Column

Briljante ingreep

Twee jaar geleden, op 10 juli 2012, ging de Eerste Kamer morrend met reces. De senatoren stemden voor een historische verandering van de in 1957 ingevoerde Algemene Ouderdomswet, de AOW. De pensioenleeftijd zou eindelijk omhooggaan, na een jaar of twintig politiek gesteggel en politieke bloedbaden rond een hervorming van de AOW.

De wet was in vijf weken door de Tweede en Eerste Kamer gejast, en was onderdeel van het beschimpte Lenteakkoord – dat weer in een paar dagen in elkaar was gedraaid door VVD, CDA, D66, ChristenUnie en Groenlinks nadat het kabinet-Rutte I (VVD, CDA, gedoogsteun PVV) was gevallen. Moest dit nu allemaal zo gehaast en snel, vroegen de senatoren zich af. Kon het niet wat zorgvuldiger?

Die haastige verhoging van de AOW-leeftijd is de meest briljante politieke zet die ik mocht aanschouwen in mijn jonge leven. Er werd in het Lenteakkoord van alles afgesproken om Brussel ervan te overtuigen dat we heus ons begrotingstekort een jaar later onder de 3 procent zouden brengen. De belofte was al voldoende.

Maar de Kunduz-coalitie sprak af dat de verhoging van de pensioenleeftijd voor de zomer zou worden doorgevoerd. Niks belofte, keiharde handtekeningen waren er nodig. Anders zou de AOW weer de verkiezingen van die zomer beheersen. Er was een politieke meerderheid en die moest nú gebruikt worden.

Het Centraal Planbureau berekende afgelopen donderdag de weldadige gevolgen van dit besluit. De vergrijzing is geen probleem meer voor onze overheidsfinanciën. In vier jaar tijd zijn die omgetoverd van ‘onhoudbaar’ in ‘volledig bestand tegen de vergrijzing’. Dat is te danken aan de hervormingen in de gezondheidszorg, aan bezuinigingen op het openbaar bestuur en voor een groot deel aan de verhoging van de AOW-leeftijd. Als we langer werken, dragen we langer belasting af én krijgen we minder jaren AOW. Er zijn weinig maatregelen die direct zo veel geld opleveren.

Ik ben gefascineerd door het moeizame politieke proces bij het veranderen of versoberen van sociale regelingen als de AOW. Juist omdat voor economen de zaak vaak zo helder is. Een verhoging van de pensioenleeftijd is volkomen logisch: we worden steeds ouder en blijven daarbij veel langer gezond, dus is het ook zo eerlijk om langer door te werken. Zeker als je ziet dat de financiering van die oude dag op een steeds kleiner aantal werkenden drukt.

Waarom is het voor politici dan toch zo moeilijk? Omdat je je kwetsbaar maakt voor aanvallen van politieke rivalen. Het briljante van de AOW-ingreep was dat die aanvallen op dorre aarde vielen. Zelfs de SP, geharnast tegenstander van een snelle verhoging van de AOW-leeftijd, bleek die zomer bij de doorrekening van zijn verkiezingsprogramma door het CPB de pensioenleeftijd snel te willen verhogen. En de PvdA – fel tegen ook dit deel van het Lenteakkoord – sloot nog tijdens de coalitieonderhandelingen met de VVD een ‘Herfstakkoord’ waarin de pensioenleeftijd nog sneller omhoogging. Eenmaal aangenomen beleid is lastig terug te draaien. De AOW-hervorming leverde simpelweg te veel geld op.

Aan wie hebben we deze ingreep nou te danken? Allereerst aan Brussel, dat Den Haag onder druk zette met een gillende deadline en een mogelijke straf op laks omgaan met de overheidsfinanciën. Maar het was het vaak uitgelachen gelegenheidsverbond van VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie, de Kunduz-coalitie, dat opportunistisch genoeg was om van dit uitzonderlijke moment maximaal gebruik te maken.