Hard tegen hard in strijd om Schotland

Over twee maanden stemt Schotland over onafhankelijkheid. De nee-stemmers zijn aan de winnende hand.

Acteurs tijdens ‘700 jaar Battle of Bannockburn’, eind juni in het zuiden van Schotland. Foto AFP

Tommy Sheridan staat voor het altaar van een kerk in Edinburgh, voor de gelegenheid verborgen achter de Saltire, de Schotse vlag. Hij heeft de lachers op zijn hand: „De nee-campagne kreeg zelfs de Amerikaanse president zover de Unie te steunen. Nu reken ik erop dat Obama zal zeggen dat de VS terugkeren in de Britse moederschoot.” Hij schudt zijn vuist: „Als onafhankelijkheid goed genoeg was voor de Amerikanen, dan is het goed genoeg voor de Schotten.”

Ruim twee maanden zijn er nog te gaan voor Schotland stemt over die onafhankelijkheid. En het gaat hard tegen hard. Londen en Edinburgh zijn al maanden verwikkeld in een welles-nietes-strijd, voor- en tegenstanders maken elkaar uit niet patriottisch genoeg te zijn, niet Schots genoeg. Elf procent van de kiezers is nog over te halen: 35 zegt volgens de peilingen ‘ja’ te zullen stemmen, 54 ‘nee’.

De campagne duurt al bijna twee jaar, sinds premier David Cameron en eerste minister Alex Salmond in oktober 2012 de referendumwet ondertekenden. Sindsdien hebben de nationalisten van YesScotland! en de unionisten van Better Together de helft van de 4,1 miljoen kiezers bereikt. Door folders uit te delen, van deur tot deur te gaan, op te bellen, en door bijeenkomsten te houden in pubs, dorpshuizen en kerken, waar men ook vragen kan stellen. Het aantal ‘ja’-stemmers groeide in die periode.

Deze avond luistert zo’n 150 man naar Sheridan, held voor veel Schotten omdat hij zich in 1989 tot aan celstraf verzette tegen premier Margaret Thatchers Poll Tax (gemeenschapsbelasting). Onder het publiek studenten, een dominee, een net geklede verpleegster, mannen in pak, en ook een tandenloze oude man met cowboyhoed vol onafhankelijkheidspeldjes, en zijn zoon in een T-shirt met opdruk ‘Freedom or Die’. Op enkele twijfelaars na stemt iedereen ‘ja’.

Sheridan zegt: „Sinds 1951 zegt Schotland ‘nee’ tegen de Conservatieven, maar moeten we lijdzaam toezien hoe ze over ons regeren en ons kapotmaken. Dit is onze kans om dat nooit meer te laten gebeuren. Tenzij de Schotten dat willen.”

Hij houdt zijn toehoorders voor dat hun keuze niet gaat over wat ze van premier Alex Salmond vinden, noch van diens SNP. Het lijkt misschien alsof de Yes-campagne louter uit die nationalistische partij bestaat. Maar: „Dit is groter. Dit gaat om: denkt u dat wij intelligent, rijk en goed genoeg zijn om op eigen benen te staan.” Hij zegt: „Als uw kleinkinderen over twintig jaar vragen: opa, wat stemde u in 2014? Dan wil je niet hoeven zeggen dat zij het juk van Westminster nog voelen omdat je tegen onafhankelijkheid stemde.”

Het contrast met de vurig prekende Sheridan en Huw Bell, de jonge rustige Conservatieve Lagerhuiskandidaat voor North East Fife, kan nauwelijks groter zijn. Bell, voormalig luchtmachtofficier, loopt tussen de in kilt geklede Schotten rond op de Highland Games in Ceres. Er wordt met boomstammen gegooid, doedelzak gespeeld en met Saltires gezwaaid.

No-button

Niet dat Bell uit de toon valt. Maar zijn No-button op de ene revers en een speldje met de Schotse en Britse vlag op de andere, zijn de bescheidenheid zelve. Hij zegt: „Wij Britten neigen er niet naar met onze politiek te koop lopen”, zegt hij. Toch is hij – zeker na een dag op voordeuren kloppen met Roger Guy („oorspronkelijk uit het verste einde van Cornwall”) optimistisch dat de Unie één blijft. Of liever: „Voorzichtig vol vertrouwen”, zegt Bell. „Dat klinkt heel Brits”, lacht hij om zijn eigen woorden. Hij wordt door medestanders begroet. „We hoeven allemaal maar één iemand over te halen”, zegt een van hun en komt met cijfers waarom samenblijven beter is.

Het kenmerkt de Better Together-campagne, bestaand uit alle grote Britse politieke partijen. „De emotie is tot nu toe afwezig, ze zijn té technocratisch”, zegt David Torrance, auteur van het boek The Battle for Britain. „Nee-stemmers zoeken op dit moment bekrachtiging van hun stem. Better Together moet hun goed laten voelen over hun keuze.”

De steun van grote namen als de Amerikaanse president Obama ziet hij als een goed teken: „Better Together neemt de campagne serieus.” Dat premier David Cameron zich nauwelijks laat horen, is geen ramp. „Komt hij hier, dan is hij de Engelsman die de Schotten iets komt aanraden. Houdt hij in Engeland een toespraak over het belang van het bijeenblijven van het Verenigd Koninkrijk dan is hij niet betrokken genoeg.”

De Engelsheid, en vooral deftigheid van Cameron wordt volgens Torrance „strategisch overdreven” door de tegenstanders. Maar de campagne heeft wel degelijk een klasse-element. Zegt ook Stephen Noon, campagnestrateeg van YesScotland! „Working class-wijken in Glasgow neigen meer naar steun voor ‘ja’. In de Borders [grensregio] doen we het minder goed, dat is het meest conservatieve deel van het land.”

YesScotland! lacht om de rij binnen- en buitenlandse grootheden die zich uitspreken voor het Verenigd Koninkrijk: „Het bevestigt bij velen juist het idee dat wijzelf onze toekomst bepalen. Bovendien: „Wij hadden de eerste hotemetoot, Alex Salmond. Ons doel was juist dat aan te vullen met de stem van je buurman, je vriend, je sportmaatje.”

De nationalisten moesten wel. Het referendum was niet ingegeven door een groeiend nationalisme, maar door het feit dat de SNP de verkiezingen van 2011 won omdat de Schotten haar zagen als alternatief voor de grote Britse politieke partijen. De Schotten moesten dus overtuigd worden. Steun van onderop was bovendien noodzakelijk, zegt Noon, omdat de media overwegend tegen onafhankelijk zijn. „We moesten ons verhaal op een andere manier vertellen: door persoonlijke ontmoetingen.”

Nu volgt een nieuwe fase. Noon: „Eerst zeiden we: we kunnen onafhankelijk zijn omdat we intelligent, goed en rijk genoeg zijn. Nu gaan we uitleggen dat we ook onafhankelijk moeten zijn.”

In Edinburgh noemt Tommy Sheridan het „de kans van ons leven”. „Dit betekent vrijheid. Vrijheid. Vrijheid.”