Wacht maar, straks zingt heel Minerva mee met Barry’s Kamelenteen

Bo&Caro gaan elke dag naar een bedrijf. Ze zijn bij aandeelhoudersvergaderingen, productpresentaties of vrijdagmiddagborrels en willen graag weten: wie is hier belangrijk?

Wat: De city run van studentencorps Minerva door het centrum van Leiden.

Wie: Tobias Postmaa, Marloes van Loon en nog 80 Minervanen, en: Barry Badpak.

Waar zíjn ze dan? Die hossende bierhijsende studenten van Minerva die hem waren beloofd? De barman kijkt beduusd naar de opbrengst: een stuk of vijftig bonnetjes in een wijnkoeler. Voor hem op de Leidse Garenmarkt: wat groepjes studenten in sportkleding, verkleed als M&M, of in camouflage-outfit. Onderuitgezakt in zitzakken, hangend op bankjes.

De leden van het studentencorps zijn gewoon een beetje moe. De meesten hebben vanaf de eerste dag – afgelopen vrijdag – meegedaan aan alle lustrumactiviteiten ter ere van het 200-jarig bestaan van de Leidse studentenvereniging. En ze moeten nog een week.

Een badjas, nepsnorren en bier

Tobias Postmaa – masterstudent political science – is kapót, zegt hij. Kletsnat van het zweet is hij de tent van de organisatie binnengestormd. Goed. Een marathon was het misschien niet, maar van drieënhalve kilometer rennen in de brandende zon kun je het ook best warm krijgen. Marloes van Loon, student internationale betrekkingen, geeft hem een flesje water. “We hadden 220 inschrijvingen voor onze hardloopwedstrijd door de stad, maar we hebben de lopers nog niet allemaal gezien eigenlijk”, zegt ze. “Ach, die komen toch pas opdagen wanneer ze er zelf zin in hebben. Wanneer ze zijn uitgeslapen.” Wacht maar, zodra Barry Badpak het podium betreedt, komt iedereen tevoorschijn, zegt Marloes.

“Staan ze straks allemaal mee te zingen met ‘Kamelenteen’ - ken je vast wel.”

Een half uur púre ellende

Daar is het feesttrio zelf niet geheel van overtuigd. Ietwat ontheemd staan ze bij de bar. Nog maar een biertje. “Dit is ons publiek, hè, studenten. Die boeken ons nog altijd”, zegt Wouter Vermeulen – een van de zangers. Zijn collega, Roeland Sluyterman: “Dankzij die Kamelenteen-hit treed ik nu al drie jaar op met die jongens. Naast mijn baan als zwemleraar, in de avonduren dus.” Op studentenfeesten, en soms per ongeluk op een festival. In badjas, met nepsnorren en met een biertje in de hand. En dan is het altijd maar hopen op welwillend publiek.

“Laatst traden we op bij het Amsterdams Studenten Corps en daar vroeg iemand halverwege onze act ineens ‘The World’s Greatest’ aan, dat nummer van R. Kelly. Was toch minder.”

Wat ze eraan overhouden? Hij werpt een blik op zijn drankbonnen en neemt nog een slok bier. “Een leveraandoening.”

“Ja, eh, jongens”, schalt de stem van Wouter even later over het plein. “Zijn jullie klaar voor een half uur púre ellende?” Er wordt wat lauw gereageerd. Iemand draait zich wat geïrriteerd om. Ze waren in gesprek.