Ga bij Minerva, en je carrière zit gebeiteld. Werkt het zo?

Foto ANP

Ze zitten overal, de reünisten van de Leidse Studenten Vereniging Minerva. Neem het ministerie van Justitie. Sinds het kabinet-Van Agt II, in 1980, heeft daar constant een ‘Leienaar’ in de top gezeten. Met slechts één uitzondering tijdens Lubbers III.

LSV Minerva bestaat tweehonderd jaar, en viert nog tot 11 juli zijn lustrum. Een corpslidmaatschap gold lange tijd als de smeerolie van een succesvolle loopbaan. Is dat nog steeds zo?

Het voordeel valt reuze mee…

Zegt althans Frits Korthals Altes (VVD). Ja, hij had er een leerzame bestuursfunctie. Maar Minerva helpt je niet om minister van Justitie te worden. “Het woord ‘netwerken’ bestond nog niet eens toen ik daar zat. Zakelijk heb ik er vrijwel niets aan gehad.” Is het dan volstrekt toeval, al die Minervanen in de top van het ministerie? Misschien is de rechtenstudie in Leiden gewoon heel goed, oppert Korthals Altes. “Die stond aan de top.”

Andere ‘reünisten’ van Minerva reageren hetzelfde: zo heel belangrijk is mijn corpsnetwerk niet. Of: ik geef heus niet zomaar banen aan Minervanen. Of: directe collega’s zijn voor mij belangrijker.

“Er wordt vaak over Minerva gepraat als een geheim genootschap”,

zegt Pieter Winsemius, oud-minister en voormalig lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). “Daar heb ik niks van gemerkt.”

Toch zijn er wat voordelen te noemen:

1. Je krijgt er sociale vaardigheden

Als er al een voordeel genoemd wordt, is het dat je er veel kunt leren. “Sociale vaardigheden bijvoorbeeld”, noemt Alexander Rinnooy Kan, oud-voorzitter van de Sociaal-Economische Raad (SER) en nu hoogleraar economie en bedrijfskunde aan de Universiteit van Amsterdam. “Dat is zoiets wat je daar al doende oppakt.” Vergaderregels, respect voor het oudere jaar, spreken in het openbaar, tafelmanieren. Maar: “Dat leer je bij andere studentenverenigingen ook.”

Allemaal relativeren ze het belang van Minerva voor hun loopbaan. En dat is logisch, volgens socioloog Jaap Dronkers. Niemand zal zich op de borst slaan wegens zijn Minerva-netwerk.

“Je ziet ook niemand adellijke titels gebruiken. Daarmee kun je het vergelijken. Niemand zegt: ik ben van Minerva en nu ga je die deur voor me opendoen. Tuurlijk niet.”

Dronkers deed een van de weinige wetenschappelijke onderzoeken naar het effect van het corpslidmaatschap op je loopbaan, alweer zeventien jaar geleden. De uitkomst: studenten die tussen 1920 en 1960 bestuurder waren van een corps, kregen daarna vaker een toppositie in het bedrijfsleven dan bestuurders van christelijke (SSR) of katholieke ‘gezelligheidsverenigingen’.

Een vergelijkbare conclusie kwam vier jaar geleden uit onderzoek van TNS NIPO, in opdracht van de Volkskrant: ruim tweederde van invloedrijk Nederland is lid geweest van het corps of een andere studentenvereniging. Best vertegenwoordigd: Minerva, met 10 procent.

Zij krijgen niet zomaar banen toegeschoven. Het werkt subtieler, zegt Dronkers.

“Stel, een slager heeft twee sollicitanten voor één baan. Er is maar één verschil: de een is mooi, de ander lelijk. U neemt de mooie in dienst. Als zij glimlacht en vraagt: mag het een onsje meer zijn, dan wordt er meer verkocht.”

Op diezelfde manier biedt het lidmaatschap van een corps een subtiel voordeel ten opzichte van anderen. “Er is een algemeen idee dat zij meer kunnen, meer geleerd hebben.” Niet onterecht, denkt hij zelf. “Als het niet waar was, zou dat idee intussen zijn weggesleten.”

2. Je kunt iedereen bellen, op Willem-Alexander en Beatrix na

Minerva schept een onderlinge band. Zelfs als je elkaar in Leiden nooit bent tegengekomen. Reünisten kunnen elkaar altijd bellen. In een online database kun je zoeken op naam, aankomstjaar, jaarclub of huis. Waarna je toegang hebt tot de telefoonnummers van Kamerleden, topambtenaren en invloedrijke mensen uit het bedrijfsleven. Een paar telefoonnummers ontbreken. Die van koning Willem-Alexander en prinses Beatrix bijvoorbeeld.

Toch geldt dat je niet zomaar een baan voor je zoon regelt. Maar je kunt wel ontdekken welke bedrijven nog personeel zoeken.

“De meeste banen in Nederland worden geworven via informele netwerken”,

zegt Dronkers. “Een groter netwerk betekent: meer informatie.”

3. Je krijgt een gevariëerder netwerk

Wie zich aansluit bij een studentenvereniging, zegt Dronkers, wordt gedwongen ook met mensen om te gaan die je niet zelf als vriend hebt uitgekozen. “Echte vrienden willen wel verder gaan om je te helpen. Het nadeel is dat ze vaak dezelfde interesses hebben als jij.” In een netwerk als dat van Minerva leer je mensen kennen uit verschillende vakgebieden die je altijd kunt bellen.

Dat herkent ook ondernemer Huib Wurfbain, die voorheen bij onder meer Akzo Nobel en Ahold werkte. Indertijd werd hij lid voor de gezelligheid. “De gemiddelde 18-jarige denkt niet: daar heb ik later wat aan.” Maar later merkte hij dat de vereniging bijdroeg aan een groter netwerk.

“Als iemand bijvoorbeeld een perstraining nodig heeft, kan ik direct iemand bedenken die een pr-bureau heeft.”

Stan Robbers, partner bij het Amsterdamse advocatenkantoor Heussen, werft weleens sollicitanten via Minerva. Maar, benadrukt hij, iedereen heeft een goed cv nodig. Minervaan of niet.

Blijft Minerva goed voor een topnetwerk in het bedrijfsleven en de overheid? Dronkers denkt van wel.

“Ik heb al zo vaak de voorspelling gehoord dat het belang van corpora zou verminderen, terwijl het niet bleek uit te komen, dat ik het niet meer geloof. Het zal zo blijven. Netwerken zijn de afgelopen jaren even belangrijk gebleven.”

Wie zijn of waren lid van Minerva? Tien namen uit de politiek en zakenwereld