Verrek, toch weer overheen gekeken

De tomaatjes van Fukushima worden in de hand genomen voor de politieke fotosessie. Maar halen ze de mond wel? Hans Aarsman kijkt en reconstrueert wat er gebeurd kan zijn.

De Amerikaanse piloot Jennifer Moore ziet haar dochter terug, 3 januari 2009 Foto Alan Hawes/AP

Wie het slow living praktiseert, maakt zich vanzelf wel het slow looking meester. Fotograaf en auteur Hans Aarsman (1951) blinkt daarin uit, zoals hij bewijst in zijn rubriek in de Volkskrant. Uit de stroom van tienduizenden foto’s die als hard nieuws of curieus feit de krantenredactie passeert, kiest hij er uiteindelijk vijftig, vertelde hij op Radio 1. En daaruit moet dan wekelijks steeds weer dat ene beeld opduiken dat visueel en inhoudelijk interessant genoeg is om op twee volle krantenpagina’s te worden afgedrukt, en toegelicht.

Na zijn bundel Ik zie, ik zie (2009) is in Wat jij niet ziet wederom een selectie gemaakt uit die eerder afgedrukte krantenfoto’s. De titel van dat nieuwe boekje lijkt arrogant, maar is het niet. ‘Verrek’, dacht ik al turend naar de zoveelste foto, ‘toch weer overheen gekeken’.

Dat zelfverwijt is niet helemaal terecht, want achter de titel Wat jij niet ziet schuilt ook de constatering ‘Wat jij

niet weet’. Aarsman leest de bijschriften van de nieuwsfoto’s, snuffelt op internet naar de achtergrond van personen en incidenten, zoekt naar antwoorden op zelf verzonnen vragen.

Zijn beeldkeuzes kunnen schokkend, amusant of bizar zijn. Een Amerikaanse, vrouwelijke piloot, die in Irak de gigantische Globemaster vloog, ziet in Charleston na vier maanden haar baby-dochter terug, die twee maanden oud was toen ze vertrok. Ze huilt, ze gilt, alsof alle onderdrukte gevoelens van gemis haar opeens overspoelen – en alsof ze nu pas beseft dat ze voor het kind een vreemde is geworden.

Amusant is het feit dat Christie’s ter promotie van een veiling een mooie, jonge en peinzende vrouw laat poseren tussen drie kostbare impressionistische schilderijen. Haar lengte is een meetinstrument voor de grootte van de werken, maar ze moet schijnbaar ook potentiële kopers in de waan brengen dat haar schoonheid bij een Monet wordt meegeleverd.

En ronduit bizar is de close-up van het spiernaakte kruis van toreador El Cid, dat een stier in Pamplona op zijn geweten heeft. Behalve een opengescheurde broek lijkt er fysiek niets aan de hand, of er moet driftig op die plek gephotoshopt zijn. ‘Weg verfijnde superioriteit’, schrijft Aarsman, met een zweem van leedvermaak.

Bij de meeste van de circa vijftig foto’s en even zo vele paginagrote stukjes in dit boekje hoort ondanks het afwisselende gehalte toch vaak het etiket ‘schokkend’, of liever pijnlijk. Niet omdat er doden voor het oprapen liggen – soms wél –, maar omdat Aarsman in zijn korte teksten op laconieke toon empathie weet op te roepen of juist heel klinisch een incident beschrijft. Die beelden variëren dus van een Amerikaanse soldaat die bij terugkeer van het front moederziel alleen in Washington is gefotografeerd tussen koppels die wél links en rechts omhelsd worden. Tot en met een moord op Oudejaarsnacht in Manilla in 2010, vastgelegd door het slachtoffer zelf, die bij het flitsen van zijn fototoestel zijn moordenaar ontwaarde en in diezelfde flits zelf het leven liet.

In zijn inleiding zet Aarsman net als in zijn boekje De fotodetective (2012) zijn leermeester Arthur Conan Doyle, uitvinder van Sherlock Holmes, nog even in de schijnwerpers. Conan Doyle kreeg als student medicijnen les van chirurgen die op basis van observatie, en oorzakelijke verbanden, razendsnel diagnoses konden stellen. Aarsman kijkt ook chirurgisch, en soms zelfs met een akelige precisie. Het sprekendste voorbeeld daarvan is de eerste foto in het boekje. Je kijkt naar staatshoofden van Zuid-Korea en China die het door de tsunami getroffen Japan een hart onder de riem komen steken. De ramp met de kerncentrale van Fukushima heeft zich pas drie maanden geleden voltrokken. Maar het valt allemaal reuze mee, wil de gouverneur van Fukushima de heren wijsmaken. Proeft u toch onze verse, stralingsvrije tomaatjes! Zijn gasten weten wel beter: ze doen voor de fotograaf net of ze een hap nemen, maar die tomaatjes komen echt niet voorbij hun voortanden. Ze kijken wel uit. Nu maar hopen dat de ‘gewone’ Japanse krantenlezer ook zo goed naar die minzaam lachende monden heeft gekeken als Aarsman.