Senhor do Bonfim

Ik loop al drie weken met een oranje bandje om mijn pols, schrijft Tim de Wit vanuit Brazilië. Een geluksbandje, vernoemd naar de beschermheilige voor de goede afloop: Senhor do Bonfim. Een traditie die niet geheel toevallig afkomstig is uit Salvador, de speelstad van vanavond.

Een gezamenlijke foto van de teams die het tegen elkaar opnamen in de favela.

Ik loop al drie weken met een oranje bandje om mijn pols. Een Braziliaans geluksbandje, vernoemd naar de beschermheilige voor de goede afloop: Senhor do Bonfim. Een traditie die niet geheel toevallig afkomstig is uit Salvador, de speelstad van vanavond.

Ik kreeg het omgebonden tijdens een bezoek aan Mangueira, een favela in Rio de Janeiro. Tijdens het leggen van de drie knopen moest ik drie wensen doen die, nog voor het bandje van mijn arm valt, zullen uitkomen. Dat wilde ik weleens zien.

‘Over favela’s hoor je niets dan ellende’

Ik was met een groep vrienden in Mangueira om niet alleen maar achter de WK-fanfare aan te lopen. En over favela’s hoor je niets dan ellende. Drugsbendes die oorlog voeren met de politie. De politie die enkele jaren geleden deze sloppenwijken ‘pacificeerde’, lees: met grof geweld schoonveegde.

“Op de straat waar we nu lopen, kon je drie jaar geleden absoluut niet komen”, zegt Edwin Roodenburg, een voormalig tennisleraar die een school heeft opgezet in Mangueira. Hij doet er goed werk, samen met de Nederlandse organisatie More 2 Win. Ze proberen ook de armen in Brazilië te laten profiteren van het WK.

Armoede, analfabetisme en uitzichtloosheid

Edwin laat ons de achterkant van het WK zien. Achter bijna elke glimlach gaat een verrot gebit schuil. De kleine huizen zijn extreem dicht tegen elkaar op de heuvels van Rio geplakt. Er is armoede, analfabetisme en uitzichtloosheid. Dit is het andere Brazilië, het land met een gapend gat tussen arm en rijk.

Daar waar dubbeltjes nooit kwartjes zullen worden. En daar waar elk jongetje vanuit zijn piepkleine slaapkamerraam urenlang tuurt naar dat grote stadion dat vanaf de heuvel te zien is: het Maracana. Het symbool voor de droomvlucht uit de ellende.

Het mooie van voetbal is dat het zo universeel is. Je legt een bal op een veld, je deelt wat verschillende shirts uit en het kan beginnen. En dus besloten wij, een groep veel te witte dertigplussers met een vleugje overgewicht, ons te wagen aan een confrontatie tegen de lokale helden uit de favela.

Temperatuur: 30 graden. Wij in onze eigen meegebrachte tenues van de Amsterdamse voetbalvereniging WV-HEDW – met ‘Cafe De Blaffende Vis’ op de borst - en zij in het groen. Puffend en zwetend buffelen we tegen de technisch vaardige Brazilianen, al blijken we tactisch iets meer in huis te hebben dan de Neymars-in-de-dop: we winnen.

En na het potje moeten we samen met onze nieuwe vrienden kijken naar Brazilië. Op twee omgekeerde bierkratten staat een tv. Een loeizwaar bakbeest, waar na veel ingenieus gesleutel en gedraai aan een antenne plotseling een groene grasmat op verschijnt. Een beetje korrelig, maar wat zou het.

Interim-vaders

Het is wel zaak vooral niet tegen de antenne op te botsen, want door ook maar de kleinste zwenk hang je ineens in een stokoude aflevering van The Bold and the Beautiful. En dan is er paniek. Alsof je vrouw tijdens een wedstrijd van Nederland op de afstandsbediening gaat zitten.

Bij veel van ons kruipen jongetjes uit de buurt tijdens het voetbal kijken op schoot. Groot geworden zonder vader, zonder af en toe een arm of een schouderklop en daardoor gretig op zoek naar een beetje liefde en aandacht. Een aai over de bol deed al wonderen. En dus zag ik veel van de vijftien Nederlandse kerels plotseling met vochtige ogen als interim-vader optreden. Confronterender werd het niet.

Het komt af en toe even terug als ik weer naar mijn oranje bandje kijk. Want die wensen, die laten zich raden. Dat bandje moet het in elk geval volhouden tot en met 14 juli, de dag na de gewonnen WK-finale. Daar maak ik me niet zoveel zorgen om. Eerst Costa Rica, dan Argentinië en dan de Duitsers nog een duwtje geven; met zo’n fitte selectie en zo’n tactisch genie als coach zijn we onverslaanbaar.

Vertrouwen op Senhor do Bonfim

Alleen zal ik hem nog jaren moeten dragen om te zien of die andere wens uitkomt: dat die jongetjes uit Mangueira ooit vanuit het Maracana trots kunnen turen naar waar ze vroeger woonden. Ik vertrouw maar op Senhor do Bonfim.

Tim de Wit is tijdens het WK in Brazilië (onder andere op de Oranjecamping) en schrijft voor nrc.nl over wat er naast het veld gebeurt.