Vakantie

De zomervakantie is weer begonnen. Veel stadsgenoten verlaten de stad. Ook bij ons in de straat zie je het volstouwen van de familiewagens. Op weg naar de brievenbus kruis ik een meisje van acht; ze komt het huis uit met haar armen vol dierbare spulletjes die mee moeten op vakantie. Haar broertje zit al in het kinderzitje, klaar voor vertrek. Voordat ze bij de auto is, roept ze wanhopig naar hem: „Je beseft toch wel dat je heel lang niet je eigen deken voelt?”