‘De was opvouwen, daar word ik lekker rustig van’

Gijs van Cleef (33) en Renske van der Feen (30) wonen in Den Bosch. Zij werkt fulltime in een tbs-kliniek, hij gaat met een foodtruck de festivals langs. „Bij een hardstylefestival voor 20.000 man hielp de hele familie mee.”

Renske beviel afgelopen woensdag, twee dagen na het interview, van zoon Joep. „Ik ga straks minder werken.” Foto David Galjaard

‘De piek lig in de zomer’

Gijs: „Ik heb een foodtruck en daarmee verkoop ik broodjes. De piek ligt natuurlijk in de zomer. In mei, juni, juli en augustus is het ieder weekend raak. Dit weekend was ik in Turnhout op een hockeyfestival. Ik dacht eigenlijk dat het een toernooi was, maar niemand had een stick bij zich.”

Renske: „Tot nu toe ben ik altijd langs geweest. Ik vind het leuk om te zien wat Gijs aan het doen is. Af en toe rij ik even heen en weer.”

Gijs: „Mijn zus, mijn ouders, die helpen allemaal mee. Het is voor mij ook vrij nieuw. Kom je aan, staan er ineens honderd man voor je truck.”

Renske: „Als wij spullen komen brengen, moet het ook worden gemaakt. We kunnen wel rauwe kip afleveren, maar daar heeft hij niks aan.”

Gijs: „Vanaf woensdag moet je al bedenken wat je gaat doen. Ga je helemaal voor de burgers, ga je helemaal voor de sandwiches, of doe je allebei. Ik krijgt steeds meer buffer, dus dan kan ik iets meer inkopen. Dat scheelt een hoop stress.”

Renske: „Dat vind ik wel lastig. Ik zie de cijfertjes en denk: koop dan wat minder! Straks heb je ontzettend veel over. Ik ben een beetje de krent. Af en toe moeten we toch wat weggooien. Dan eten we weer een week lang kip na een evenement, ik wil dat gewoon niet meer.”

Gijs: „Mijn zus heeft een keer een paar liter gazpacho gemaakt, ik had zó veel tomaten over.”

‘Hele leven al in de horeca’

Renske: „Bij Intense, een hardstylefestival voor 20.000 man, moesten we met de hele familie helpen. Toen hebben we ons bivak opgeslagen bij zijn ouders thuis. Liep ik daar met mijn zwangere buik en schoonvader over het terrein, om brood en eieren te brengen. We werden wel gek aangekeken. Maar Gijs stond ook een keer op een jazzfestival om de hoek. Toen heb ik drie dagen voor de wagen gezeten en kwamen er allemaal vrienden langs.”

Gijs: „Een beetje een huiskamertje.”

Renske: „In het begin vond ik het wel lastig, dat onregelmatige werken. Maar Gijs werkt al zijn hele leven in de horeca. Die heeft gewoon geaccepteerd dat hij niet overal bij is.”

Gijs: „Ik heb het afgelopen jaar wel een inhaalslag gemaakt. Bewust.”

Renske: „Omdat we zo’n jaar hebben gehad, kunnen we er beter tegenaan. En inmiddels ben ik eraan gewend.”

‘Baan opgezegd’

Gijs: „On the brood again, zo heet het bedrijfje. Het is een roadtrip, maar het wordt een broodtrip die ik maak, de hele zomer door. Tijdens een vakantie in San Francisco zag ik een foodtruck rijden. Toen heb ik mijn baan opgezegd. Nogal impulsief.”

Renske: „Dat was wel even schrikken. Ik wist wel dat Gijs zelf wilde ondernemen, maar ik had het iets gestructureerder in mijn hoofd. Als we dat vaste inkomen ernaast kunnen houden, kunnen we de gok best wagen, dacht ik. Ik werk als crisiscoördinator in de forensische psychiatrie. Als ik in oktober weer begin, ga ik vier dagen werken. Een dag blijf ik thuis voor ons kind. Op maandag en dinsdag kan Gijs de administratie bijwerken.”

Gijs: „Papadag.”

Renske: „En de schoonouders komen ook nog een dag helpen.”

Gijs: „De foodtruck, ja, die gaat door als de kleine geboren is. Die moet door. Ik zit in de startfase van mijn bedrijf. En ik moet natuurlijk een buffer opbouwen voor de winter.”

Renske: „Ik denk dat het prima is. Ik heb genoeg mensen om me heen. Alleen de afgelopen drie events waren wel stressvol, want ik ben al tien dagen over tijd.”

Gijs: „Ik moest voor ieder moment een achterwacht regelen.”

Renske: „We werden helemaal gek van de telefoontjes. ‘Rens, moet ik al weg? Nee, hij zit er nog steeds in.’ Op een gegeven moment heb ik mijn telefoon maar uitgezet.”

Gijs: „Toen ging iedereen mij natuurlijk bellen. Is het al zover?”

‘Niet zo veel structuur’

Gijs: „Ik kook meer. Dat vind ik leuk en voor de rest hebben we geen vaste taakverdeling. Jij wast veel.”

Renske: „Ik word altijd heel rustig als ik was aan het opvouwen bent. Dat is ook wel erger geworden nu ik zwanger ben.”

Gijs: „Nesteldrang.”

Renske: „Poetsen doen we allebei. Verder zit er niet zoveel structuur in de dag. Eens in de twee weken komt de schoonmaker. Als ik werk, sta ik om zes uur op. Gijs laat ik dan nog even liggen, zeker na zo’n evenement.”

Gijs: „Zaterdag was het weer drie uur.”

Renske: „Dan maak ik hem heel voorzichtig wakker, met een kopje koffie. Hoe? Jaaaa, dat heb ik wel geleerd. Af en toe kom ik even langs en dan roep ik gewoon de tijd. Aan hem trekken, dat werkt niet. Het was voor mij best een irritatie in het begin.”

Gijs: „Vroeger stond ik in de kroeg, dan werd het nog wel eens zes uur.”

Renske: „Had hij vrijdag en zaterdag tot laat gewerkt, lag hij weer de hele week in bed. Dat vond ik zo zonde. Ik moet elke dag om zes uur op. Op een gegeven moment hebben we een compromis gesloten. Gijs gaat eerder naar bed. Het werkt, je bent veel fitter.”

Gijs: „Tuurlijk, ik vind het ook fijner zo. Ik eet tegenwoordig zelfs cereals bij het ontbijt. Nou, hallo!”