Column

Duivels

De Vlaamse zanger Tom Barman keek de zaal in. Ik zat op de tweede rij en zag zijn ogen vlammen. „Het volgende stuk gaat over de halve finale: België tegen Holland!” riep Barman, bekend als voorman van dEUS, maar nu in Rotterdam met Taxiwars.

De drummer tikte af. Hoog tempo. Wilde bas. Schreeuwende saxofoon. En daaroverheen de vervormde, raspende stem van Barman. Ik hoorde het woordje ‘kill’ in de tekst. Dat het maar duidelijk was: wij – die arrogante Hollanders – wij gingen eraan tegen de Belgen.

Na het concert stond ik met Barman op het terras met uitzicht over nachtelijk havenwater. We waren het eens: België tegen de Verenigde Staten was de mooiste wedstrijd tot nu toe.

Barman glom van trots. De Bruyne, een meester. Keeper Courtois, geweldig. En dat onophoudelijk heen en weer lopen van Jan Vertonghen, man, wat een longen moest hij hebben.

Waar kwam dat mooie voetbal van België vandaan?

Tom zette zijn glas wodka op tafel en begon als een wildeman te scheppen met een niet bestaande schep. Zogenaamde klei vloog door de lucht. „Zulke jongens uit Vlaanderen stonden in het team. En uit Wallonië hetzelfde simpele volk: allemaal blank, niet heel technisch.”

Met jaloezie had hij altijd gekeken naar Nederland. Barman: „Wij lagen mijlenver achter op jullie. Holland speelde al jaren met fantastische spelers uit andere culturen. Dat doen wij nu pas.”

Ik vertelde hem hoe dol ik was op de Rode Duivels dit toernooi. Puntje van kritiek: het kost te veel moeite om te scoren. Dat ging Nederland beter af: „Tom, daar hebben wij de dodelijke Robben voor.”

Robben?

Daar was het vuur weer in zijn ogen. Barman deed zijn armen wijd, maakte suisgeluiden en zweefde tergend langzaam over een niet bestaande schoen van een tegenstander. Hij viel en viel en viel.

„Eerst pakken we Messi en daarna jullie. Tot ziens in de halve finale”, zei Barman.

De zanger stapte op. Even later ging een rood huurbusje op weg naar de grensovergang bij Hazeldonk.