nederlandse spel. Er deugde weer helemaal niets van, het was te traag, te slordig etcetera.

Ik begreep de hoon niet goed. De Belgen hadden nota bene net verloren van een land, Argentinië, dat evenals Costa Rica alleen maar stond te verdedigen en te ontregelen. Het is toch bekend hoe moeilijk het spelen is tegen dergelijke negatieve teams? Toch creëerde Nederland veel meer kansen dan België.

Wat ik miste was de simpele vraag: welk land speelt wél goed op dit WK? Het is een spannend en spectaculair WK, maar is het ook een kwalitatief goed WK? Ik zie geen land dat er met superieur spel bovenuit steekt. Op elk team valt het nodige aan te merken, wat dan ook overal aan het thuisfront gebeurt.

Waarom dan zo overdreven kritisch over Nederland? Van Gaal heeft een strategie uitgestippeld die gebaseerd is op de beperkingen van zijn spelersgroep. Wat is daartegen? Als hij verdedigers had gehad met de kwaliteit van (vroeger) Koeman, Israel en Stam zou hij meer hebben gewaagd. Nu kiest hij voor een voorzichtiger benadering. Het heeft hem in de halve finale gebracht. Wie van de critici zou hem hebben geprezen als hij in de poule onderuit was gegaan met zogenaamd attractief voetbal?

Van Gaal doet na afloop van elke wedstrijd zijn best niet triomfalistisch te klinken. Toch moet hij zich dood ergeren aan de vaak hatelijke kritiek. Het bleek zaterdagnacht uit dat ene misnoegde zinnetje over zijn unieke keeperswissel: „Als het anders was gelopen, was ik weer voor gek verklaard.’’

Maar ik vermoed dat hij nog meer gekweld wordt door een ander probleem. Dat heet: Robin van Persie. Die heeft na zijn wonderbaarlijke doelpunt tegen Spanje weinig meer laten zien. Hij mist kansen, schiet en passt zwak. Wat is er met hem aan de hand? Dit moest zijn toernooi worden, maar hij wordt overvleugeld door Robben. Van Gaal weet: wil Nederland wereldkampioen worden, dan moet ook Van Persie opstaan.

Toe nou, Robin.