Chocoladebeen

Catenaccio, buffelstoot, tiki-taka, Geheimfavorit. Voetbal heeft zijn eigen taaltje. Waar komen al die begrippen vandaan? Elke dag schrijven we over een mooi voetbalwoord. Vandaag: het chocoladebeen.

Het WK van ‘74, Nederland - Brazilië. De winnaar gaat naar de finale. In de 65e minuut stuurt Rensenbrink langs de linkerkant van het veld Krol weg. Die geeft voor op de invliegende Cruijff: 2-0.

De voorzet van Krol is met links. Een uitstekende voorzet dankzij veel trainingsuren - want zijn linker, dat is eigenlijk zijn chocoladebeen. Anders gezegd: het is het been waar hij liever niet mee schiet, maar ja, soms ligt de bal daar nou eenmaal het dichtstbij.

Chocoladebeen - het is blijkbaar zo’n woord dat je liever uitspreekt dan opschrijft. In NRC Handelsblad en de Volkskrant stond het de afgelopen twintig jaar geen enkele keer (!) afgedrukt, terwijl iedereen die iets met voetbal heeft het woord zal kennen. Het is een woord voor langs de amateurvelden, als een knullige spits de bal voor zijn verkeerde been krijgt en erover struikelt.

Op mijn vraag waar het woord vandaan komt, moest Onze Taal me het antwoord schuldig blijven. Maar: “Vermoedelijk iets als been voor de sier, nutteloos been.” Daarom is tweebenigheid zo’n groot goed onder voetballers. Zoals Robin van Persie, die naar eigen zeggen met het trainen van zijn rechterbeen begon toen hij zes of zeven was, een paar jaar nadat hij uit instinct voor links had gekozen als voorkeursbeen.

In het Duits kennen ze het woord ook (Schokoladenbein), maar in Australië blijkbaar nog niet. FC Utrecht-middenvelder en aussie Tommy Oar kreeg het in januari van dit jaar voorgelegd nadat hij met zijn zwakkere rechter had gescoord. “Mijn chocoladebeen? Geen idee wat je ermee bedoelt”, zei hij in het AD.

De krant schreef vervolgens: “Na uitleg beloofde Oar de chocolate leg ook Down Under te introduceren.”

De animatie boven dit stukje is voor nrc.nl gemaakt door Funk-e - Explanimation.