In beeld

Een bootcamp voor Chinese internetverslaafde jongeren

Een groeiend aantal Chinese jongeren is het grootste deel van de tijd aan het gamen, of zit elders op internet. Ongeruste ouders sturen deze kinderen steeds vaker naar een bootcamp. Hier worden de verslaafden onderworpen aan straffe militaire oefeningen, maar ook koken en muziekles zijn onderdelen van het volle programma dat erop gericht is de verslaving te behandelen. Een Chinese fotograaf bezocht het Qide opleidingscentrum in Beijing dat een dergelijk bootcamp aanbiedt.
Een vrouwelijke docent en een instructeur die tevens ex-soldaat is, escorteren een meisje in een auto onderweg naar het onderwijscentrum. Daar moet ze naartoe van haar ouders. Reuters / Kim Kyung-Hoon
Met deze medicijnen worden tieners behandeld die zijn gediagnosticeerd met een internetverslaving, en sommige gevallen lijden aan een depressie. Reuters / Kim Kyung-Hoon
Een leerling heeft zijn zes maanden erop zetten in het Qide Educatie Centrum in Beijing, en neemt afscheid van klasgenoten. Reuters / Kim Kyung-Hoon
Leerlingen poseren gezamenlijk bij de Chinese vlag, vlak voor ze aan hun militaire oefeningen beginnen. Reuters / Kim Kyung-Hoon
Onderdeel van het studieprogramma: muziekles. Reuters / Kim Kyung-Hoon
Een verpleegster zorgt dat alle medicatie klaar ligt. Reuters / Kim Kyung-Hoon
Deze jongen was internetverslaafd. Zijn hersenen worden gescand in een onderzoekscentrum waar de verslaving wordt behandeld. Reuters / Kim Kyung-Hoon
De jongeren moeten hun eigen maaltijd bereiden. Reuters / Kim Kyung-Hoon
Een van de studenten danst tijdens een pauze. Reuters / Kim Kyung-Hoon
Deze jongeren hebben een gezamenlijke straf gekregen tijdens een oefening waarin ze worden gedrild, maar ze kunnen erom lachen. Reuters / Kim Kyung-Hoon
Opnieuw een gezamenlijke straf: iedereen moet opdrukken. Reuters / Kim Kyung-Hoon
Een nieuwe student oefent sit-ups, de rest van de groep krijgt een andere opdracht. Reuters / Kim Kyung-Hoon
Een deelnemer aan het programma staat voor de ingang van zijn slaapzaal. Reuters / Kim Kyung-Hoon