Toen sloegen ze ons huis kapot

Officieel zijn er geen verdachten van de dood van drie Israëlische tieners. Maar in de Palestijnse stad Hebron heeft Israël de huizen van de mogelijke daders al verwoest.

Week van geweld

Tijdens het breken van het vasten op maandagavond, vlak nadat Israël de lichamen van drie dode tieners had gevonden in bezet Palestijns gebied, omsingelden honderden Israëlische militairen het huis van de familie Abu Aysha in de grote Palestijnse stad Hebron. „Alle 25 familieleden werden verzameld in een kamer”, vertelt moeder Nadia (50), „en toen sloegen ze ons huis kapot”.

In het huis is goed te zien hoe stalen deuren zijn verbogen met breekijzers, houten deuren open zijn gehakt, ramen zijn ingeslagen en de stenen trap is bewerkt met een bijl. Alle huisraad is beschadigd. Alle banken met messen besneden, alle servies in gruzelementen. Suikerpotten omgekeerd.

Daarna werd de familie naar buiten gebracht en detoneerde het leger een explosief op de bovenverdieping. Daar woonde zoon Amer (33) met zijn vrouw en drie kinderen. Hij wordt vermist sinds 12 juni, de dag dat ook de drie Israëlische tieners verdwenen. Israël beschuldigt Amer. Zijn kinderen schreeuwden van angst bij de ontploffing. Ze durven het huis niet meer in. Het is ook onbewoonbaar. In de woonkamer van Amer rest alleen nog een geblakerde hanglamp.

Deze week laaide het Israëlisch- Palestijnse conflict weer hevig op. Op de vondst van de dode Israëlische tieners volgden een luide roep om wraak en militaire operaties tegen Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook, vanwaar projectielen op Israël werden afgevuurd. In Oost-Jeruzalem sloeg de vlam in de pan na de vondst van een gedode Palestijnse tiener. Bij zijn begrafenis, vrijdagmiddag, braken opnieuw stevige rellen uit. Wie de tieners hebben gedood, doet er al bijna niet meer toe. Emoties worden feiten.

Amer kan de Israëliërs niet hebben ontvoerd, zegt zijn moeder Nadia. Hij zou zes jaar geleden een klap op zijn hoofd hebben gehad en niet meer helemaal bij de pinken zijn. Volgens haar is Amer ook geen lid van de fundamentalistische Hamas-beweging, zoals Israël beweert. Op de gang hangt wel een Hamas-poster van Amers broer, die in 2005 werd doodgeschoten, volgens Israël omdat hij een explosief naar een legerpatrouille wilde gooien. Amer is in het verleden tweemaal opgepakt door Israël. Waarom wil Israël niet zeggen.

Waar haar zoon Amer nu is, weet moeder Nadia niet, zegt ze. Ze denkt dat Israël hem heeft opgesloten, om hem te kunnen gebruiken als zondebok. Israël arresteerde deze week ook haar zieke echtgenoot, twee andere zonen, haar schoonzoon. Het leger kwam na maandagavond vijf keer terug. „Om te provoceren”, zegt Nadia, „en ons het leven zuur te maken”.

De familievilla van Marwan Kawasme (29), de tweede verdachte van de moord op de drie Israëlische tieners, verkeert nagenoeg in dezelfde staat. Een hoek op de bovenverdieping eruit geblazen, binnen alles kapot. Buren halen nog een gaaf kinderfietsje vanonder het puin in de tuin uit.

De moeder van Marwan wil eigenlijk niet praten met de pers. Want daarna staan de soldaten steevast op de stoep. „Het is wraak”, zegt moeder Emnih (49). „Ze zoeken niets. Ze nemen niets mee. Ze breken alleen maar.” Ook zij ontkent dat haar zoon Hamas-lid is. „Hij was een kapper.”

Familievriend Abdel Ohmran gelooft – net als de meeste Palestijnen – niets van de Israëlische versie van de gebeurtenissen . „Ik heb Marwan lesgegeven op de universiteit. Hij was heel beleefd en rustig. Zijn vrouw is acht maanden zwanger van zijn eerste kind. En waar is het bewijs?” De Israëlische premier Netanyahu heeft een gat in het huis van de Kawasmes laten blazen om te laten zien dat hij een sterke leider is, zegt Ohmran, een besnorde vijftiger die prat gaat op zijn doctorstitel. „Als Marwan echt drie Israëliërs had gedood, had Israël wel het hele huis platgelegd.”

Afschrikking

In een andere zaak oordeelde het Israëlische Hooggerechtshof dinsdag dat het leger het huis van een Palestijnse moordverdachte mocht vernietigen. Activisten hadden zich hiertegen verzet omdat het verwoesten van het huis ineffectief zou zijn en onschuldige familieleden zou benadelen. De staat riposteerde dat het vernietigen van het huis nodig was om potentiële aanslagplegers af te schrikken. En won. Maar in deze zaak was de verdachte aangeklaagd. De zaak van de drie tieners kent officieel geen verdachten.

Toch begon Israël na hun verdwijning een grote militaire campagne op de Westelijke Jordaanoever. Het verrichtte meer dan 600 arrestaties. Vooral Hamas-leden waren doelwit. Bij protest tegen de legeractie vielen zes Palestijnse doden, onder wie ook tieners. En de campagne gaat door. Inwoners van Hebron kunnen hun stad nauwelijks nog in of uit.

Confrontaties tussen Palestijnen en Israëlische veiligheidsdiensten verplaatsten zich de afgelopen drie dagen naar Oost-Jeruzalem, waar bij hevige rellen meer dan 200 Palestijnen gewond raakten. Aanleiding was de vondst van het verbrande lichaam van een Palestijnse tiener in een bos. Volgens de Palestijnen was hij ontvoerd door Israëliërs, uit wraak wegens de gedode Israëlische tieners. Israëlische media verspreidden het gerucht dat de jongen homoseksueel was en daarom door zijn eigen familie is gedood. De Israëlische politie onderzoekt de toedracht nog. Maar voor Palestijnen staat die al vast. Zij vertrouwen het onderzoek per definitie niet.

De hele stad kookte

Een wraakactie zou nauwelijks verbazen, gelet op de leuzen die demonstraten in Jeruzalem scandeerden na de vondst van de drie Israëlische tieners: „wraak!” en „dood aan de Arabieren”. De politie kon dinsdag amper voorkomen dat Palestijnen werden gelyncht. Ook de Israëlische premier zwoer wraak. Hatelijkheden jegens Palestijnen worden ook breed verspreid via sociale media.

De Palestijnse woede was de afgelopen dagen af te meten aan de stenenregens van de jongeren in Oost-Jeruzalem. Oudere Palestijnen zijn eerder bang dan boos, zegt Imad Kamal (56), die in Oost-Jeruzalem op een stilstaande scooter zit. Gebedsketting in de ene, mobieltje in de andere hand. Op zijn voorhoofd een bidvlek, op zijn arm een tatoeage met hartjes.

„Elke vader en moeder is bezorgd”, aldus Kamal. „We laten onze kinderen niet meer alleen over straat gaan als dat niet nodig is. We zijn bang dat ze worden ontvoerd. Net als de Joden zoeken ook wij Palestijnen veiligheid. Maar niemand beschermt ons.”

Wat Kamal de laatste dagen in Jeruzalem zag, had hij lang niet meer gezien. „De hele stad kookte.” Hij vreest dat het geweld voorlopig aanhoudt. „Het wordt een heel hete Ramadan.”