Zorg en de corporaties: de markt op zonder hart

21 juni 2014 – Edith Schippers wordt terecht beschouwd als een van de meest capabele ministers in het kabinet-Rutte II. Zoals zij deze week weer uren de volgende stap in de ontwikkeling van het zorgstelsel verdedigde in de Kamer: opgewekt, luisterend, koersvast. Petje af. Toch is het een kwestie van tijd voordat ook zij verschijnt

21 juni 2014 - Edith Schippers wordt terecht beschouwd als een van de meest capabele ministers in het kabinet-Rutte II. Zoals zij deze week weer uren de volgende stap in de ontwikkeling van het zorgstelsel verdedigde in de Kamer: opgewekt, luisterend, koersvast. Petje af. Toch is het een kwestie van tijd voordat ook zij verschijnt voor een parlementaire enquêtecommissie.

Om te zien waarom de voortgaande verbouwing van ons zorgstelsel moet leiden tot ontsporingen die alleen door een zware enquêtecommissie kunnen worden gereconstrueerd, is het handig dat er een enquête loopt naar de woningbouwcorporaties. Voorbij de Maserati en de derivaten ontdek je de holle kern in beide.

De verschillen tussen de gesubsidieerde huursector en de gezondheidszorg zijn talloos. En toch zijn er belangrijke overeenkomsten. Beide kwamen voort uit het eigen initiatief, waren lang verworvenheden van het maatschappelijk middenveld. Toen het particulier initiatief verzwakte viel de taak van georganiseerde solidariteit toe aan de overheid.

Dat was meer verlegenheid dan een greep naar de macht. Het misverstand dat we een te grote en te sterke overheid hadden was een handzaam ‘frame’ toen de Westelijke wereld de markt omhelsde. Dat misverstand resoneert tot op de dag van vandaag.

Vanaf de jaren ‘80 leven we in een paradoxaal bestel: op allerlei terreinen verklaart de overheid zichzelf duur, incompetent en inefficiënt vergeleken bij de markt. Tegelijk wordt – in ieder geval de Nederlandse overheid – aangesproken op het voorkomen van bijna alle risico’s en vormen van ongemak van de burgers. Zuchtend aanvaardt de overheid die zorgplicht, maar in ruil moet de burger zich wel schikken naar in toenemende mate dwingende instructies van door de overheid aangewezen uitvoerders. Dat zijn meer dan eens marktpartijen.

Toen Enneüs Heerma eind jaren ’80 met de ‘bruteringsoperatie’ de woningbouwcorporaties een zak geld meegaf en de markt opstuurde, was het Rijk financieel misschien bevrijd van de taak het volk te huisvesten. Mentaal en moreel niet. De christendemocratische bewindsman kon de operatie zien als een vorm van herstel van ‘soevereiniteit in eigen kring’. Alleen, die eigen kring bestond niet meer. Tegelijk werden de condities geschapen waarin forse ontsporingen mogelijk werden.

Corporatiedirecteuren moesten zelf de sociale taken invullen in de nieuwe, meer commerciële omstandigheden. Noch de aangepaste regels en doelstellingen noch het toezicht op de uitvoering waren voldoende duidelijk geregeld. Dat bleek weer even bij de hoorzitting van gister waar deskundigen het oneens waren over de vraag of het Waarborgfonds Sociale Woningbouw een toezichthouder is of niet. Onbekend wie de scheidsrechter was.

Hoe konden gedrag en beleid bij woningbouwcorporaties als Vestia, Rochdale en Woonbron zo uit de hand lopen? In ieder geval doordat van adequaat toezicht geen sprake was. Waar moreel besef, kennis van zaken en/of gezond verstand tekort schoten kon het royaal mis gaan. Bij veel corporaties hebben directeuren en besturen zich wel bij hun leest gehouden. Het is zuur dat zij financieel moeten bloeden voor de omhooggevallen ambtenaren die als Bul Supers hun corporaties te gronde richtten.

Het was pech voor minister Schippers dat zij deze week bij haar verdediging van meer zeggenschap voor de zorgverzekeraars verschillende keren geruststellend moest verwijzen naar het normatieve toezicht door de Nederlandse Zorgautoriteit. Om vervolgens iets vergoelijkends te zeggen over die NZa, die door een serie onthullingen, onder andere in deze krant, veel van haar autoriteit is kwijtgeraakt.

Ook hier sterke aanwijzingen van vage regelgeving en een directie die niet zelf aanvoelde dat je geen gunsten aanneemt van organisaties waar je toezicht op houdt. Knap dat de minister haar lachen kon houden toen zij meedeelde dat zij een externe accountant heeft gevraagd het declaratiegedrag van de NZa-directie tegen het licht te houden: helaas ook een sector die veel gezag is kwijtgeraakt door affaires waarbij de essentie van het publieke ambt niet helder voor de geest stond van betrokkenen. Het hart is eruit.

De minister van volksgezondheid ziet het als haar heilige taak ons minder te laten uitgeven aan onze gezondheid. Daartoe moeten zorgverzekeraars nu dwingender zorg gaan inkopen. De basisveronderstelling is ook hier onbewezen: de markt is efficiënter en kan beter beoordelen wat goede dienstverlening is tegen lagere kosten. Dat is misschien plausibel als het gaat om het aantal verrichtingen dat een arts of een afdeling per jaar verricht.

Ruimer gezien is het een fictie dat de zorgverzekeraars voor miljarden rotte peren kunnen wegsnijden uit het zorgaanbod. Gesteld dat er voor dergelijke bedragen slechte zorg wordt geleverd zonder dat we het nu weten, dan nog hebben de zorgverzekeraars niet de deskundigen of middelen om serieus kwaliteit te meten.

Wat hun rest is pesten. Steeds vaker zie ik brieven van zorgverzekeraars aan artsen, fysiotherapeuten, psychologen en andere zorgverleners waarin even onbeholpen als hooghartig bureaucratische voorwaarden worden gesteld. En wordt gedreigd met verlaagde uitbetaling of ‘geen contract’. Willekeur.

Ook het nieuwe Kwaliteitsinstituut zal dit gapende gat in de plannen voor de volgende fase van het zorgstelsel niet snel wetenschappelijk kunnen dichten. Forse salarissen zijn er al in de zorgbureaucratie. Een paar doden door te goedkope pillen of een geweigerde behandeling en de enquêtezaal kan worden geboekt.

email: opklaringen@nrc.nl; twitter: @marcchavannes