Alpe d’Huez ligt voor eventjes in Yorkshire

De eerste twee etappes in het noorden van Engeland zorgden voor onderscheid in het klassement. Mollema kon ondanks een val aanhaken bij de favorieten.

Vincenzo Nibali kwam gisteren als eerste over de finish en de Italiaanse kampioen veroverde direct de gele trui. Foto Reuters

Hij geldt bepaald niet als iemand die snel onder de indruk is. Maar de mensenmenigten langs de heuveltjes in het Engelse Yorkshire hebben afgelopen weekend zelfs Bauke Mollema (Belkin) van zijn stuk gebracht. „Ja, dat was wel heel bizar ja”, zei hij gisteren na de tweede etappe van de Tour de France, van York naar Sheffield. Met recht constateerde toerismeorganisatie ‘Welcome to Yorkshire’ dat de twee Tourritten in het traditionele graafschap de lokale economie veel goed hebben gedaan.

Een dag eerder, in de rit van Leeds naar Harrogate, hadden de renners soms zelfs het idee gehad dat ze de 21 haarspeldbochten naar Alpe d’Huez aan het beklimmen waren. Op niet al te ingewikkelde colletjes, met verfranste namen als Côte de Buttertubs en Côte de Grinton Moor, bemoeilijkten de enthousiaste fans soms de doortocht voor het peloton. Tom Dumoulin (Giant) twitterde zelfs dat hij „nog nooit zo bang” is geweest in een koers. „We vinden het heel fijn als jullie voor ons juichen, maar blijf alsjeblieft van de weg af!”

Gisteren waren renners van Alpe d’Huez ineens beland in Luik. Normaal gesproken bezaait de organisatie de eerste dagen van de Tour met vlakke ritten, om de sprinters de kans te geven om hun kunsten te vertonen. Deze keer was de tweede etappe meteen een soort eendagsklassieker, met negen colletjes. De finale had veel weg van Luik-Bastenaken-Luik. De Saint-Nicolas, een steil klimmetje op vijf kilometer van de finish, heet in Sheffield ‘Côte de Jenkin Road’.

Het plan van de organisatie was om vroeg in de Tour al wat onderscheid te maken in het klassement. Dat is gelukt. Slechts twintig renners konden nog enigszins in het spoor blijven van de man die vanochtend is gestart als geletruidrager, de Italiaan Vicenzo Nibali (Astana).

Onder de eerste groep achtervolgers, die twee seconden moest toegeven op de ‘Haai van Messina’, bevonden zich één Nederlander – Mollema, de grootste vaderlandse klassementstroef – en de meeste favorieten. Enkele outsiders verloren zestien seconden, zoals de grieperige Laurens ten Dam (Belkin), de Franse klimmer Thibaut Pinot (fdj.fr) en de winnaar van de afgelopen editie van de Vuelta a España, de Amerikaanse ‘opa’ – hij is 42 – Christopher Horner (Lampre).

Algemeen werd verwacht dat de tweede etappe ten deel zou vallen aan de Slowaak Peter Sagan (Cannondale), de beste sprinter van alle renners die fatsoenlijk een bergje kunnen bedwingen. Maar toen Nibali op zo’n twee kilometer van de streep zijn beslissende aanval plaatste, bleef Sagan zitten. „Omdat hij mijn vriend is”, verklaarde hij na afloop doodleuk. In het wielrennen geldt dit als een ongebruikelijk cadeautje aan iemand die niet voor dezelfde ploeg rijdt.

Met zijn etappezege en de gele trui op zijn schouders neemt Nibali, in het verleden winnaar van zowel de Vuelta als de Giro d’Italia, sportieve revanche op zijn ploegleider, de regerend olympisch kampioen op de weg Aleksandr Vinokoerov. Volgens de Italiaanse krant La Gazetta dello Sport schreef de Kazach eind april een brief aan zijn kopman waarin hij betere prestaties eiste. „We betalen veel en willen resultaat. Er zijn geen excuses, we hebben nog geen prestaties gezien.”

Dat kan bepaald niet gezegd worden van de Duitser Marcel Kittel (Giant). Vorig jaar won hij vier etappes in de Tour, waaronder de eerste – en in Harrogate was het zaterdag meteen weer raak. Dat was extra knap omdat het geen vlakke finish was. De verwachting was daarom dat de Nederlandse Giant-formatie zou inzetten op Kittels landgenoot John Degenkolb, die iets beter bedreven is in sprintjes heuvelop.

Op zondagmiddag verklaarde algemeen manager Iwan Spekenbrink in de ploegbus van Giant dat zijn equipe rekening had gehouden met twee scenario’s. Als de koers heel hard gemaakt zou worden, zou Kittel de heuvels waarschijnlijk niet hebben overleefd. In dat geval zou de ploeg werken voor een zege van Degenkolb. Maar omdat het peloton zich wat inhield, kon Kittel mee met de voorste groep. Op de streep bleef hij Sagan nipt voor.

Opvallend genoeg vertoonde het befaamde ‘sprinttreintje’ van Giant zich pas heel laat aan kop van het peloton. Kilometerslang werd het werk overgelaten aan Omega Pharma-Quickstep, met Niki Terpstra in de gelederen. Dat was een bewuste keuze, grijnsde Spekenbrink een dag later. „Zeker op een iets lastiger terrein werkt het in je nadeel als je te vroeg de kop pakt. We hebben lang genoeg gewacht.”

Niet alleen kwam het team van Terpstra te vroeg op kop, ook verloor het met Mark Cavendish zijn belangrijkste troef. De Brit, wiens moeder geboren is in de finishplaats van zaterdag, veroorzaakte in de laatste halve kilometer een val door in volle sprint met zijn hoofd tegen de Australiër Simon Gerrans (Orica-Greenedge) aan te leunen. Beiden kwamen ten val en sleurden nog enkele renners met zich mee.

Met scheurtjes in zijn rechterschouder moest Cavendish de strijd staken, en dat terwijl de Tour mede ter ere van zijn prestaties naar Engeland was gekomen. Op zondag twitterde zijn echtgenote dat hij voor de tv zat en fanatiek zijn ploeggenoten aanmoedigde.

Ook Mollema kwam niet volledig ongeschonden uit de strijd. Een schaafwond op zijn elleboog verried wat ongemak onderweg. Vorig jaar was hij ook al gevallen in de eerste etappe, waarbij hij op enkele centimeters langs een lantaarnpaal vloog. Destijds sprak hij van een „relaxte Tourstart”. Deze keer zat hij „even niet op te letten” toen een collega-renner hem aansprak, waarna hij pardoes op de renner voor hem botste. „Niks ernstigs, ik kon gewoon weer verder.”

Vorig jaar werd Mollema zesde in het eindklassement. Dat belooft wat.