Zo werd hun festival een succes

knalt dit weekend op Ameland. Het draait om surfen, skaten en muziek. Zeven jaar na de eerste editie verwachten de organisatoren (vier vrienden) drieduizend mensen. „In de eerste jaren overkwam het festival ons.”

Festivals worden steeds populairder in Nederland. Vorig jaar waren er 774. Vooral beeldende kunst en dance doen het erg goed. foto’s bas arps en Syo van Vliet

Op het terras van strandtent De Buren van Nes bekijken eigenaar Floris Oud (36) en Dilip de Gruijter (30) het draaiboek. „We lopen op schema”, constateert De Gruijter, terwijl achter hem een shovel brommend de wc’s op de juiste plek op het strand zet. Het is maandag 30 juni, vier dagen voor hun surffestival MadNes op Ameland losbarst. Aan de hand van de plattegrond vertelt Oud dat de tenten dinsdag komen, net als de cateraar. De skateramp wordt als laatst geleverd, op vrijdagochtend. Dat is qua logistiek het handigst leggen ze uit.

Dat ging er vijf jaar geleden wel anders aan toe, toen MadNes z’n tweede editie beleefde. Met de vraag: hoe doe je dat eigenlijk, een festival opzetten? reisde nrc.next destijds naar Ameland om de vijf initiatiefnemers, vier studenten en Floris Oud, te spreken vlak voor het festival van start zou gaan. Ze hadden ooit, na hun strandwachtdienst, met een biertje zitten filosoferen hoe gaaf het zou zijn om op het strand hún muziek, reggae en ska, te combineren met surfen. De eerste editie was goed verlopen, maar, bekenden de studenten: „We wisten eigenlijk niet zo goed waar we aan begonnen.” Op de eerste to-do-lijst stonden drie punten: locatie, bands, publiek. Meer niet.

Vijf jaar later zijn we er terug. MadNes bestaat nog steeds. Sterker: de kaarten voor deze zevende editie waren binnen drie dagen uitverkocht. Hoe werd het festival zo populair? En wat komt erbij kijken als je het groter wilt maken? Met andere woorden: hoe zorg je dat een festival, tussen de honderden andere festivals deze zomer, z’n bestaansrecht houdt?

MadNes is het hoogtepunt op Ameland geworden, durft Amelander Oud te stellen. De organisatie is opgehouden om op elk mailtje van een band te reageren of ze er mogen optreden. Honderden ontvingen ze. In de stacaravan, hun kantoor deze dagen, zitten ze rondom de tafel die vol laptops ligt. Ze zijn alvast gestoken in hun MadNes-outfit, want ja, er is serieuze MadNes-merchandise. De honderden petten en zonnebrillen raken vrijwel zeker uitverkocht dit weekend. Als een van de vijf telefoons op tafel rinkelt, blijkt het de MadNes-hotline te zijn. Of er nog kaarten zijn?

Een festival organiseren omvat méér. Op het strand zijn vijftien vrijwilligers – de MadNes Beunhazen – bezig om de boel op te bouwen. En in de loods bij de camping knutselen kunstenaars Jene Bons en Bert Jan Blok aan hun twaalf meter lange draak, die ze uit eigen beweging speciaal voor MadNes hebben ontworpen. Ze zijn trouwe bezoekers. Ze hebben er thuis een week aan gewerkt, op het eiland nog eens een week. Kosteloos.

Toch is er op het eerste oog niet zo veel veranderd. Er zijn nog steeds vier organisatoren plus Floris Oud – inmiddels 36 jaar, met een tweede kind op komst. Het publiek komt nog altijd voornamelijk uit de Randstad en is tussen de 20 en 30 jaar. En het draait inderdaad om surfen, skaten en muziek.

Voor de rest is vrijwel niets hetzelfde.

In 2011 leek het einde van het festival nabij. Drie van de vier initiatiefnemers trokken zich terug. Ze kregen een fulltime baan, gingen zich settelen en hadden geen tijd meer voor hun hobby MadNes. Alleen Steven Leeuwerink (nu 27) bleef over. Voor hem was het meer dan een hobby, een festival organiseren was wat hij onder meer leerde als student Media Entertainment Management. Met Oud zocht hij drie nieuwe leden erbij. Dilip de Gruijter had eerder geholpen als beveiliger. Amelander Sjors Kiewiet („bijna 30”) deed presentaties in de kleine tent én grote tent – daar bleek namelijk ook niemand voor te zijn. De vierde, Symen Verbruggen (26), was bekend bij de organisatie omdat hij bij optredens op de hekken stond en keihard meezong.

Afgestudeerd op MadNes

Ze kenden het festival door en door, als bezoeker en als vrijwilliger. Toevallig (of niet): ze deden heel verschillende studies, maar blijken allemaal op MadNes te zijn afgestudeerd.

In september begint het circus. Iedere week zijn ze gemiddeld twee dagen bezig om de bands te kiezen en vast te leggen, de begroting à 2 ton rond te krijgen, sponsoring in natura te vragen aan Amelanders, meer dan veertig overtochten te boeken voor het materiaal en zich te buigen over de aankleding. Ze organiseren meerdere clinics, van paaldansen tot suppen. In februari begint de voorverkoop, dan moet het programma zo goed als rond zijn.

Over dat alles wordt wekelijks vergaderd per Skype – ze wonen in Amsterdam, Den Haag en Groningen. Ze spreken ook af of bezoeken gezamenlijk concerten. Ze stellen zichzelf telkens de vraag: hoe maken we het nóg toffer dan vorig jaar? Zo kwam de glijbaan er, waarmee je het festivalterrein op roetsjt. „Ook de burgemeester.”

Dixie op het podium

MadNes heet niet voor niets MadNes. Typerend was het idee van de eerste lichting om de Dixie op het podium te plaatsen. „Doe je je behoefte, stap je naar buiten, staan daar honderden mensen voor je te juichen.” Floris Oud moest ze teleurstellen. „Maar die gekte van de pioniers hadden we nodig voor het opstarten”, zegt hij. Het ging er nooit onverantwoord aan toe, soms wel roekeloos. „In de eerste jaren overkwam het festival ons.” Was er plots een halfpipe van zestien meter geleverd. Oud wist van niets. „O ja”, zeiden ze, „die moet nog even op het strand gezet worden.” Ze vormen nu De Raad van Advies van het festival.

De huidige organisatie is professioneler, vindt Oud. Er is zelfs een langetermijnplanning, omdat de vier – meesten nog vrijgezel – weten dat het geen hobby kan blijven. Voor henzelf niet: in plaats van alle vrije tijd ervoor op te geven, moet MadNes voor twee dagen per week een betaalde baan worden. Zover is het nog niet, maar eigen geld hoeft er in elk geval niet meer bij. En voor het festival: ze willen groeien, maar gestaag. Het gemoedelijke van MadNes mag niet verloren gaan. Het eerste jaar werden 500 kaarten verkocht (à 55 euro), dit jaar 1.350 (à 107 euro). Inclusief eilanders en vrijwilligers komt het bezoekersaantal op zo’n 3.000.

Meer genieten

Alhoewel, saai en keurig kun je de organisatoren ook nu niet noemen. Soms houdt Oud nog steeds even z’n hart vast. Het optreden dat Symen Verbruggen vorig jaar zelf gaf met z’n band was zo’n groot feest dat alles heen en weer ging. De zij-flappen van de tent werden er zo snel mogelijk afgehaald. Mensen sprongen van boxen, iemand probeerde in de nok te klimmen. Verbruggen zag het gebeuren. „Of ik rustiger ging spelen? Nee, natuurlijk niet.”

Grootste nadeel is dat ze zelf zo weinig meekrijgen van wat ze geregeld hebben. Hoogstens zien ze één nummer van een band. Dat moet anders, staat in het meerjarenplan. „We willen meer genieten.” Daarom hebben ze voor het eerst elk een man of twee aangesteld als hun persoonlijk assistenten. Kunnen de vier misschien een clinic blokarten doen of naar de lachworkshop.

De crowdsurfclinic ‘deluxe’ houden Sjors Kiewiet en Symen Verbruggen wel graag in eigen hand. Dat houdt in dat ze een bordje ophouden ‘hier crowdsurfen’ en – deluxe – de gasten omhoog helpen. Dat alles, heel professioneel, op malt bier.