Voetbal, oké, maar er is ook een film met Doris Day

De hele wereld is verslaafd aan voetbal, overdreef de Britse schrijver David Winner vorige week zaterdag in een artikel in deze krant. Vaststaat dat mondiaal talloze mensen het wereldkampioenschap volgen. Vier jaar geleden bekeken naar schatting 3,2 miljard belangstellenden het toernooi op tv. Naar verwachting zijn het er dit jaar weer meer. Ook in Nederland zorgen wedstrijden van het nationale team op wereld- en Europese kampioenschappen steevast voor kijkcijfers waar andere tv-programma’s alleen maar van kunnen dromen. Meer dan acht miljoen kijkers (vanaf zes jaar) die thuis voor zulke voetbalwedstrijden voor de buis zitten, is geen uitzondering. Inclusief degenen die buitenshuis bij tv stonden of zaten, zagen hier 11 miljoen mensen de wedstrijd van Oranje tegen Mexico.

Een indrukwekkend aantal. Waarmee niet gezegd is dat ‘iedereen’ van voetbal houdt. Er kijken ook enkele miljoenen Nederlanders niet. Omdat ze te jong zijn, moeten werken, er gewoonweg niet van houden of er zelfs een afkeer van hebben. Zij kunnen zich troosten: met een boek, met een bioscoop- of theaterbezoek waarvoor meestal nog wel kaartjes verkrijgbaar zijn, of ze kunnen naar een restaurant – reserveren is dezer dagen vaak niet nodig. Op tv zijn er bovendien nog genoeg zenders waarop geen bal te zien is; misschien wel, willekeurig voorbeeld, een film met Doris Day.

Dat het WK menigeen bezighoudt, kan dat andere deel van de Nederlanders niet ontgaan. Oranjegekleurde straten, massale bezoeken aan pleinen met grote tv-schermen en kranten die er wel pap van lusten. Radioverslaggevers klinken soms hysterisch. Het voetbal roept onmiskenbaar nationalistische gevoelens op. De intensiteit waarmee de volksliederen op het veld en op de tribunes in Brazilië dezer dagen worden meegezongen, wekt de suggestie dat het om veel meer gaat dan een wedstrijd die op het punt van beginnen staat. Dat is gelukkig niet zo: het gaat slechts om een duel tussen twee nationale teams die vaker dan de tegenpartij de bal in een doel met een net willen schoppen of koppen.

De verbroedering die voetbal teweeg kan brengen, in stadions, op pleinen en straten, in cafés, in achtertuinen, is gelukkig grotendeels onschuldig. Het zorgt voor een goed humeur, een opleving van sociale contacten en tijdelijk verhoogde omzet in supermarkten en andere winkels waar oranje prullaria verkrijgbaar zijn. Veel mensen hebben behoefte om ‘erbij’ te zijn of te horen, ook als ze zelden of nooit een voetbalstadion van binnen hebben gezien. Het succes is van velen, vooral ook van de Nederlanders die in het buitenland trots kunnen verhalen over het voetbal van hun land.

Chauvinisme is de andere kant. Twee Nederlanders zaten 13 juni in een bomvol Spaans café, verder geheel gevuld met optimistische Spanjaarden, wier vrolijkheid alleen maar luider werd toen hun land met 1-0 voorkwam tegen Nederland. Toen de rollen waren omgedraaid, bij de stand van 3-1 voor Nederland werd dat zo gevoeld, stroomde het café leeg. Op die twee na. Het nationale gevoel overtreft bij menigeen de sportieve belangstelling voor de sportwedstrijd die zich voor hun ogen afspeelt. Of afspeelde.

De impact van het WK is groot, maar laten we niet blind zijn voor de schaduwkanten ervan. Te veel Brazilianen hebben te lijden onder een manifestatie die megalomaan is, waarvoor meer stadions werden gebouwd dan er nodig waren – en dat in een land waar menige favela het zonder riolering moet stellen. Dat is primair te wijten aan de Braziliaanse autoriteiten, maar ook wereldvoetbalbond FIFA valt aan te rekenen dat zij toernooien toewijst aan landen die er feitelijk niet aan toe zijn. Dat mogelijk corrupte praktijken hierbij momenteel in onderzoek zijn, geeft te denken. Zoals ook eventuele matchfixing waar spelers van Kameroen bij betrokken zouden zijn, een smet op dit WK kan werpen.

Het is allemaal geen reden voor de liefhebbers om niet te genieten van de sport. Ze mogen hopen op voortgaand succes van het Nederlands elftal, dat al verder is gekomen dan algemeen werd verwacht. Onvoorspelbaarheid, verrassingen zijn juist de ingrediënten die voetbal aardig kunnen maken. Deze zaterdagavond speelt Nederland de kwartfinale. Dus kan de euforie zondag voorbij zijn. Jammer, maar meer dan een verloren voetbalwedstrijd is er dan niet aan de hand.