Waarom Duitsers in Europa investeren

Een van de meest belobbiede mensen in Brussel is de aanstaande kabinetschef van de nieuwe Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker: Martin Selmayr, een Duitser die vier jaar lang het bureau van de Luxemburgse Eurocommissaris Viviane Reding (Justitie) heeft geleid. Eurocommissarissen die aanblijven of aantreden, en vele anderen die op een (betere) baan hopen bij de wisseling van de wacht – allemaal weten ze dat je bij Selmayr moet zijn.

Hij is slim en georganiseerd en weet exact wat hij wil. Hij noemt zichzelf ‘Professor Dr.’ – hij doceert Europees Economisch en Financieel Recht aan de universiteit van Saarbrücken – maar hij is pas 44 en zeer toegankelijk. Voor Jüncker heeft hij een geoliede verkiezingscampagne gerund. Zonder hem zou de Luxemburgse oud-premier, die nogal chaotisch is, het als chef van ruim 25.000 Commissieambtenaren nog geen week uithouden.

Waarom verdient Selmayr hier aandacht? Omdat er in Brussel momenteel veel hooggeplaatste Duitsers zijn. Velen opereren achter de schermen. Maar ze zijn machtig. Dit zijn geen lakeien van Berlijn – de zelfbewuste jurist Selmayr al helemaal niet. Hij clasht geregeld met de Duitse regering en anderen. Het toont wel aan hoe hevig Duitsers in Europa investeren.

‘Die man is te goed om naar Brussel te sturen’ – zulke argumenten hoor je in Duitsland minder vaak dan in Nederland. In speeches praat Angela Merkel over Europa. De verkiezingen in mei waren in Duitsland écht Europees. Duitsers kiezen doelbewust voor een Europese carrière, via het Europees Parlement of de ambtenarij. Velen beginnen onderaan de ladder en klimmen langzaam op. De enige anderen die dit stelselmatig doen, zijn de traditioneel Europagezinde Belgen. Het aantal carrièremakers uit landen waar de euroscepsis groeit, zoals het Verenigd Koninkrijk, zie je in Brussel juist afnemen.

De kabinetschef van vertrekkend Commissievoorzitter José Manuel Barroso is ook een Duitser: Johannes Laitenberger, die ooit met Selmayr woordvoerder is geweest. De Duitse secretaris-generaal van de Europese Raad, Uwe Corsepius, heeft met Pruisische discipline de stal van zijn Franse voorganger schoongeveegd. De secretaris-generaal van het Parlement is de Duitser Klaus Welle, een van de bedenkers van de Spitzenkandidaten. Martin Schulz blijft parlementsvoorzitter. Zijn landgenote Helga Schmid is onder-secretaris-generaal bij de Europese buitenlandse dienst. De Europese Investeringsbank wordt gerund door Werner Hoyer, het noodfonds ESM door Klaus Regling. Nu fluistert men dat de president van de Bundesbank, Jens Weidmann, Mario Draghi wil opvolgen als ECB-president: er gaan geruchten dat Draghi de volgende president van Italië wordt.

Martin Selmayr begint officieel pas in november, als de Commissie aantreedt, maar moet nu al zorgen dat de overgang Barroso-Juncker soepel loopt. Hij zal een zwaar stempel drukken op de inhoudelijke agenda, benoemingen en de communicatiestrategie. Voor Viviane Reding regelde hij alles zeer efficiënt – en nóg maakte hij een ontspannen indruk. Men zei dat híj eigenlijk commissaris was. Toen iemand opmerkte dat Juncker zoveel ambtenaren niet kan managen, zou Selmayr gezegd hebben: „Maar ik wel.”

Berlijn botste met hem over nationale reddingsfondsen voor banken en vrouwenquota voor bedrijven. Maar ze zijn blij dat Selmayr, een conservatief, het Europees Parlement (lees: Welle en Schulz) de pas heeft afgesneden, toen het hem inhoudelijke prioriteiten wilde dicteren. „De EU spreekt Duits”, schreef de Frankfurter Allgemeine. Zo wordt de Duitse politiek wat Europeser en de Europese politiek meer Duits – en komt Europa een beetje dichterbij voor de Duitse burger. Wordt het niet eens tijd dat Nederlanders zich door deze Duitsers laten inspireren?