Échte aandelen in échte bedrijven groeien nauwelijks op de beurs. Wat wel?

Foto ANP

Geldgebrek? Een overvolle zolder? Op Koningsdag is er vrijmarkt. Marktplaats.nl is altijd open. Maar wie complete werkmaatschappijen, een dochterbedrijf of grote aandelenpakketten wil slijten, kiest een andere plek: de effectenbeurs.

De afgelopen twee weken stroomden gretige verkopers naar het Damrak om hun aandelen te gelde te maken. De Euronextbeurs zelf. Chemicaliëntransportbedrijf IMCD. En verzekeraar NN Group – voorheen Nationale-Nederlanden.

De beurs is de beurs niet meer

Leerboeken economie zeggen dat effectenbeurzen de kapitaalmarkt zijn waar ondernemers en bedrijven met investeringsplannen vermogen kunnen aantrekken door aandelen of obligaties uit te geven. Dat beleggers die verkregen effecten weer kunnen kopen en verkopen, dus dat de beurs ook een handelsplaats is. En dat op deze manier alleen de betere projecten aantrekkelijk zijn voor beleggers. Dat is financieel en maatschappelijk wel zo efficiënt: onrendabele investeringen worden niet gedaan. Daar is geen interesse voor. Dus: de onzichtbare hand van de markt bepaalt welke projecten wel het kapitaal waard zijn en welke niet.

Vergeet het maar.

Overtollige aandelen

De beurs heeft nog maar één hoofdrol: die van financiële handelsplaats. In een dubbele betekenis: de plaats voor handelaren die effecten willen kopen of verkopen. Maar ook de plaats waar één specifieke handelaar, namelijk een bedrijf of een professionele grootaandeelhouder, zijn effectenpakketten wil verkopen. Of móét verkopen.

En wat wordt er nog verhandeld op de beurs? Het aandeel in de beursomzetten van ‘ouderwetse’, échte aandelen in échte bedrijven neemt structureel af. In de afgelopen tien jaar groeide het aantal ‘ouderwetse’ aandelen op de Euronext-beurzen met 4 procent per jaar, het aantal genoteerde obligaties groeide 6 procent, maar het aantal beleggingsfondsen groeide bijvoorbeeld met maar liefst 104 procent per jaar.

De beursintroducties van de afgelopen weken onderstrepen de rol van de beurs als de Marktplaats voor ‘overtollige’ aandelenpakketten.

Waar gaat de opbrengst naar toe?

Wie deze week een aandeel van NN kocht, steekt zelf geen geld in de groei van de verzekeraar. De opbrengst vloeit rechtstreeks naar ING, het financiële concern dat de verzekeringsdochter op last van de Europese Commissie moet verkopen. Die dwang is een uitvloeisel van de staatssteun die Nederland in 2008 en 2009 gaf.
Wie twee weken geleden een aandeel Euronext kocht, heeft evenmin kapitaal gestoken in de beurs. De opbrengst gaat naar het Amerikaanse beurzenbedrijf ICE. De Amerikanen wilden van de Europese handel af. En een beursgang was de meest voor de hand liggende manier om dat te doen.

Ook de opbrengst van de beursgang van IMCD gaat deels naar de huidige eigenaren. Dat zijn de private-equityfinancier Bain en de topmanagers van IMCD. De rest van de opbrengst van de aandelenuitgifte gaat naar het aflossen van de overvloedige bankschulden van IMCD.

Het is vooral ruilhandel

Het lijkt wel wat op een ‘moetje’: aandelen moeten verkopen om de schuld te saneren. Maar ook hier: geen extra groeikapitaal. Euronext gaf deze week hoog op van de miljarden die deze en andere beursintroducties hadden opgeleverd, maar het is vooral ruilhandel. Bestaande grote beleggers en bedrijven verkopen aandelen aan andere beleggers.

Maar bij wie moet je als ondernemer zijn voor groeikapitaal? Nederland heeft wel professionele financiers, variërend van rijke ondernemers tot private-equityfinanciers. Maar de beurs speelt hier geen wezenlijke rol in het samenbrengen van ideeënrijke ondernemers en kapitaalkrachtige investeerders.

Dat zie je terug op de beurs en de drie beursnoteringen van de afgelopen weken: geen bedrijven met hoge groeiprognoses, maar zwoegers zonder glorie.