Roggen duiken naar onvermoede diepte

Een rog die wereldwijd in tropische zeeën leeft, blijkt er een ander leven op na te houden dan voor mogelijk werd gehouden. De rog (Mobula tarapacana) duikt af en toe naar bijna 1.900 meter diepte. Daarmee is hij, op de walvishaai na, de diepst duikende vis (Nature communications, 1 juli). Het ligt voor de hand dat de roggen tijdens de diepe duiken jagen op vis en inktvis. Ze laten zich als een speer zakken (in vijf minuten zijn ze beneden) en blijven dan één tot anderhalf uur onder water.

Er zijn weinig soorten die zo diep duiken, omdat het fysiologische aanpassingen vergt. Deze roggen, met een spanwijdte tot 3 meter, hebben een dicht web van bloedvaten rond hun vinnen en brein. Het web rond de vinnen warmt op door de spieractiviteit. Die warmte houdt het brein van de koudbloedige dieren warm in het koude water van de diepzee. Onderzoekers voorzagen 15 van deze roggen, uit de familie van adelaarsroggen, van satellietzenders. De weinige andere roggensoorten die zijn gezenderd – op een totaal van meer dan 500 – doken niet zo diep.