Door economische crisis vooral minder jongere uitzendkrachten

Werkgevers hebben flink gesneden in de groep jonge, tijdelijke werknemers. Het aantal 55-plussers steeg juist.

Het aantal uitzendkrachten in Nederland is tijdens de crisis met eenvijfde gedaald tot circa 140.000. Die daling zit vooral bij de groep jongere uitzendkrachten tussen 15 en 25 jaar die met bijna 105.000 afnam. Dat blijkt uit de eerste ‘uitzendmonitor’ (2007-2012) van branchevereniging ABU en onderzoekers van de Radboud Universiteit die vanochtend is gepresenteerd.

Werkgevers die moeten bezuinigen snijden het eerst in de groep jonge uitzendkrachten, verklaart een woordvoerder van de ABU. Mogelijk wordt de daling mede veroorzaakt door studenten die zich meer richten op hun studie en minder op een bijbaan. Pas dit jaar verwacht de sector weer een herstel van het aantal krachten.

Het aantal 55-plussers binnen het uitzendwerk is tijdens de crisis juist gestegen met een kwart gestegen tot ruim 9.000. Het gaat voor een groot deel om mensen met een WW-uitkering die uitzendwerk zijn gaan doen.

Het is voor uitzendkrachten tijdens de crisis moeilijker geworden een vaste baan te vinden. „Het aantal vaste banen waar uitzendkrachten naartoe kunnen doorstromen, is van 2007 tot 2012 bijna gehalveerd van 27 naar 15 procent”, zegt onderzoeker Hedwig Vermeulen in een persbericht.

Het aantal mensen dat na afloop het uitzendwerk in de WW belandde, is tijdens de onderzoeksperiode fors gestegen, van 5 naar 20 procent.

De werkgelegenheid voor tijdelijke krachten daalde tot 2009 vooral fors in de industrie en herstelde zich daarna weer enigszins. In de bouw, waarin veel vaste banen zijn verdwenen en veel faillissementen zijn geweest, is het aantal uitzendkrachten tijdens de crisis juist 3 procent gestegen.

Ongeveer 20 procent van de 700.000 uitzendkrachten in 2012 werkte in de ‘overige zakelijke dienstverlening’ en bijna evenveel krachten werkten in de industrie. In elk van de sectoren ‘vervoer en opslag’, ‘bouw’ en ‘handel’ werkte bijna 9 procent.