Wat is Australië nog zonder sporters?

Na zijn vorige succesvolle roman De Klap kiest deze Australiër opnieuw voor het thema van de boze buitenstaander. Deze keer gebeurt dat niet alleen vanuit de immigrant, maar ook vanuit de sporter.

Christos Tsiolkas Foto Zoe Ali

De Australische schrijver Christos Tsiolkas is een boze auteur. In al zijn werk – Barracuda is zijn vijfde roman – gaat het om de zoektocht naar waar je thuishoort en de woede die met die zoektocht gepaard gaat. Dergelijke emoties kunnen heel vruchtbaar zijn. Dat was zeker zo in zijn vorige roman De klap waarmee Tsiolkas internationaal doorbrak.

Hierin stond een middenklasse in Melbourne centraal waarvan de meesten eerste dan wel tweede generatie buitenlanders waren, vooral Grieken. Het boek – waarin een monsterlijk kind een tik krijgt waarna er vetes uitbreken – was een aanklacht tegen de hypocriete burgerman die denkt een ander op moreel vlak de maat te kunnen nemen, maar neerkijkt op buitenstaanders, in dit geval dus Grieken in Australië. Het conflict tussen de vereiste loyaliteit onder de in Australië woonachtige Grieken en de mores van de samenleving bracht hij mooi over het voetlicht.

In Barracuda draait het wederom om de buitenstaander, ook deze keer een halve Griek. Daniel Kelly heeft een Griekse moeder en een Ierse vader die de kost verdient als vrachtwagenchauffeur. Deze zoon kan goed zwemmen, wordt gescout en mag met een beurs naar een dure privéschool om daar trainingen te krijgen van een van de beste coaches van Australië.

Het conflict dat volgt laat zich raden: de Griekse jongen die veel liefde van thuis meekreeg, komt op een kille, poenerige school. Hij wordt niet geaccepteerd; schaamte en de behoefte aan erkenning vechten om voorrang. Ondertussen moet hij aan het thuisfront en aan zijn Griekse vrienden laten zien dat hij nu niet opeens een arrogant, duurdoenerig jongetje is geworden dat zijn Griekse wortels verloochent.

Het is een dilemma waarmee Tsiolkas zelf ook worstelt, legde hij in een interview met deze krant uit (23.11.2013): „Als kind dat opgroeit in een Griekse cultuur lieg je de hele tijd. Tegen je Griekse vrienden, want ze zijn bang dat je een Australiër wordt. Zelfs als je even met een meisje praat, zijn ze bang dat je met haar trouwt en uit hun leven verdwijnt. Het schuldgevoel daarover wordt een deel van je. Ik kom uit een schaamtecultuur; wat zullen de mensen zeggen? De woede daarover is al heel lang bij me.” Het thema van de buitenstaander heeft veel potentie, maar de vraag is of deze hoofdpersoon, een jongen die vooral houdt van zwemmen en goed genoeg lijkt voor de Olympische Spelen van Sydney, dat thema voldoende kan dragen. Het antwoord is helaas ontkennend. Anders dan in De klap – waarin acht personages hun visie op het gebeuren gaven – laat Tsiolkas alleen Danny aan het woord, een boze puber en een vrij oppervlakkig personage. Hij zwemt goed, maar haalt de eindstreep niet. Hij slaat iemand bijna dood, belandt in de gevangenis, komt er niet helemaal gelouterd uit, maar wel vol schuldgevoelens, en daarna timmert hij wat balken aan elkaar bij zijn oma en opa.

Intussen heeft hij een vriend, zorgt hij voor gehandicapten, is dus in feite een goede jongen, maar krijgt een hekel aan zwemmen en herstelt de band met zijn familie. In al zijn teleurstelling na het onsuccesvolle avontuur in het zwembad leert hij die beter kennen in soapachtige gesprekken.

Heeft Barracuda dan helemaal niets te bieden? Jawel. Behalve de hypocrisie heeft Tsiolkas er deze keer een interessant element aan toegevoegd: de hysterie rondom sport. Dat wordt niet alleen op persoonlijke vlak uitgewerkt (Danny stelt volgens zichzelf niets meer voor), maar ook met een groter gebaar: Australië heeft niets te betekenen zonder sport. Zo zegt een personage wanneer studiebeurzen ter sprake komen: ‘sport is het enige waar Australië een beetje mee voor de dag kan komen. Als we de sport niet zouden subsidiëren, zouden we overal slecht in zijn’. Jammer dat het thema niet echt wordt uitgewerkt, want het is perfect materiaal voor een grote, Australische roman. Australië zonder zwemmers of hockeyers, dan ontstaat pas echt buitenstaanderschap.