De lezer blijft schrijven –en dat is maar goed ook

Het valt u hopelijk op: de rubriek De lezer schrijft… …de krant antwoordt schittert door afwezigheid. Dat komt omdat de krant deze week ‘klein gaat’, minder pagina’s maakt. Kranten doen dat in de zomermaanden, als lezers – en adverteerders – ook beginnen te schitteren door afwezigheid.

Daarom deze week geen beschouwing, maar lezersreacties die anders niet aan bod komen. Niet helemaal lukraak, want er zit een rode draad in: de identificatie van personen in de krant.

Allereerst een reactie van een lezer op mijn rubriek van vorige week, over moderne, ‘actieve’ woordvoering. Jan Leune schrijft me daarover: „Woordvoerders en voorlichters zouden best bij naam gekapitteld mogen worden wanneer zij journalisten aantoonbaar hebben misleid.”

Een interessant voorstel, maar ook lastig. Woordvoerders, zeker die in Den Haag, spreken nu juist namens een ander. Anderzijds, ze spelen ook steeds vaker een strategische rol, zoals in de botsing tussen NRC Handelsblad en SNS Reaal. In zo’n geval lijkt naamsvermelding mij geen gek idee.

Een lezer maakte me attent op een bijzondere byline, de regel met auteursnaam, bij een artikel in NRC Q, het digitale platform van NRC Media voor journalistiek over de zakenwereld. Onder het stuk Vijftig jaar werken, hoe doe jij dat? stond als auteur vermeld: Delta Lloyd. In het stuk volgden professionele lessen van Ingrid de Graaf, nieuw lid van de raad van bestuur van Delta Lloyd. Zoals deze: „Je moet mensen niet pas op hun zestigste iets aanbieden. Dat is gewoon te laat.”

Dit was dus geen redactioneel artikel, maar branded content of native advertising, een advertentie die de vorm heeft van een journalistiek verhaal en dus ‘past’ in een redactionele omgeving. Adverteerders zijn er dol op, bedrijven maken tegenwoordig hele bijlagen die met de krant worden meebezorgd (niet tot plezier van iedereen met een ‘Nee’-sticker).

Voor kranten is dat een manier om eindelijk weer eens advertentiegeld binnen te halen, en daar is niets mis mee. Zo is Delta Lloyd de eerste business partner van NRC Q. Het stuk wordt verzorgd door ‘contentspecialisten’, en staat geheel los van de redactie.

Als maar duidelijk is waar de redactie ophoudt en de reclame begint – en dat is dan ook het devies.

Was dat hier gelukt?

Freek Staps, chef NRC Q, wijst op de vele signalen: de auteursregel, maar ook het logo van de adverteerder en de vermelding ‘Business Partner’ boven het stuk. En hij wijst op het verschil in vormgeving met redactionele stukken: „Links en rechts staan grote blauwe vlakken. Die kleur gebruiken we nergens anders.”

Dat helpt allemaal zeker. De krant probeert het verschil dus zeker niet te verdoezelen. Toch zou ik zeggen: doe er nog maar een schepje bovenop, bijvoorbeeld – revolutionair voorstel – door er ‘advertentie’ bij te zetten. Bedrijfslogo’s zie je tenslotte ook wel eens, zij het niet zo ‘los’, elders in de krant, en die afwijkende kleur, tja, opvallend maar toch ook een vorm van geheimtaal.

Overigens, onder het interview stond een formulier met de tekst „mail de redacteur” – handig. Maar op mijn vraag wie dit nu had geschreven (en of de taalfout in een vraag kon worden gecorrigeerd), bleef het stil. Geen wonder, dat formulier stond er door een technische fout en is nu weg – een ‘redacteur’ iets vragen past bij redactionele stukken.

Dan iets met personen in beeld.

Het Rotterdams Milieucentrum protesteerde bij mij, bij monde van directeur Emile van Rinsum-Slauerhoff, tegen een („mooie”) foto op de cover van nrc.next. Daarop waren twee mensen te zien die werken in de Rotterdamse ‘Dakakker’. Maar de kop erbij was: Zij werken voor hun pensioen. Aanleiding: de opmerking van staatssecretaris Jet Klijnsma dat mensen ook met een moestuintje hun pensioen aanvullen.

Leuke vondst, die foto. Dat vond het Milieucentrum ook. Maar het probleem is: betrokkenen wisten niet dat hun portret – gemaakt door een fotobureau voor een heel ander doel – op deze manier gebruikt zou worden. Chef next Hans Nijenhuis heeft laten weten dat de krant beter een bijschrift had kunnen plaatsen, om duidelijk te maken wie de gefotografeerden zijn en dat zij (nog) niets met het onderwerp van dit stuk te maken hebben.

Het is weer een goede les. De gevoeligheid voor portretrecht neemt sterk toe. Het Milieucentrum neemt genoegen met de reactie van next – sportief.

Terzijde: ik denk dat de krant hier vaker mee te maken zal krijgen, omdat die steeds meer gebruikmaakt van ‘ illustratief beeld’. Geen fotojournalistiek die hoort bij een reportage of nieuwsverhaal, maar bestaand beeld dat bij een onderwerp wordt gezocht.

Dat kun je betreuren – niks mooiers dan eigen fotojournalistiek bij stukken – maar als je dan beeld van een fotobureau gebruikt: leg het goed uit, dat houdt het werk leuk en voorkomt klachten.

En o ja, inderdaad: wacht er niet mee tot je zestigste.

Reacties: ombudsman@nrc.nl