Alleen met beelden krijg je het in de koppies

Documentairemaker Ireen van Ditshuyzen kiest ongemakkelijke onderwerpen. Haar film over dementie trok een miljoen kijkers, maandag is haar nieuwste werk op tv. „Nu ik 72 ben pikken mensen het dat ik gewoon een dag ergens ga zitten kijken.”

Tekst Joke Mat, foto Andreas Terlaak

Oude ouders

„In mijn laatste, korte documentaire Een mooi einde laat ik het zoeken zien van een oud echtpaar, samen met hun kinderen, naar hoe het einde van hun leven eruit moet zien. Hij dementeert, zij heeft allerlei ziektes. Ze zijn gelovig, maar ook progressief en liberaal. Ze hebben de woorden om na te denken over deze vraag, die iedereen heeft. Mijn bedoeling is dat de film mensen helpt erover te durven praten. De film spreekt vooral mensen van rond de 50 aan, met oude ouders. Bij een voorvertoning kwam een vrouw in tranen naar me toe: „Ik heb het verkeerd gedaan met mijn moeder.” Ik vroeg ‘hoezo’, maar ze liep weg. Mensen bereiden zich voor op de verdeling van geld en goederen na hun dood, maar niet op het proces náár de dood. Iedereen zou daar eigenlijk over na moeten denken. De twijfel vind ik het belangrijkst, dat is het begin van de zoektocht. Mijn man en ik zijn bezig met een levenstestament, waarin je kunt vastleggen of je gereanimeerd wilt worden, of je euthanasie wilt. Dat kun je makkelijk roepen als je 50 bent; als je 70 bent zeg je het niet meer hardop. Mijn oudere zussen – ik was de jongste thuis – vraag ik soms ook of ze erover nadenken, maar meer niet. Ik wil niets opdringen. Het moet ook passen bij je levensstijl.”

Kijken

„Het voordeel als je ergens binnenkomt als documentairemaker, is dat je mag kijken. En lang. Tot ze vergeten dat je er bent. Dan zie ik alles, hoor ik alles. Nu ik 72 ben pikken mensen het dat ik gewoon een dag ergens ga zitten. Aan de leestafel in de hal van een verpleeghuis bijvoorbeeld. Daar gebeurt zoveel. In anderhalf uur weet je precies hoe mensen er met elkaar omgaan. Als ik daarna officieel ontvangen word, weet ik al hoe ik moet koersen. Toen ik een documentaire wilde maken over een Haags ziekenhuis, wilde de directeur vooraf weten hoe dat werkte. Ik heb de hele staf een ziekenhuisfilm van Frederick Wiseman laten zien, een Amerikaanse documentairemaker die wel vier jaar ergens ging zitten. Alles zat erin: de operaties, het gedoe onderling, de eenzaamheid in de nachtelijke uren, of dokters de namen van patiënten weten voor ze ‘hallo mevrouw’ zeggen. Ze vonden de film goed. Toen was ik binnen.”

Schijndementie

„Begin jaren negentig maakte ik voor het eerst een documentaire over dementie, Vergeten. Het idee ontstond bij het filmen in een psychiatrische kliniek. Ik vroeg: Die mevrouw daar, wat heeft die? „O, zij zit hier voor onderzoek naar schijndementie.” Ik zag haar zoeken, weifelen en herkende er mijn moeder in. Zij was in de jaren zeventig wegens suikerziekte terechtgekomen in het ziekenhuis, waar haar dementie niet werd herkend. Ze probeerde naar buiten te lopen en is voorover van de trap gevallen. Een drama. Dementie werd toen afgedaan als aderverkalking of kindsheid. Het begrip alzheimer bestond op straat nog maar net. De ziekte wordt nu wel onderkend. Ook jonge gezinnen worden erdoor getroffen. Als je 50 bent, treft het je in de bloei van je jaren.”

Karaktervast

„De montagekamer bepaalt de kracht van een documentaire, de research bepaalt de betrouwbaarheid. Ik heb er jaren over gedaan om families uit te zoeken voor de lange documentaire Dementie en dan, die vorig jaar meer dan een miljoen kijkers trok. Ik heb wel tweehonderd mensen gesproken. De meesten vallen af. Er zijn mensen met heel leuke, snelle teksten die drie weken later denken: o nee, ik moet zeggen wat die of die wil horen. Daar heb je niets aan, mensen moeten karaktervast zijn. Een heel aardige mevrouw, licht dement, wilde dolgraag meedoen, maar haar man hield het tegen. Uit statusgevoeligheid. Dat begrijp ik wel. De eerste twee jaar wil je dementie niet erkennen. Je moet nieuwe vormen van omgang vinden. En je moet van iemand blijven houden. Ik heb wel kilheid zien ontstaan. De familie is bij dementie zo van belang. Als er saamhorigheid is, voelt iemand zich veilig, dan mag hij missers maken.”

Maatschappelijk besef

„Tv is maar tv. Ik ben altijd bezig met zorgen dat een documentaire beklijft, dat het wordt opgepakt. Met Dementie en dan wilde ik een veranderingsslag in de dementiezorg bewerkstelligen. Het educatieve materiaal dat ik erbij heb gemaakt, is naar alle huisartsen gegaan en wordt gebruikt op de universiteit en in het hoger en middelbaar beroepsonderwijs. De meeste verzorgers van demente bejaarden komen uit het mbo. Het is niet het makkelijkste werk. Iedereen wil baby’s verzorgen, niemand wil oude mensen wassen. Bij de research kwam ik vier mbo-leerlingen tegen, leuke meiden, zagen er kek uit, maar ze vonden het zo raar dat ze bij hun stage al om half negen moesten beginnen. Geen enkel maatschappelijk besef. Dat is een toer hoor, voor een docent. Zo wist ik: ik moet erg leuke rolmodellen zoeken en veel positieve verhalen verbeelden. Met beelden krijg je het in die koppies, met woorden niet. Mijn belangrijkste doelgroep waren de huisartsen. Die zijn vaak onzeker over dementie, heb ik in mijn eigen omgeving gezien. Maar als huisartsen niet door durven vragen, komt dementie niet aan het licht. Dat is tragisch voor een familie, die dan lang moet wachten op passende hulp.”

Volkshogeschool Drakenburgh

„Het is altijd wel mijn drijfveer geweest de maatschappij stapjes vooruit te helpen. Na een opleiding cultureel werk op sociale academie werd ik docent op de volkshogeschool Drakenburgh in Baarn. Personeel van bedrijven als Philips kreeg daar een week algemene ontwikkeling, ter ‘revitalisering’. Later ging ik andragogie studeren in Amsterdam en sloot ik me aan bij de studentenvakbeweging. Nog als twintiger werd ik directeur van het ‘vormingscentrum voor werkende jeugd’. Vanuit een chic pand op de Herengracht verzorgde dat avondcursussen in alle wijken. Werkende jongeren konden film kijken, schilderen, boetseren. Of ik stuurde acteur Peter Faber op hen af, vonden ze enig. Ik dacht wel vrij snel: Dit past niet meer in deze tijd. Het was te los van alles. Na anderhalf jaar is het opgeheven.”

Panty’s uit Parijs

„Bij de televisie begon ik als researcher van VARA-ombudsman Marcel van Dam. Hij was leuk voor het duel, principiële discussies over woningnood en zo, maar ik ben nog in de proeftijd vertrokken. Ik was te links voor hem en te eigenwijs. Bij de VPRO vonden ze dat juist aardig. Daar kwam ik in de ‘televisiekerngroep’, waar ik dan weer regelmatig overhoop lag met de directie. Later heb ik als eindredacteur Ischa Meijer bij de tv gehaald. Weet je wat het eerste was dat hij tegen me zei? ‘We gaan niet zoenen.’ Ik zei: ‘Dat was ik ook helemaal niet van plan.’ Geschaterd heb ik met die man. Wat hij niet meenam voor redactrices. Bonbons uit Londen, panty’s uit Parijs.”

Individualisme

„In de jaren 70 en 80 bestond het gevoel dat we vooruit gingen met elkaar. Nu is het stilstaan, op zijn best. Ik begrijp zo goed wat staatssecretaris Martin van Rijn probeert te doen met de participatiesamenleving. Mensen moeten veel meer doen voor hun chronisch zieke familie of buren. Van Rijn wordt politiek ook niet echt aangevallen, ondanks al zijn bezuinigingen. Mensen zien wel dat het individualisme te ver is doorgeschoten en dat de zorg te veel geld kost. Na de première van Dementie en dan heeft Van Rijn met al die families zitten praten. Alle andere staatssecretarissen die ik heb meegemaakt renden meteen weer weg. Die families hebben het daar nog steeds over. Eigenlijk komt dan de politiek dichtbij. Dat vind ik belangrijk. Dat telt.”