Antiekste belediging uit onze taal

eel mensen denken dat een dromerig zinnetje uit een liefdesliedje het oudste Nederlands is – iets over vogels die nesten begonnen zijn, behalve jij en ik, waar wachten we nog op. Dat liedje werd geschreven in de elfde eeuw, zo’n duizend jaar geleden.

Inmiddels zijn al veel oudere brokjes Nederlands opgedoken. Meestal zijn dat losse woorden, maar soms kan één zo’n oeroud woord je ineens terugslingeren naar een lang voorbije wereld.

Sinds vorige week kennen we bijvoorbeeld een vijftienhonderd jaar oud scheldwoord – mogelijk de antiekste belediging uit onze taal. Dankzij de Leidse promovendus Peter Alexander Kerkhof weten we nu hoe onze voorouders een man uitkafferden die zich anaal liet nemen. Hoewel, helemáál zeker weten we het nog niet, want er zijn twee mogelijkheden: konthond of wijf.

In de vroege zesde eeuw stelde de Germaanse stam van de Franken hun wetboek op schrift. Ze deden dat weliswaar in het Latijn, maar af en toe gebruikten ze ook een eigen, voor ons soms duidelijk herkenbaar, woord. Dankzij deze zogeheten ‘Salische wet’ weten we daarom dat er ook in de vroege middeleeuwen al sprake was van murdo wanneer iemand van het leven werd beroofd.

Er zijn redenen genoeg om de taal van die Franken als een voorloper van het Nederlands te beschouwen. Toen ze hun wet opstelden, hadden ze een groot gebied veroverd (Noord-Frankrijk, het Rijnland). Maar ze kwamen in de derde eeuw uit het gebied dat nu midden-Nederland is en hadden daarna nog eeuwenlang in het huidige België gewoond.

Schelden was voor de Franken een kwalijk misdrijf waarop hoge boetes stonden. Iemand voor ‘homo’ uitmaken was buitengewoon schandelijk. Althans: zeggen dat iemand een passieve homo was. Dat was iets voor slaven, niet voor Frankische edelen, die zich kennelijk – als het zo uitkwam – wel actief van een schandknaap mochten bedienen.

In de wet waar dat wordt uitgelegd, wordt het Latijnse woord voor schandknaap, cinaedus, ook nog even vertaald. Die vertaling loopt over van de ene regel op de volgende: aan het eind van de een staat quin en aan het begin van de volgende thac. Nu zijn er twee mogelijkheden: dat zijn twee woorden, of het is er één.

In het eerste geval was quin de belediging. Dat woord is dan verwant aan het Engelse queen en betekende in die tijd ‘vrouw’ of ‘wijf’. Thac is in dat geval een manier om in het Latijn uit die tijd ‘hiervoor’ te zeggen.

De andere mogelijkheid is volgens Kerkhof dat er wat fouten in het handschrift zijn geslopen, en dat er eigenlijk quinthunt stond. Dan betekent quint ‘kont’ (of ‘kut’, net als het Engelse cunt) en hunt ‘hond’. Kerkhof wijst er in zijn proefschrift op dat hondsvod dezelfde betekenis heeft. Immers, ook vod werd ooit gebruikt voor ‘vagina’.

Zelfs als we niet precies weten of onze voorvaderen elkaar nu uitmaakten voor hondsvot of voor wijf, zeker is in ieder geval dat zij niet alleen maar melancholiek voor zich uit mijmerden omdat ze nog niet begonnen waren met het bouwen van nesten.