Delft deed niets met melding moskee over Syriëgangers

Delft is een gemeente met veel Syriëgangers. Signalen over jongeren leidden niet tot actie. Delft was zich er „absoluut niet van bewust dat radicalisering een probleem is.”

De gemeente Delft heeft niets gedaan met een signaal dat zij in 2012 kreeg over moslimjongeren die aan het radicaliseren waren. Enkele maanden voordat minstens tien Delftse vrienden naar Syrië reisden, kreeg de gemeente een melding van een moskee over de problemen. Er gebeurde niets mee. Dat blijkt uit onderzoek van deze krant.

Delft is een van de steden met het grootste aantal Syriëgangers, van wie velen zich aansluiten bij radicale strijdgroepen. Zeker 10 van de 130 Nederlandse Syriëgangers komen uit Delft.

De Delftse vriendengroep werd enige tijd voor hun jihadreis uit de plaatselijke moskee gezet wegens radicaal gedachtengoed. De moskee meldde dit bij de politie, die het signaal doorspeelde aan de veiligheidsdienst en de gemeente Delft.

In de melding werd aangegeven dat zich in de moskee een kleine groep rond een viertal twintigers afscheidde van de overige moskeegangers om – buiten de imam om – radicaal gedachtegoed te verspreiden. De Syriëgangers kwamen uit deze groep.

Het hoofd veiligheid van de gemeente Delft bevestigt dat de gemeente „niks gedaan” heeft met het signaal. „We waren ons er toen absoluut niet van bewust dat radicalisering een probleem is.”

Illustratief is dat de gemeente enkele weken voor het vertrek van de eerste Syriëgangers in een notitie scheef dat radicalisering „geen hoge prioriteit heeft binnen de gemeente Delft”. Anders dan in andere steden zouden er „geen alarmerende situaties bestaan” op grond waarvan actie nodig is. Nog in 2013 toonde de Delftse burgemeester Bas Verkerk (VVD) zich in de media „volkomen verrast” na berichten dat jongeren uit zijn gemeente naar Syrië waren gereisd om daar te vechten tegen het regime van president Assad. Hij zei toen „geen idee” te hebben wie de jongens waren.

Terrorisme-onderzoeker Beatrice de Graaf van de Universiteit Utrecht zegt dat gemeenten een belangrijke taak hebben bij het signaleren van radicalisering. „Zij moeten goed opletten of ergens een orthodoxe brandhaard ontstaat.” Ze zegt dat kleinere gemeenten zoals Delft in de periode voor de Syriëreizen niet gericht waren op het bestrijden van radicalisering.

De jihadisten uit Delft radicaliseerden na een mislukte overval, blijkt uit gesprekken met diverse bronnen rondom de strijders. In december 2010 pleegden drie twintigers uit de Delftse vriendengroep een overval op een supermarkt in Moerkapelle. Een van de supermarktmedewerkers gooide een gereedschapskist op een van de overvallers, die van de trap viel en zijn nek brak. Hij overleed diezelfde avond. De Delftse groep was ontdaan over de dood van de vriend en zocht de moskee op. Veel jongeren werden hierna zeer religieus en raakten overtuigd van het nut van de jihad.