Syrië, Israël, Egypte: de strijd gaat over water

Zonder duidelijke afspraken over de grensoverschrijdende waterreserves kunnen de eerste echte wateroorlogen eerdaags uitbreken in de verschroeide sikkel rond Europa, meent Jonathan Holslag.

Laatst, op een bijeenkomst over water, sprak een expert over de mogelijkheid om zout uit zeewater te filteren met behulp van een speciaal membraan. De hele installatie zou worden aangestuurd door zonnepanelen en was op die manier aantrekkelijk voor ontwikkelingslanden. Tenminste, tot de prijs ter sprake kwam. Een kubieke meter ontzilt water kost 1,50 euro per dag. Ter vergelijking: de zelfvoorzienende landbouwer verdient slechts 2,50 euro per dag. Er is dus een groot probleem.

In de jaren zestig werd het eerste belangrijke rapport van de Verenigde Naties over waterschaarste vrijgegeven. In die tijd kon het merendeel van de wereldbevolking nog rekenen op meer dan 10 kubieke meter zoet water per dag. In de jaren zeventig, toen de Verenigde Staten en de Europese Unie de piek van hun babyboom bereikten, beschikten hun burgers zelfs over 25 kubieke meter per dag.

In de toekomst wordt dat anders. Ten zuiden van de Sahara en in Zuid-Azië, waar de bevolking spectaculair zal toenemen, neemt de beschikbaarheid van zoet water af: van 9 kubieke meter per dag vandaag tot 5 kubieke meter in 2050.

De meest problematische regio is echter de verschroeide sikkel rondom het grootste deel van Europa. In Noord-Afrika en het Midden-Oosten zal het beschikbare zoet water per inwoner dalen van 4 kubieke meter per dag tot 3 kubieke meter in 2050. En circa 43 procent van de bevolking in dit gebied is afhankelijk van agricultuur.

Dit heeft een verwoestend effect op de stabiliteit in de regio. De intense droogte van 2006 leidde ertoe dat tienduizenden werkloze mannen in Syrië het verarmde platteland verlieten voor de grote steden, waar ze een vat van frustratie zouden vormen. Voor een deel droeg dit bij aan de uitbraak van de Syrische burgeroorlog. Egyptische boeren protesteren regelmatig tegen de afnemende hoeveelheden irrigatiewater. In 2012 leidden de watertekorten tot manifestaties waar doden bij vielen.

Door de droogte in de Sahel vluchtten honderdduizenden mensen naar steden als Algiers of Tanger. Criminaliteit en geweld gingen de hoogte in. Slechts een klein aantal slaagde erin om de Middellandse Zee over te steken, naar Europa.

Overheden gebruiken water vaak als een bron van invloed. De Libische leider Moammar Gaddafi was in dit opzicht meedogenloos. Stammen die niet trouw aan hem waren, werden afgesneden van de watervoorraad. De hem welgezinde steden daarentegen, werden bevoorraad met water uit de zogenoemde Great Man-made River, een waterbevoorradingsproject dat het cruciale Nubian Sandstone Aquifer System, waarop ook Soedan en Tsjaad vertrouwen, in snel tempo uitput. In landen als Tunesië, Marokko en Egypte is deze vorm van discriminatie subtieler. Overheden controleren het water om grote landbouwbedrijven te bevoorraden en geven banen aan werknemers die hen politieke trouw zweren.

Maar water is ook een wapen in de machtsstrijd tussen verschillende staten. Turkije controleert de bovenloop van de Tigris en de Eufraat en kan dat bezit inzetten als ruilmiddel tegen Irak. Egypte kijkt met argusogen toe hoe stroomopwaarts gelegen landen als Ethiopië dammen bouwen en dreigde zelfs met gewapende acties tegen de bouw van de Grand Ethiopian Renaissance Dam op de Blauwe Nijl. De meest fanatieke beoefenaar van deze ‘hydrohebzucht’ blijft echter Israël. Israël functioneert als een enorm pomphuis dat belangrijke waterreserves uitput, zoals de Jordaan, de Golanhoogten en de aquifier langs de kust.

De waterellende in deze verschroeide sikkel wordt dus verergerd door een machtsstrijd, door economische problemen als gevolg van de demografische groei van de regio en door de verwoestende druk van migratie in deze wig van ontbering.

De huidige landbouwsystemen in de regio kunnen niet langer steun bieden aan zoveel mensen. Tegelijkertijd kunnen steden, vanwege het tekort aan banen in de industrie, niet langer de grote instroom van migranten van het platteland herbergen. Daar bovenop hebben schuchtere pogingen tot geboortebeperking in de regio hun doel gemist.

In de zoektocht naar inkomsten ondersteunen de overheden grote boerderijen die Europese supermarkten tijdens de winter bevoorraden met aardbeien, maar hun eigen burgers laten ze in de kou staan. De oplossing is waarschijnlijk niet te vinden bij grootschalige landbouw, maar bij efficiëntere, kleinschalige landbouwprojecten die moeten voorkomen dat de grote steden oncontroleerbaar worden.

Toch is de kans reëel dat zonder duidelijke afspraken over grensoverschrijdende waterreserves weldra de eerste echte wateroorlogen zullen uitbreken in deze regio. Turkije en Israël hebben misschien het geluk dat hun buurlanden te zwak zijn om weerstand te bieden. Maar de nationalistische generaals in Egypte zullen vast en zeker Ethiopië aanvallen indien dat land nog meer water uit de Nijl overhevelt.

De verschroeide sikkel kan zo uitgroeien tot een brandhaard – meer nog dan vandaag al het geval is.