Stoelendans van de accountants

Beursgenoteerde bedrijven mogen vanaf 2016 nog maar acht jaar hetzelfde accountantskantoor hebben. Dat is beter voor de kwaliteit, is de gedachte. Het grote bieden is al begonnen. En de prijzen zijn gedaald.

Accountantskantoren moeten heel wat doen om nieuwe klanten te krijgen. Lobbyen om überhaupt te worden uitgenodigd voor de selectie. Zich wekenlang verdiepen in de financiën van het bedrijf. Allerlei divisies bezoeken, in binnen- en buitenland. Uitblinken in testopdrachten. Verschillende partners aanbieden, zodat de klant kan kiezen. Een perfecte finale pitch geven. En natuurlijk niet te veel geld vragen voor de toekomstige diensten.

Een hoop gedoe. En soms voor niks. Maar als een kantoor wél wint, is de beloning groot. De controle van een beursgenoteerd bedrijf levert al gauw miljoenen op. En zulke opdrachten liggen meer dan ooit voor het grijpen.

Beursgenoteerde bedrijven en financiële instellingen mogen vanaf 2016 namelijk niet meer langer dan acht jaar hetzelfde accountantskantoor hebben. Nu worden de meeste bedrijven veel langer dan acht jaar door hetzelfde kantoor gecontroleerd. Door vaker te wisselen moet de accountant onafhankelijker worden – en daardoor van betere kwaliteit.

De verplichte roulatie heeft een ongekende wisseling in gang gezet. Of dit inderdaad leidt tot grotere onafhankelijkheid, moet blijken. Maar uit gesprekken met accountantskantoren en AEX-bedrijven die moeten wisselen blijkt dat er ook andere gevolgen zijn – die niet door iedereen even gewenst zijn.

1 Kwaliteit onder druk

Allerlei groepen, van beleggers tot politici, roepen om betere, betrouwbaardere accountants. Reden is de lange reeks schandalen waarin inmiddels alle vier de grote kantoren – de big four – voorkomen.

Deloitte raakte in opspraak met zijn rol bij de boekhoudfraude door Ahold. EY moest voor miljoenen schikken vanwege de falende controle van het failliete ICT-bedrijf Landis. KPMG schikte eind vorig jaar met justitie vanwege het verhullen van omkoping. In april kwam daar de verdenking bij van belastingfraude bij de bouw van het eigen hoofdkantoor. En in mei stelden de curatoren van het failliete energiebedrijf Econcern accountant PwC aansprakelijk vanwege het „klakkeloos” goedkeuren van gemanipuleerde cijfers.

Dit soort schandalen moet worden uitgebannen. De verplichte roulatie moet daaraan bijdragen. Maar de accountantskantoren vrezen dat de stoelendans op korte termijn juist tot minder kwaliteit leidt. „Ik ben ervan overtuigd dat een nieuwe accountant in het tweede jaar tegen dingen aanloopt die hij eigenlijk in het eerste jaar had willen zien”, zegt bestuursvoorzitter Marcel van Loo van EY. Het doorgronden van een nieuw bedrijf is volgens hem „ontzettend lastig”.

„Een hels karwei”, noemt bestuurder Michael de Ridder van PwC het. „Er is al druk op ons beroep. De kwaliteit moet dus direct bulletproof zijn.”

Die kans was volgens De Ridder groter geweest als bedrijven een langere periode hadden gehad om over te stappen – eind 2012 werd besloten dat bedrijven voor 2016 moeten wisselen. Dat klinkt misschien als veel tijd, maar in de praktijk is de selectie een proces van maanden. Bedrijven moeten hun keuze begin 2015 al hebben gemaakt, zodat aandeelhouders er nog over kunnen stemmen. Bovendien willen grote bedrijven de beste accountants, en dus maken zij haast.

2 Lagere prijzen

Nooit eerder hoefden accountantskantoren de strijd om klanten zo direct aan te gaan. Dat ze belangrijke klanten verliezen, staat vast. Het winnen van nieuwe grote klanten is van levensbelang. Dat hebben bedrijven die moeten wisselen ook in de gaten. Zij proberen ervan te profiteren.

Sinds de accountantscarrousel is gaan draaien, zijn de prijzen gedaald, zeggen de grote vier. Van Loo schat dat de fees 10 tot 25 procent zijn gedaald. Andere kantoren bevestigen dat de prijzen onder druk staan. Er zijn „zorgen over het feit dat de prijs veel weging krijgt als selectiecriterium”, zegt bestuurder Marco van der Vegte van Deloitte. Dat zet „druk op de beoogde kwaliteit”. Desgevraagd noemen AEX-bedrijven de prijs inderdaad als een van de doorslaggevende criteria.

„Uiteindelijk runnen we een business”, zegt Derk Haank, commissaris bij KPN en voorzitter van de selectiecommissie. Het telecombedrijf hanteert een lange lijst selectiecriteria. „Maar als we verschillende kantoren geschikt achten, kiezen we de goedkoopste offerte.” Zowel EY als KPMG werd kundig bevonden. Maar EY vroeg minder geld – en versloeg de concurrent. De fee die EY straks ontvangt, ligt „tientallen procenten” lager dan die KPN’s huidige accountant PwC krijgt.

En dat is niet alles: de kantoren zeggen het eerste jaar veel meer uren kwijt te zijn aan een nieuwe klant, om zich in te werken. Tot wel een kwart meer. „We hebben geprobeerd die transitiekosten bij de klant te leggen”, zegt Michael de Ridder van PwC. „Maar dat is ons niet gelukt.” De andere kantoren beamen dat de extra kosten grotendeels voor eigen rekening zijn.

3 Overbodige expertise

Een bank controleren is iets anders dan een bouwer of een bierbrouwer. Accountants specialiseren zich in sectoren. Wie veel klanten in zo’n categorie verliest en er nul terugwint, zit met overbodige kennis.

Met dat probleem krijgt EY te maken. Het kantoor controleert van oudsher veel banken en verzekeraars: ING, Rabobank, BinckBank, Van Lanschot, Aegon, Delta Lloyd. De nieuwe wetgeving gaat gelden voor alle financiële instellingen, beursgenoteerd of niet. Het staat vast dat EY meer financiële klanten verliest dan het kan winnen. Jammer voor al die accountants die zich jarenlang hebben gespecialiseerd in de controle van banken. Want: „Iemand die altijd banken heeft gecontroleerd, kan niet ineens lead partner worden bij Shell”, zegt Van Loo van EY. „Die mist te veel kennis en ervaring.”

Wat moeten die accountants dan straks gaan doen? Van Loo: „Ze kunnen bij een buitenlandse EY-vestiging aan het werk. Of hier, in de adviestak.” Hij „sluit niet uit” dat er transfers komen naar concurrenten met financiële klanten. Al verwacht hij dat dit „zeker op partnerniveau een uitzondering zal zijn”.

Andere accountantskantoren hebben een minder eenzijdige expertise, en azen op het klantenbestand van EY. Runner-up met de meeste financiële expertise is traditioneel KPMG. Dat kantoor neemt vermogensbeheerder Robeco over van EY. Verzekeraar Aegon koos voor PwC, BinckBank voor Deloitte. De rest moet nog kiezen. „Daar hopen we nog een mooi marktaandeel te winnen”, zegt bestuurder Marc Hogeboom van KPMG.

4 Blijvende dominantie

De vier grote kantoren zijn zwaar dominant op de beurs: zij controleren de vijftig grootste fondsen. Onder kleinere fondsen hebben kleine kantoren een minimarktaandeel. Het doorbreken van de almacht van de groten wordt gezien als een gunstig bijeffect van de verplichte roulatie: meer gezonde concurrentie. Maar inmiddels is duidelijk dat de bekende namen dominant blijven. KPN heeft wel overwogen de kleinere kantoren uit te nodigen, zegt Haank. Maar het bedrijf zag daar toch vanaf. „Het was niet eerlijk geweest ze tijd en geld te laten stoppen in iets waarop ze eigenlijk bij voorbaat geen kans maakten.” KPN is volgens hem „te complex en internationaal” voor een kleiner kantoor.

Ook bij chipmachinebouwer ASML, die nu bezig is een accountant te kiezen, zitten geen kleine kantoren in de selectie, laat corporate controller Joost Stienen doorschemeren. „We kijken: hebben ze de expertise huis?” De conclusie: niet genoeg. Het is een kip-eiverhaal: klanten willen accountants met veel ervaring met grote beursfondsen en kleine kantoren krijgen de kans niet die op te doen.

BDO, nummer vijf in Nederland, heeft actief geprobeerd aan tafel te komen, zegt bestuursvoorzitter Jouke Jelgerhuis. Hij werd ook uitgenodigd. „Ook door twee AEX-fondsen.” Tot nu toe heeft BDO in het roulatiegeweld twee nieuwe beursklanten gewonnen. Allebei kleine fondsen. Tegelijk verloor het er twee, aan PwC en KPMG. De reden? „Gevestigd denken”, vermoedt Jelgerhuis. De selectiecommissie bestaat vaak uit „gevestigde orde”.

Het nog kleinere Mazars werd nog nergens uitgenodigd, zegt bestuursvoorzitter Paul Steman, ondanks pogingen daartoe. Geen verrassing, zegt hij. Mazars heeft vooraf een „realistische inschatting” gemaakt. Het kantoor gaat nu investeren in relaties met beursfondsen. Want markt voor kantoren als Mazars is er wel, denkt Steman. Niet elk bedrijf zit volgens hem te wachten op de „grote en gewichtige” big four. „Wij zetten in op de volgende ronde.”

Over acht jaar weer een kans.