Oog in oog met Van Gaal

Verslaggever Koen Greven kent Louis van Gaal al zo’n dertig jaar. Een portret van de trainer in vijf ontmoetingen.

Voetbaltrainer Louis van Gaal in 1979, 1990 en nu. „Jij denkt toch niet dat ik tijd heb om boeken te lezen?” Foto’s ANP

1 Fantastische catcher

Als kleine jongen maakte Louis van Gaal een onuitwisbare indruk op mij. Jaren achtereen ging ik aan de hand van mijn moeder mee naar een softbaltoernooi bij de Kees Boekeschool in Bilthoven, waar verschillende scholen eind jaren zeventig, begin jaren tachtig om de eer streden. Er waren drie categorieën: sterk, midden en voor de leuk. Tot de laatste categorie behoorde de school van mijn moeder.

De Don Boscoschool – de eerste rooms-katholieke technische school van Amsterdam – kwam nooit voor de lol. Die wilden de hoofdprijs. Dit onder de bezielende leiding van een fanatiek schreeuwende gymnastiekleraar. „Dat is Louis van Gaal, een voetballer”, werd er in mijn oor gefluisterd. Ik kende hem van mijn Panini-albums. Doorsnee-voetballer van Sparta. Niet heel bijzonder eigenlijk. Maar het hoofd en de stem zaten sindsdien in mijn geheugen gegrift.

Vorig jaar zat ik na een persconferentie in hotel Huis ter Duin een soepje te eten toen de bondscoach me vriendelijk op de schouder tikte. Een korte groet volgde. Opeens schoot het softbaltoernooi door mijn hoofd. „Weet u nog van die wedstrijden bij Kees Boeke?”, vroeg ik. „Natuurlijk”, zei hij. „Ik was een fantastische catcher. Dat toernooi hebben we acht keer op rij gewonnen. Eet smakelijk verder heren.”

2 Pratende baksteen

„Vriendinnen en vrienden van de pers. Ik ga weg. Gefeliciteerd!” Met die zin kondigde Louis van Gaal in mei 2000 zijn vertrek aan als coach van FC Barcelona. Ik zat in het zaaltje vol Spaanse journalisten, die hij in een monoloog van een half uur de les las. Hij had zijn rede tot in de puntjes voorbereid. Door zijn beperkte Spaans kwamen de woorden des te rauwer en harder over. De schuld van zijn echec legde hij overal, behalve bij zichzelf. „Ik ga hier met opgeheven hoofd weg. Ik heb ingezien dat mijn filosofie in deze cultuur niet werkt”, zo hekelde hij de zuidelijke volksaard.

Van Gaal zette zijn aanval voort. Geen journalist kreeg de kans om ook maar een woord te zeggen. De Spaanse media lachten die rare Ban Gal uit. Ze hadden hem op televisie uitgebeeld als een pratende baksteen. Nu greep Van Gaal zijn kans: „Hier bij Barcelona denken ze dat ze de beste van de wereld zijn. Maar Barcelona is niet de beste. Nooit geweest ook. Ik heb bij Ajax in zes jaar tijd meer titels gehaald dan Barcelona in honderd jaar. Jullie zijn niet gewend aan titels.”

Na afloop nam Van Gaal het handjevol aanwezige Nederlandse journalisten mee naar zijn kamer in de catacomben van het Nou Camp. Voordat de coach opnieuw zijn verhaal zou gaan afsteken, wilde hij wel weten wie zijn toehoorders waren. De verslaggever naast me kon direct vertrekken. „De Telegraaf? Die heeft schandalig over mij geschreven. Daar is de deur.”

3 Tien jaar zonder prijs

Het was april 2007. Toenmalig AZ-trainer Van Gaal leek op weg naar de landstitel en de bekerwinst. In 1999 had hij met FC Barcelona voor het laatst als trainer een landstitel veroverd. Na acht jaar zonder hoofdprijs leek hij weer een succes te gaan behalen. „Bent u blij dat er aan deze titelloze periode eindelijk een einde lijkt te komen?”, vroeg ik in alle onschuld op een persconferentie in het stadion van AZ. Dat had ik beter kunnen laten.

Van Gaals ogen spuwden vuur. Hij beschouwde dit als een regelrechte aanval op zijn staat van dienst. „O, o, o”, begon hij. „Acht jaar zonder prijs. Jij wilt gewoon even negatief zijn. Jij wilt hier even zout in mijn wonden strooien. Dat vind jij wel leuk? Je kan ook praten over alle prijzen die ik wél gewonnen heb. Maar dat doe je niet. Jij vindt het wel prettig om me even neer te zetten.”

„Ik hou me bij de feiten”, probeerde ik nog. „Ik ook!”, bulderde Van Gaal. „Als technisch directeur van Ajax ben ik in 2005 kampioen geworden. Dat was de laatste titel van Ronald Koeman trouwens als trainer.”

Dat Van Gaal in oktober 2004 al was opgestapt bij de Amsterdamse club nadat hij juist in onmin was geraakt met Koeman, achtte hij niet van belang. Op geheel eigen wijze trok Van Gaal het succes alsnog naar zich toe. Ik liet het er maar bij. Ongewild sta ik sindsdien op YouTube tussen de talloze clashes van Van Gaal met „de media”.

Een paar weken later veroverde Koeman met PSV de landstitel en verloor AZ de bekerfinale. Van Gaal weigerde Koeman te feliciteren. In 2009 – na tien jaar zonder prijs – werd Van Gaal als trainer van AZ alsnog landskampioen.

4 Wachten op de huishoudster

Het was stom toeval. Al geloofde Louis van Gaal dat niet. We stonden in de aankomsthal van Schiphol op hetzelfde toestel uit Barcelona te wachten. Het zal ergens in 2006 zijn geweest. Ik wachtte op mijn Venezolaanse zwager. „Ik laat mijn voormalige huishoudster een weekeinde overkomen”, legde Van Gaal uit, die nou niet bepaald van smalltalk houdt. Zeker niet in privé-tijd met mensen van ‘de media’.

Maar goed, we waren tot elkaar veroordeeld. Het vluchtje had ook nog eens een kleine vertraging. Een paar maanden eerder had ik Van Gaal geïnterviewd voor een boek over de bondscoaches van Oranje. Hij had toen uitgebreid zijn verhaal gedaan over de mislukte kwalificatie van 2002. ‘Met een bezigheidstherapeut word je geen wereldkampioen’, luidde de titel van het hoofdstuk over Van Gaal. „Heeft u het boek nog gelezen”, probeerde ik. Een domme vraag. „Jij denkt toch niet dat ik tijd heb om boeken te lezen?”

Het toestel was inmiddels geland. De eerste Spanjaarden liepen door de schuifdeuren naar buiten. Het eerste wat ze zagen was Louis van Gaal. De voormalige coach van Barcelona kenden ze nog wel. Twee lachende dames wilden met hem op de foto. Een mooi klusje voor mij, gebaarde Van Gaal. Zo zette ik verschillende fans met een glimmende Van Gaal op de foto. Tot opeens mijn zwager naast me stond. „Hé die man ken ik”, riep hij. „Van Basten!” De blik van Van Gaal was dodelijk. „Ik ga maar weer eens”, zei ik verontschuldigend.

5 Met minder vriendelijke groet

Perschef Kees Jansma was resoluut. Nee, voor het WK in Brazilië kwam NRC Handelsblad niet meer in aanmerking voor een interview met de bondscoach. Van Gaal had een reeks andere kranten wel te woord gestaan, maar dit keer stonden wij niet op de lijst. Het zat me toch niet lekker. Ik wilde weleens van hem zelf horen waarom AD, de Volkskrant en Trouw wel een vraaggesprek kregen en NRC Handelsblad niet.

Het was ergens begin maart en Van Gaal had net zijn selectie voor een oefenduel met Frankrijk bekendgemaakt. Na afloop van de persconferentie eten de bondscoach en de journalisten altijd nog even – aan aparte tafeltjes – een broodje. Of een kopje soep. „Allemaal op kosten van de KNVB”, zegt Van Gaal er meestal bij.

Hij was in een goede bui en zocht toenadering tot een groepje journalisten. Diep in zijn hart heeft hij helemaal geen hekel aan de media. Zolang ze zijn gelijk maar bevestigen. Ik rook mijn kans. „Toch, jammer meneer Van Gaal, dat u niet met ons wilde praten”, begon ik. Hij keek me een seconde aan en begon te schaterlachen. „NRC Handelsblad. Dat is toch allemaal veel te moeilijk, jongen. Maar jij krijgt altijd een interview van mij hoor.”

Van loze beloftes houdt Van Gaal niet. Een maand later worden we uitgenodigd op zijn kamer bij de KNVB in de bossen van Zeist. Via ons wil hij het volk vast voorbereiden op enkele beslissingen, zo zegt hij. Voorzichtig laat hij doorschemeren dat Nederland op het WK in een ander systeem zal gaan spelen. De selectie van Wesley Sneijder hangt dan nog aan een zijden draadje. Correcties van het gesprek voert hij eigenhandig door in rood gemarkeerde tekst die hij terugmailt: met vriendelijke groet LvG. Er valt niet over te discussiëren, meldt hij, „met minder vriendelijke groet”.