‘Alcoholvrij bier blijft aan een opmars bezig’

Aldus Cees-Jan Adema, directeur Nederlandse Brouwers

illustratie emmelien & martien

De aanleiding

Voetbal op groot scherm, paprikachips en tssss, klik, een ijskoud biertje erbij. Zo ziet het ideale scenario er voor veel Nederlanders vanavond uit. En dan is er een redelijke kans dat het biertje alcoholvrij is, volgens het Nationaal Bieronderzoek 2014. „Het is positief dat alcoholarm en alcoholvrij bier aan een opmars bezig blijft”, concludeert Cees-Jan Adema, directeur Nederlandse Brouwers, woensdag in het begeleidende persbericht.

Waar is het op gebaseerd?

Adema baseert zijn conclusie op het Nationaal Bieronderzoek 2014. Vier op de tien bierdrinkers drinkt weleens alcoholvrij bier, staat in het rapport. De Nederlandse Brouwers, opdrachtgever van het onderzoek, behartigen de belangen van acht in Nederland gevestigde bierbrouwerijen die samen goed zijn voor 95 procent van de bierproductie in Nederland. De organisatie heeft kerncijfers gepubliceerd over de biermarkt en daarnaast gedragsonderzoek laten doen door bureau Ruigrok.

En, klopt het?

Er is een belangrijk verschil tussen het ‘biergedrag’ en harde cijfers. Het onderzoek van Ruigrok, waar Adema zich op baseert, stelt ‘bierdrinkers’ vragen over hun gedrag. Ruigrok heeft 8.000 Nederlanders vragenlijsten gestuurd, er bijna 2.500 ingevuld teruggekregen en een doelgroep van 517 ‘bierdrinkers’ geselecteerd, gelijk verdeeld over geslacht, leeftijd en opleidingsniveau. De eerste vraag van de lijst was: Welke dranken drink je minimaal een keer per maand? Alleen mensen die bier aanvinkten zijn meegenomen in het onderzoek. Van die groep gaven vier op de tien ondervraagden aan ‘weleens’ alcoholvrij bier te drinken. Hoe vaak dat gebeurt, staat niet in het onderzoek. Nergens is gevraagd of men meer of minder alcoholvrij bier is gaan drinken. Hoeveel niet-bierdrinkers alcoholvrij bier drinken, valt buiten het bestek van het onderzoek.

‘Bierdrinkers’ – mensen die minimaal een keer per maand bier drinken – vertegenwoordigen maar 45 procent van de Nederlandse bevolking, schrijft Ruigrok.

Als je wilt weten of alcoholvrij bier aan „een opmars” bezig is, is het logischer om te kijken naar verkoopcijfers. De Nederlandse Brouwers publiceerden naast het Nationaal Bieronderzoek ook ‘kerncijfers’. In de tabel staat het totale volume van de Nederlandse biermarkt (11,7 miljoen hectoliter, bron: Ministerie van Financiën). De Nederlandse brouwers vullen 10,1 hectoliter van die ‘bierplas’; andere brouwerijen nog eens 1,6 miljoen hectoliter. Gemiddeld werd er 69,6 liter bier per hoofd van de bevolking gedronken in 2013, tegenover 72,3 liter in 2012 – een daling van vier procent. In de tabel staat niet welk deel van de totale ‘bierplas’ alcoholvrij is en of dat deel is gegroeid. Wel staat er dat de afzet alcoholvrij bier van de Nederlandse Brouwers is gegroeid van 181.000 naar 190.000 hectoliter in een jaar, een groei van 4,9 procent.

Hoe zit het met die groei? Foodstep, marktonderzoek- en adviesbureau in horeca, weet meer.„Alcoholvrij bier ontwikkelt zich binnen horeca zeker niet positiever dan totaal bier”, schrijft een woordvoerder. De totale bierafzet binnen de horeca daalt met drie procent, volgens Foodstep. Geen toename dus.

In de supermarkten is er wel een stijging te zien volgens onderzoeksbureau Nielsen, dat de verkoopgegevens van 98 procent van de Nederlandse supermarkten koopt. Daaruit blijkt een daling in de verkoop van gewone ‘pils’ , van 7,8 naar 7,4 miljoen hectoliter (- 5 procent) en een groei van 138.502 naar 144.504 (+ 4,3 procent) alcoholvrij.

Conclusie

De Nederlandse brouwers vinden het feit dat vier op de tien ‘bierdrinkers’ weleens alcoholvrij bier drinken reden om te schrijven dat alcoholvrij bier aan een ‘opmars bezig is’. De stelling dat vier op de tien bierdrinkers ‘weleens’ bier drinkt is houdbaar bij gebrek aan tegenonderzoek. Maar de cijfers zijn onvolledig. Een groei is er ook niet overal: in de horeca daalde de consumptie van alcoholvrij bier met 3 procent, in de supermarkt is er een stijging van 4,3 procent. Omdat het meeste bier (zestig procent) wel in de horeca wordt afgezet, beoordelen we de stelling als grotendeels waar.