De beurs, voor al uw overtollige aandelen

Drie beursintroducties in twee weken. Amsterdam beleeft topdagen. Toch is er geen reden tot feest. Want waar is het groeikapitaal?

Foto ANP

Geldgebrek? Een overvolle zolder? Of een dochterbedrijf verkopen? Op Koningsdag is er vrijmarkt. Marktplaats.nl is altijd open. Maar wie complete werkmaatschappijen of majeure aandelenpakketten wil slijten, kiest de Marktplaats met de grote M: de effectenbeurs.

De afgelopen twee weken stroomden gretige verkopers naar het Damrak om hun aandelen te gelde te maken en tegelijkertijd anderen ervan te overtuigen dat ze die aandelen moesten kopen. De Euronextbeurs zelf. Chemicaliëntransportbedrijf IMCD. En afgelopen week verzekeraar NN Group – voorheen Nationale-Nederlanden.

De drie beursintroducties onderstrepen de nutteloosheid van de klassieke functie van de effectenbeurs als kapitaalmarkt.

Leerboeken economie zeggen dat effectenbeurzen de kapitaalmarkt zijn waar ondernemers en bedrijven met investeringsplannen vermogen kunnen aantrekken bij beleggers door aandelen of obligaties uit te geven. Dat beleggers op die beurs die verkregen effecten weer kunnen kopen en verkopen, dus dat de beurs ook een handelsplaats is. En, zo wil het verhaal verder, dat op deze manier alleen de betere projecten met hogere rendementen aantrekkelijk zijn voor beleggers. Dat is financieel en maatschappelijk wel zo efficiënt: investeringen met een ondermaats rendement worden niet gedaan. Daar is geen interesse voor. Dus: de onzichtbare hand van de markt bepaalt welke projecten wel het kapitaal waard zijn en welke niet.

Vergeet het maar.

De beurs heeft nog maar één hoofdrol: die van financiële handelsplaats. Handelsplaats in een dubbele betekenis: de plaats voor handelaren die effecten willen kopen of verkopen. Maar ook de plaats waar één specifieke handelaar, namelijk een bedrijf of een professionele grootaandeelhouder, zijn effectenpakketten wil verkopen. Of móét verkopen.

Ultrasnelle handelaren

Het beste bewijs dat de beurs een handelsplaats is geworden, is het prospectus voor beleggers van beursorganisatie Euronext zelf. Euronext omvat de beurzen van Amsterdam, Parijs, Brussel en Lissabon.

Wie zorgt voor de meeste handel?

Niet de particuliere beleggers (3 procent van de omzet), niet financiële partijen die voor eigen rekening handelen (4 procent), niet de tussenpersonen (5 procent), niet de professionele beleggers die effecten kopen en verkopen (15 procent), maar de ultrasnelle handelaren, de zogeheten high frequency traders, die in de tijd dat het kost om met je ogen te knipperen koop- en verkoopopdrachten door het systeem jagen. Zij doen 21 procent van de handel. Alleen een verzameling financiële instellingen die opdrachten uitvoert voor alle bovenstaande handelaren samen, zonder duidelijk is wie wat doet, steekt hier nog bovenuit.

En waar handelen al deze partijen dan in? Het aandeel in de beursomzetten van ‘ouderwetse’ échte aandelen in échte bedrijven neemt structureel af. In de afgelopen tien jaar groeide het aantal ‘ouderwetse’ aandelen op de Euronext-beurzen met 4 procent per jaar, het aantal genoteerde obligaties groeide 6 procent, maar het aantal beleggingsfondsen groeide bijvoorbeeld met maar liefst 104 procent per jaar.

De beursintroducties van de afgelopen weken (Euronext, IMCD en NN) onderstrepen de rol van de beurs als de Marktplaats voor ‘overtollige’ aandelenpakketten.

Wie deze week een aandeel van NN kocht, steekt zelf geen geld in de groei van de verzekeraar. De opbrengst vloeit rechtstreeks naar ING, het financiële concern dat de verzekeringsdochter op last van de Europese Commissie moet verkopen. Die dwang is een uitvloeisel van de staatssteun die Nederland in 2008 en 2009 gaf.

Wie twee weken geleden een aandeel Euronext kocht, heeft evenmin kapitaal gestoken in de beurs. De opbrengst gaat naar het Amerikaanse beurzenbedrijf ICE. De Amerikanen wilden van de Europese handel af. En een beursgang was de meest voor de hand liggende manier om dat te doen.

Mitt Romney

Ook de opbrengst van de beursgang van transport- en opslagbedrijf IMCD gaat deels naar de huidige eigenaren. Dat zijn de private-equityfinancier Bain en de topmanagers van IMCD. Bain is de bedrijfsfinancier waar de voormalige Amerikaanse presidentskandidaat Mitt Romney zijn fortuin heeft gemaakt.

De rest van de opbrengst van de aandelenuitgifte gaat naar het aflossen van de overvloedige bankschulden van IMCD. Het lijkt wel wat op een ‘moetje’: aandelen moeten verkopen om de schuld te saneren. Maar ook hier: geen extra groeikapitaal.

Euronext gaf deze week hoog op van de miljarden die deze en andere beursintroducties hadden opgeleverd, maar het is vooral ruilhandel. Bestaande grote beleggers en bedrijven verkopen aandelen aan andere beleggers.

Maar bij wie moet je als ondernemer zijn voor groeikapitaal?

Is dat elders beter georganiseerd? Frankrijk geeft fiscale voordelen als je kapitaal steekt in groeibedrijven. De Franse ‘babybeurs’ voor kleinere bedrijven is levendig, terwijl die in Nederland, met maar twee noteringen, wordt gesloten. In de Verenigde Staten bestaat een geoliede, maar prijzige financiële infrastructuur. Investeerders volgen elkaar op. Naarmate het risico van een investering afneemt doordat het nieuwe product succesvoller blijkt te zijn, veranderen ook de geldschieters. Van investeerders die een hoog risico aankunnen (en hoog rendement eisen) naar beleggers die de aandelen in een beursintroductie kopen.

Nederland heeft wel professionele financiers, variërend van rijke ondernemers tot private-equityfinanciers. Maar de beurs speelt hier geen wezenlijke rol in het samenbrengen van ideeënrijke ondernemers en kapitaalkrachtige investeerders.

Dat zie je terug op de beurs en de drie beursnoteringen van de afgelopen weken: geen bedrijven met hoge groeiprognoses, maar zwoegers zonder glorie. Een conjunctuurgevoelig bedrijf (IMCD), een beursbedrijf dat moet opboksen tegen talloze andere (digitale) markten (Euronext) en een verzekeraar (NN) in een rijpe, zo niet overrijpe markt. Geen groei om beleggers te verlekkeren, maar dividend. Lekker een beetje rentenieren.