Karakterschets van Oranje – ploeg zonder rafelranden

Hoe zit Oranje karakterologisch in elkaar? Jong maakt een exponentiële groei door, oud wil geschiedenis schrijven.

Waar het eindigt weten we dit weekeinde, of woensdag, of volgend weekeinde, maar waar het allemaal begon staat vast. De coming of age van Oranje tegen Spanje, vrijdag drie weken geleden alweer, zette een proces in gang van ongebreideld positivisme, geloof in eigen kunnen en daarmee kwam als vanzelf de veerkracht, de onverzettelijkheid die met wat aarzeling in dit team is geslopen. Enig fortuin deed de rest. Het lot heeft bepaald dat het Nederlands elftal terugkeert naar Salvador, het abattoir van Spanje, en nu volgt Costa Rica in de kwartfinale. Nederland zit in de tunnel van succes, waar het pas uit hoopt te komen met de wereldbeker in handen.

De karakterploeg Oranje, toch weer, met een onderbreking van een droevig EK in Polen en Oekraïne. Feit: er werd maar één wedstrijd op een WK voetbal niet gewonnen van de laatste elf en dat maakt Oranje een gevreesde kracht op het mondiale podium. Twee andere landen hadden ooit zo’n sterke reeks en bij een overwinning op Costa Rica evenaart Oranje de sterkste reeks van Brazilië, het enige land dat ooit elf duels won uit 12. Drie keer kwam Nederland terug van een achterstand en die andere wedstrijd, tegen Chili, zag bondscoach Louis van Gaal de meest consciëntieuze uitvoering van wat hij wil.

Hoe zit dit team karakterologisch in elkaar? Heterogeen, uiteraard, maar verenigd in één doel dat gaandeweg de wereldtitel is geworden. Foppe de Haan, oud-bondscoach van Jong Oranje en Heerenveen-icoon, ziet het vanuit Friesland met genoegen aan. „Ze versagen niet, er zit een enorme drive achter. Ik zie echt een ploeg waar iedereen op dezelfde lijn zit.”

Niemand is ooit uitgeleerd, maar het interessante aan de jonge verdedigers van Oranje is dat hun groei zichtbaar exponentieel verloopt. „Die hebben echt geleerd om tegenslagen ergens een plek te geven”, zegt De Haan. De leermomenten zijn zo kort geleden nog, zo concreet. Estland-uit, september vorig jaar (2-2), misschien wel de zwakste interland in het tweede tijdperk van bondscoach Van Gaal – maar daar leer je dus van. Stefan de Vrij werd gepoort door de Est Konstantin Vassilijev en er knakte iets. „De eerste twintig minuten was ik goed, maar daarna was ik bij die tegengoal betrokken en was het ineens helemaal weg. Mentaal ben ik sterker geworden. Dat is deels onbewust gegaan, afgelopen maanden heb ik me daarin ontwikkeld”, zei De Vrij eerder in deze krant.

Zweepslagen

Of luister naar Bruno Martins Indi, over een moment dat hem nog lang bijbleef. De jonge Bruno zat op het WK Onder-17 in Nigeria in de spelersbus toen er zich een auto schaarde tussen de colonne van politieauto’s voor de bus. Al of niet per ongeluk, maar de sterke arm greep direct in. „Die man kreeg gewoon zweepslagen. Ik wist niet wat ik zag. En er gebeurden meer vervelende dingen in Nigeria die zoveel met me deden dat ik het op het veld niet van me kon afzetten”, zei hij tegen NuSport. „Tegenwoordig lukt het me wél om om te schakelen. Wij zien ook de sloppenwijken en beseffen hoe goed wij het hebben, dat we voorbeelden zijn. Maar op het veld moeten we dus presteren. Dat snap ik heel goed. Ik ben volwassener geworden.”

Jongens van de leeftijd van Martins Indi schreeuwen het niet van de daken, maar het doel van de oudere spelers als Wesley Sneijder is niets minder dan geschiedenis schrijven. Generaties voor hen die ten onder gingen als het er echt omging, daar kijken ze met gepast respect naar. Maar ze willen meer. Een prijs, eeuwige glorie. De wijze waarop is vers twee, of zelfs vers drie. De inmiddels gestopte Mark van Bommel zei het vier jaar geleden zo: „Dat ze niet meer praten over de generaties ’74, ’78 en ’88, maar over onze generatie.”

Voor de oude garde is dit reëel gezien de laatste kans op de wereldtitel – voor een voetballer de top van de behoeftenpiramide van Maslov. Hun weg naar de top is al afgelegd. Robin van Persie zag eens bij Arsenal hoe Dennis Bergkamp in zijn eentje oefeningen afwerkte. Niemand keek, behalve Van Persie dan, vanuit een bubbelbad met zicht op het veld. Bergkamp deed alles perfect. Van Persie maar wachten op een fout van Bergkamp, maar die kwam niet. Zijn handen verrimpelden in de jacuzzi, drie kwartier verstreken. „Dat was magisch”, zei Van Persie, en hij nam zich voor om voortaan ook altijd 100 procent te zijn. Toen Arsenal hem acht jaar lang niet kon helpen aan een hoofdprijs, vertrok hij naar Manchester United.

De eerzucht van de aanvoerder is de drijvende kracht achter zijn succes, met als keerzijde een ego dat zich niet door de eerste de beste laat krenken. Het vechtinterviewtje in dagblad Trouw donderdag was tekenend voor wat er gebeurt als je aan Van Persies trots komt. De vergelijking van hem met Ruud Gullit als aanvoerder die op het EK 1988 werd overschaduwd door Marco van Basten – in deze historisch parallel is dat nu Arjen Robben – zinde hem in het geheel niet. „Ik heb uitgelegd dat we het met zijn allen doen. Dan moet je niet over ‘schaduw’ beginnen.”

Van Gaal noemt dat steeds „met zijn allen aan hetzelfde touwtje trekken”, ook de media dus. Vrije nieuwsgaring – opstellingen die voor de wedstrijd uitlekken, geheime trainingen bespieden: zeer ongewenst. Analyses en duiding met een negatieve insteek worden weggewuifd. Daley Blind wil er amper in mee gaan dat het allemaal niet zo lekker liep in de eerste helften op dit WK. „Volgens mij hebben wij het negentig minuten volgehouden, langer dan Mexico. Wij zijn fit en kunnen dat volhouden. Dat het spel niet altijd goed is, ja, je kan niet één land aanwijzen waar dat wel zo is. Er blijft ruimte voor verbetering, maar als je zulke wedstrijden ook gaat winnen, ben je goed bezig.” Nog zo’n voorbeeld: als het gaat over de verloren duels tegen Salzburg met Ajax. „Nu neem je één wedstrijd, of twee dan. Jammer dat je niet de wedstrijden tegen Manchester City noemt, Barcelona, AC Milan, Dortmund.”

Acceptatie

Waarom praten ze zo? Daar zijn boeken over vol geschreven, bijvoorbeeld door de Engelse goeroe Bill Beswick. Het is een soort cognitieve dissonantie waarbij de negativiteit met alle macht buiten het team gehouden wordt. Vijf kwartier slecht gespeeld? Toon beelden van het goede kwartier. Van Gaal hanteert min of meer hetzelfde principe, zoals hij tegen Mexico het gelijk van de basisplaats voor reserveback Paul Verhaegh bevestigt zag in het balbezit. Het waren met de eerste helft tegen Australië de meest povere 45 minuten van Oranje, maar daar wordt naar buiten toe niet over gepraat. Meer balbezit. Punt.

Foppe de Haan snapt het wel. De uitleg van Van Gaal over het opstellen van Verhaegh noemt hij een „drogreden”, maar dat daar verder niet te veel over gereflecteerd werd is volgens hem logisch. „Je zit in een toernooi, je doet gewoon je ding en als je gewonnen hebt moet er een streep doorheen. Je hebt zeven wedstrijden en het heeft gewoon geen zin om stil te staan bij wat achter je ligt en niet goed was. Positieve dingen benoemen en benadrukken. De rest: weg ermee. In een competitie is dat anders, daar zit je in een continu proces van verbetering. Op een toernooi moet je roeien met de riemen die je hebt en dat moet je met elkaar accepteren. Dat zie ik sterk terug bij dit Oranje.”

In die zin is het opvallend dat Robben überhaupt excuses aanbood voor zijn buiteling in de eerste helft tegen Mexico. Wat heeft het voor zin? Reflectie, gedoe. Afleiding. Nog meer vragen. De Haan ziet daar juist zijn vervolmaking in als prof. „Als je de Robben van drie jaar geleden bekijkt, die mekkerde en reageerde verongelijkt naar alles en iedereen. Leg die Robben naast de speler die we nu zien, dat moet je eens doen. Dan zie je dat als je echt wilt je kunt groeien in mentaliteit, in verantwoordelijkheid nemen. Hoe je als grote speler toch een teamspeler kan zijn. Cristiano Ronaldo is daar mijns inziens blijven steken. Krijgt alle credits als hij wint, krijgt ook alles over zich heen als hij verliest.”

In een van zijn columns voor deze krant tijdens het EK 2012 stelde De Haan met misprijzen vast dat Oranje geen sportpsycholoog of mental coach in de staf heeft. Nog steeds ontbreekt die, Van Gaal vindt dat hij daar zelf bedreven genoeg in is. De Haan: „Zou ik nog steeds meenemen, zo iemand die er als praatpaal is voor de jongens. Hij moet er zijn, maar niet echt aanwezig zijn, als je snapt wat ik bedoel. Al zou die nu misschien met de armen over elkaar zitten, zo is het ook weer.”

Oranje op het WK in Brazilië. Een team zonder rafelranden, samen juichend. Maar ook samen huilend als het fout gaat? Wellicht zullen we dat nooit weten. Misschien slaagt de missie wel.