Hoe meneer Broerse het licht zag

Foto Otto Snoek/Hollandse Hoogte

‘Ja dag, u spreekt met Ans Broerse, wij hebben al eerder contact gehad omdat wij pech hadden in Duitsland, een lege accu, en toen in Denemarken de dynamo, en nu staan wij dus in Noorwegen...”

„Aha, u bent onderweg naar het noorderlicht.”

„Juist, maar de camper is dus weer kapot en nu hoopte ik eigenlijk dat u eens met Henk wilde praten, mijn man. Hij heeft een klein beetje kanker gehad vorig jaar, moet u zien, in de darmen, allemaal goed afgelopen, maar nu heeft hij het gevoel dat hij naar die poolcirkel moet en ik zeg de hele tijd: Henk, is dat nou nodig, want we staan meer langs de weg dan dat we erop zitten.”

„Mevrouw Broerse?”

„Ja?”

„Helpt het als ik u zeg dat u het noorderlicht nu niet kunt zien, omdat het juli is en je het noorderlicht alleen in de late herfst, winter en het vroege voorjaar kunt zien?”

„Ook dat nog.”

Een van de dingen die ik gaandeweg leerde als medewerker van een alarmcentrale was dat een vroegtijdige afbreking van de vakantie soms ook een helende ervaring kon zijn. Zeker voor mensen die zichzelf een bedevaartsmissie hadden opgelegd waarbij elke beproeving als uitdaging werd gezien. Alleen: hoe maakte je dat duidelijk? Het echtpaar Broerse had een klassiekerverzekering voor hun camper en een reisverzekering waar hulp voor de auto bij zat, maar met de eerdere pech zou die verzekering bij lange na niet toereikend zijn voor een vervangende camper. Wel zouden we creatief kunnen omspringen met het resterende budget.

„Meneer Broerse, goedemiddag, u hebt weer pech, is het niet?”

„Ja, maar het is niet erg hoor, we staan op een mooi plekje en het is volgens mij geen groot problee–”

„Meneer Broerse, het is genoeg geweest, we gaan de camper niet meer maken.”

„O... Echt niet?”

„De garagist heeft ons al gebeld, het is de koppakking. Nou, dat is het repareren niet waard. Wat ik voorstel, is dat we die camper terugslepen voor de sloop en dat ik voor u op zoek ga naar een autootje. Dan kunt u daarmee nog een weekje van hotel naar hotel. Of we halen u gewoon lekker terug naar Nederland. Ik sprak uw vrouw en die wil echt niet meer verder, en bij die poolcirkel is nu toch niks te zien. Wat zegt u ervan als we u gewoon heerlijk laten terugvliegen? Dan gaat u in Nederland sparen voor een nieuw campertje en probeert u het in november nog een keer.”

„Weet u zeker dat ik het niet kan zien, nu?”

„Zo zeker als Wikipedia, meneer Broerse.”

„Ik had kanker, begrijpt u, en dan wil je bepaalde dingen gezien hebben.”

„Ik begrijp het.”

„Maar we kunnen terugvliegen, zegt u? Tja, het is natuurlijk geen noorderlicht, maar wij hebben nog nooit gevlogen... De wereld van boven zien, dat is toch ook wel heel wat, God zijn voor één dag... Weet u wat, boekt u maar twee vluchten. En dan kijk ik thuis wel een documentaire over het noorderlicht. Ans houdt sowieso erg van documentaires.”