‘Daar waren we dan, in het gezegende land’

Vier van de veertien jihadstrijders uit Nederland die zijn gedood, groeiden op in de Gillisbuurt in Delft. Wat ging er mis in deze wijk? De weg van Delft naar Syrië, en hoe Mourad, Choukrie, Abu Jandal en Soufian omkwamen.

De Paradijspoort is een doorsnee winkelstraat in Delft. Er zitten grote ketens als de Hema, Dixons en Bart Smit, met aan het uiteinde een grachtje en een brug, zoals alle Delftse winkelstraten een gracht en een brug hebben. Maar deze straat had tot een aantal jaar geleden zijn eigen hanggroep. De Paradijspoortjongens, werden ze genoemd.

De meesten waren van Marokkaanse komaf en rond een jaar of zestien. Ze kwamen uit de Gillisbuurt, een Delftse achterstandswijk, en deden eigenlijk niets bijzonders in de winkelstraat. Ze stonden er gewoon. Maakten grappen met elkaar. Riepen naar meisjes. Waren aan het gassen met de scooter.

Vier Paradijspoortjongens leven nu niet meer. Mourad Massali, Choukri Massali, Soufian El Fassi, en Abu Jandal zijn omgekomen in Syrië. Ze vormden een vriendengroep waarvan er ruim tien naar Syrië vertrokken. De overleden jongens zijn vier van de in totaal veertien jihadstrijders uit Nederland die zijn gedood, maakte de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) deze week bekend.

Vijf langgerekte sociale huurflats vormen de Gillisbuurt. De Haydnflat, Schubertflat, Chopinflat, Bachflat en Beethovenflat. De meeste luxaflex is er overdag dicht. Aan de achterkant hangen schotelantennes. Mannen lopen veelal in trainingspakken, vrouwen bedekken hun haar en dragen rokken tot hun enkels. Tussen de flats ligt een moestuintje waar bewoners kunnen tuinieren. ‘Buitengewoon Buitenhof. Daar wil je wonen’, staat op het bordje in de moestuin.

In werkelijkheid staat dit gebied bekend als een plek waar je juist níet wilt wonen. De ‘Gazastrook van Delft’, noemen bewoners deze buurt ook wel. In de Gillisbuurt is één op de vijf bewoners werkloos en er is aanzienlijk meer schooluitval en criminaliteit dan in de rest van Delft. De helft van de buurtbewoners voelt zich volgens een enquête niet veilig. Dat kwam grotendeels door de aanwezigheid van één overlastgevende jongerengroep. Het waren er een stuk of vijftig. De jongeren belandden in de criminaliteit en daarna radicaliseerden ze. Uiteindelijk reisden er ongeveer tien naar Syrië. Wat ging er mis in de Gillisbuurt?

Geen tijd om te helpen

Jongerencentrum The Culture maakt nu een verlaten indruk, maar jaren geleden is het nog dé plek in de Gilliswijk waar alles samenkomt. 150 jongeren zijn er dagelijks te vinden. Marokkanen, Surinamers, Antillianen, Turken, Hollanders, Somaliërs, van 12 tot 30 jaar – alles door elkaar. Ze voetballen op het veldje. Daarna eten ze tosti’s en spelen op de Playstation.

Het is lastig zicht houden op al die jongens, die vaak met achterstanden kampen en uit arme gezinnen komen. „Tijd om ze te helpen hadden we niet, daarvoor waren ze met te veel”, vertelt een oud-jeugdwerker. Een deel van de groep pleegt diefstallen en berovingen.

In de Gillisbuurt rapt iedereen. De teksten van de jongens gaan over de straat en over hun worsteling om het te redden met weinig geld. Er ontstaat een rapgroep die in 2007 een clip opneemt. Er zijn tieners met honkbalknuppels te zien en pitbullhonden. Ze roken waterpijp, dragen Arafatsjaals en lopen intimiderend af op agenten.

„Een gezellige boel”, zo vat een 25-jarige Marokkaanse jongen die tijd samen. „Natuurlijk gaven we overlast. Soms werd een autoraampje ingetikt. Maar ja. Dat gebeurt als je met zoveel mensen op straat bent.” De jongen was een van de spilfiguren in de vriendengroep waartoe ook de Syriëstrijders behoorden. Hij vertelt dat het mis ging toen ze 16 en 17 jaar werden. „Toen moesten we voor school stageplekken zoeken en dat lukte niet. Op dat moment kom je erachter dat je anders bent. Bij het uitgaan word je geweigerd, voor bijbaantjes word je afgewezen. Je hoort Wilders zeggen dat vrouwen geen hoofddoek mogen dragen. Dat maakte ons boos.”

De jongens voelen zich buitengesloten van de samenleving, zegt ook het Delftse gemeenteraadslid Abdel Maanaoui, die meerdere Syriëstrijders en hun ouders kent. Volgens Maanaoui voelen veel jongeren zich tweederangsburgers. En ergens moet hij ze daarin wel gelijk geven. „Die jongens zien dat in de nabijgelegen C1000-supermarkt alleen autochtonen werken, terwijl in de wijk vooral allochtonen wonen.”

In 2009 blijkt dat in buurthuis The Culture ook criminelen komen. De gemeente voert een leeftijdsgrens in. Bovendien moeten jongeren hun identiteitskaart laten zien als ze naar binnen willen.

Uit protest tegen de maatregel komt de jongerengroep niet meer naar The Culture maar blijft iedere avond hangen rond de voetbalkooi aan de Chopinlaan. Daar neemt de overlast toe. Er verschijnen leuzen op de muur. ‘Free Palestina’. ‘Hamas’. ‘PKK’. ‘Al-Qaida’. ‘Kankerjoden’. Er vliegen auto’s in brand.

De mannen die later naar Syrië zouden afreizen, zoals Soufian en Mourad, zijn dan helemaal nog niet zo met hun geloof bezig. De iets oudere Choukri al wel, hij volgt lessen bij de as-Soennah-moskee in Den Haag. Daar preekt op dat moment nog de omstreden imam Fawaz Jneid, die later wordt afgezet, onder andere vanwege het sluiten van illegale islamitische huwelijken.

In de Gilliswijk groeit de afkeer van de maatschappij. „Ik heb schijt aan Wilders en aan de AIVD. Ik geef geen fok om die twee laat ze vallen als het WTC”, rappen de jongeren. In de bijbehorende videoclip worden foto’s getoond van vliegtuigen die het World Trade Center doorboren en een vizier dat gericht staat op het hoofd van Wilders. „Fuck dit land, ik voel mij niet thuis”, rapt de groep.

Na sluiting van de voetbalkooi

De sluimerende onvrede escaleert in 2008 wanneer de gemeente besluit de voetbalkooi aan de Chopinlaan weg te halen. „Ze sloopten ons plein en zetten er een paar struiken voor terug, in de hoop dat we niet meer gingen hangen”, zegt de 25-jarige Marokkaanse jongen.

In plaats daarvan verspreidt de overlast zich door de wijk. Tijdens de jaarwisseling worden de ruiten van het bejaardenhuis ingegooid. De groep keert zich tegen de politie. Er worden vuurwerk en stenen naar de agenten gegooid. De ME moet erbij komen om de wijk rustig te krijgen.

Een jaar later constateert de gemeente dat tientallen jongeren uit de wijk in de criminaliteit zijn beland. Er zou grootschalig worden gehandeld in drugs. Er komt een ‘lik-op-stukbeleid’: de politie gaat jongeren op de huid zitten. Iedere overtreding, hoe klein ook, resulteert in een boete. Jongeren wordt zeer regelmatig naar hun identiteitsbewijs gevraagd. En bij overlastmeldingen moeten ze verplicht uit elkaar.

Het maakt de jongeren alleen maar bozer. „De politie werd onze vijand”, zegt een jongere. „Ze noemen ons kut-Marokkanen. Echt, het zijn racisten. Ze kicken erop om ons boetes te geven.” Een andere jongere zegt dat hij talloze keren heeft meegemaakt dat er bekeuringen werden uitgeschreven voor geluidsoverlast, samenscholing of het niet-meedragen van een identiteitsbewijs. De latere Syriëstrijders zouden deze bekeuringen ook hebben gehad. „Vind je het gek”, vraagt een jongere, „dat als je keer op keer wordt vernederd door de autoriteit, sommige jongens ervoor kiezen om voor hun eer te vechten in Syrië?”

Er is „heel sterk repressief opgetreden”, bevestigt het hoofd veiligheid van de gemeente Delft. „Maar wat konden we anders? De situatie was onaanvaardbaar. Het leek voor bewoners alsof die jongerengroep boven de wet stond. Op een gegeven moment moét je een daad stellen.” De gemeente Delft zegt dat door deze aanpak de rust in de wijk is teruggekeerd. Dit blijkt ook uit het dalende aantal overlastmeldingen.

Zou het de radicalisering in de hand hebben gewerkt? Het zou kunnen, zegt dezelfde ambtenaar. Net zoals het gebrek aan perspectief de gang naar Syrië gestimuleerd zal hebben. Sommige uitreizigers hadden een baantje, zoals Abu Jandal die pakketjes rondbracht. Mourad stopte voortijdig met zijn mbo-opleiding en ging daarna simkaarten verkopen. Een andere uitreiziger studeerde aan het hbo. Anderen hadden niet eens hun schooldiploma en waren werkloos. Er is wel één gemene deler, zegt de gemeente Delft. De vriendengroep maakte een gezamenlijk drama mee.

Het drama met de gereedschapskist

Het is december 2010 als ‘Mo’ met twee vrienden uit de Gilliswijk een supermarkt in Moerkapelle overvalt. De overval loopt uit op een worsteling, waarbij een zoon van de supermarkteigenaar een gereedschapskist tegen Mo aangooit. Hij valt van de trap en breekt zijn nek. Nog diezelfde avond overlijdt hij.

De zaak wordt landelijk nieuws. Het Openbaar Ministerie besluit de supermarktmedewerker niet te vervolgen. Staatssecretaris Teeven zegt dat iemand die een overvaller overmeestert „eerder een pluim dan een politiecel” verdient.

Maar in de Gilliswijk zien ze het anders. Mo zou in koelen bloede zijn vermoord, en dat justitie de dader niet wil vervolgen zien zij als het zoveelste bewijs dat allochtonen niet meetellen.

De vrienden zijn diep onder de indruk van de dood van Mo. In de Marokkaanse moskee in Delft wordt een rouwdienst massaal bijgewoond. „Veel jongeren beseften opeens dat zij niet in de hemel zouden komen als ze zo bleven doorgaan”, vertelt gemeenteraadslid Maanaoui. „Toen hebben ze bedacht: áls we sterven, dan niet als overvaller, maar op het pad van de jihad.”

De jongens stoppen met voetballen bij Delfia. Een aantal weken later staan ze in lange gewaden langs het veld en laten ze hun baarden groeien. Ze staan onder invloed van Choukri, blijkt later. De vriendengroep kijkt tegen hem op, al was het maar omdat hij de oudste is, goedgebekt is en het meeste van de islam weet. Sinds het overlijden van zijn vader eerder dat jaar heeft Choukri zich vol op zijn geloof gestort.

De groep bezoekt de Marokkaanse moskee in Delft, maar zondert zich na het gebed af om in een klein groepje te luisteren naar Choukri. Als de moskee de jongeren waarschuwt dat ze zich niet mogen afzonderen, vertrekken ze naar de Turkse moskee in Delft, waar hetzelfde gebeurt. De moskee zet vier jongens uit de moskee omdat ze te radicaal zijn en meldt dit bij de politie. Het is intussen 2012. De politie geeft het door aan de gemeente Delft.

En wat doet die met de informatie?

„Wij hebben er niks mee gedaan”, moet de veiligheidsambtenaar van Delft toegeven. „We waren ons er toen absoluut niet van bewust dat radicalisering een probleem is.” Illustratief is dat de gemeente enkele weken voor het vertrek van de eerste Syriëstrijders in 2012 in een notitie schrijft dat radicalisering in Delft niet speelt. „De focus was: hoe krijgen we die jongens uit de criminaliteit? Toen ze fanatiek met de islam bezig gingen dachten wij: dat is prima, ze worden serieus.” Dat was achteraf gezien een verkeerde gedachte, erkent de ambtenaar.

De gang naar Syrië

In de Zoetermeerse Al-Qibla-moskee, waar ze nu samenkomen, komen de vrienden in aanraking met de radicale prediker Talbi, die hen aanmoedigt op jihadreis te gaan. Ook radicale moslimgroepen zoals Straatdawa en Behind Bars komen in deze moskee. De AIVD ziet die groepen als facilitators van de gang naar Syrië.

Eind 2012 vertrekt Mourad naar Syrië om zich aan te sluiten bij Jabhat al-Nusra, een strijdgroep van Al-Qaida. Vanuit Syrië belt hij zijn vrienden om te vertellen hoe prachtig de jihad is, en dat ze ook die kant moeten opkomen. Een maand later reist de rest af.

In Syrië omhelzen ze elkaar. ‘Daar waren we dan, in het gezegende land’, schrijft de Delftse vriendengroep in een verslag vanuit Syrië dat is te lezen op radicale websites. ‘Wie had dit ooit gedacht. Het was een droom op zich om de Jihaad te verrichten, maar dat je dan ook nog eens met een hele vriendengroep op Jihaad bent is een extra gunst van Allah.’ De vrienden gedragen zich uiterst gewelddadig in Syrië, blijkt uit hun verslagen. Zo doden ze een soldaat die ze gevangen hebben genomen, omdat hij een ‘enkeltje naar de hel’ verdient.

Halverwege 2013 komt Mourad (21) aan zijn einde door twee kogels in zijn nek. Daarna volgen Soufian (20), Choukri (26) en Abu Jandal. De rest van de vrienden keert terug naar Delft.

De Gillisbuurt is na de dood van de jihadstrijders niet meer hetzelfde. Er is veel verdriet bij de families die hun zonen zijn kwijtgeraakt. Op de plek van de voetbalkooi staan nu distelplanten. Het oude voetbalteam is opgeheven. Omdat het halve team naar Syrië vertrok.

Gelukkig, schrijven de jihadisten in een verslag, hebben hun vier vrienden zonder pijn het leven verlaten. Want een martelaar zou pijnloos aan zijn einde komen.

De Paradijspoortjongeren hebben hun doel bereikt.