Bescherm de kilt!

Titia Ketelaar in Schotland

Foto Reuters

Ik durf het Gordon Nicolson niet goed te vragen. De kiltmaker heeft me net al vermanend toegesproken omdat ik eerst met zijn buurman stond te praten, eigenaar van een souvenirwinkel aan de Royal Mile in Edinburgh. Ook daar ligt de etalage vol met ceremoniële dolken, sporrans (tasjes) en kilts.

„Kiltmaken is een kunst”, zegt Nicolson streng. „Dat zijn inferieure neppers, gemaakt van acryl. Het is alsof je een theedoek draagt.” Niet de man die je vervolgens een frivole vraag over het dragen van ondergoed onder kilts wilt stellen. Het verhaal gaat tenslotte dat een echte Schot commando gaat onder zijn kilt.

Er is reden voor Nicolsons irritatie. Er zijn steeds minder traditionele kiltmakers, naar schatting nog vijftig. De Royal Mile bestaat bijvoorbeeld bijna alleen uit souvenirwinkels, waar al voor 20 pond (32 euro) een kilt te kopen is. De industrie, zegt hij, wordt gekaapt door goedkope imitaties. „Er staat ‘ontworpen in Schotland’. Ze vergeten te melden dat die kilts worden gemaakt in Pakistan of India.” De zijnen beginnen bij 195 pond voor eentje die in de wasmachine kan, tot ruim 900 pond voor een met de hand gestikt exemplaar.

De kilt is „een symbool van trots” zegt Nicolson. „De Schotse regimenten die in kilt en begeleid door de doedelzak het strijdveld opkwamen, joegen de vijand schrik aan.” Hij vergeet te melden dat het een Engelse koning was, George IV, die het dragen van een kilt gangbaar maakte voor niet-militairen toen hij in 1822 Edinburgh bezocht.

Mags Gillian laat zien hoe ze de plooien in een kilt maakt. Een traditionele kilt bestaat uit bijna acht meter aan wol, in de typische Schotse ruit. Ze is bezig met een lichtblauw-zwart-roodgeruit exemplaar. „Ik doe er drie dagen over. Maar als het echt moet, bijvoorbeeld omdat een bruidegom ontdekt dat hij niet meer in de zijne past, lukt het me er één in een dag te maken.” Ze heeft dan ook ruim twintig jaar ervaring.

„Schotse whisky is wél een beschermd oorsprongsproduct”, bromt Nicolson. Hij en andere kiltmakers hebben geprobeerd ook kilts die status te laten krijgen: alleen als die met de hand, van 100 procent wol en in Schotland waren gemaakt, zouden ze Schotse kilts mogen heten. Tevergeefs.

Brian Wilson van de Scottish Tartans Authority, waarvan de meeste wevers lid zijn en dat de database voor de meer dan zesduizend officiële ruiten bijhoudt, zegt: „Een kilt is eigenlijk gewoon een rok die door een man wordt gedragen. Daar kun je geen wetgeving voor maken.” Hij heeft dan ook minder problemen met de goedkope varianten: „Je wilt bij een voetbalwedstrijd of vrijgezellenfeest geen bier over een exemplaar van 300 pond morsen.” Bovendien: „Als iemand maar vaak genoeg een kilt draagt, promoveert hij vanzelf naar een echte.”

Wilson weet alles van commandostijl. De Scottish Tartans Authority kwam een aantal jaar geleden met het advies dat het „kinderachtig en onhygiënisch” was geen ondergoed te dragen: „De Highlanders van weleer hadden gewoon geen ondergoed. Dat betekent niet dat wij aan die traditie moeten vasthouden. Het is één ding om niets te dragen als je in je eentje door de natuur loopt, maar als je een avond met enthousiast danst, moet je je ook het ongemak van anderen kunnen indenken.” Maar Wilsons advies werd „wijd bekritiseerd”. Dus of het is opgevolgd kan hij niet zeggen.