Vergrijzing als geen probleem

Het heeft lang geduurd voordat de Nederlandse politiek er in meerderheid aan toe was en op een bepaald moment ging het opeens verrassend snel: de besluitvorming over de verhoging van de AOW-leeftijd. Wie kon rekenen, had al enkele jaren eerder in de gaten dat de vergrijzing, veroorzaakt door de naoorlogse babyboom, een financieel en economisch probleem zou worden.

Maar dan nog is zo’n impopulaire maatregel niet vanzelfsprekend: het duurde dus even voordat de geesten zo rijp waren gemaakt dat kabinet en parlement het aandurfden om hem te nemen. Het was toen 55 jaar geleden dat de AOW, een van de belangrijkste sociale verworvenheden, was ingevoerd.

De financiële crisis die in 2008 ontstond, heeft bijgedragen aan het gevoel van urgentie dat op zeker moment ontstond en heeft dus zo bezien ook een nuttige kant gehad. Al was de verhoging van de AOW-leeftijd ook zonder de Grote Recessie, zoals sommige economen de afgelopen periode zijn gaan bestempelen, noodzakelijk.

Dan is het prettig dat het Centraal Planbureau met een vrolijke mededeling kan komen. Gisteren was het zo ver: de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd gaat werken. De vergrijzing, die jarenlang als een somber stemmende wolk boven het land hing, is geen groot probleem meer. Althans niet voor de overheidsfinanciën. Minder zorg om vergrijzing heet het CPB-rapport en in die titel zit een boodschap, waarvan de woorden ‘minder’ en ‘zorg’ de verpakking vormen.

De boodschap luidt dat de ontwikkeling van de zorgkosten, die jarenlang een ongeremde stijging kenden, nog een onzekere factor vormt. Dit en het volgende kabinet zullen daaraan blijvend aandacht moeten geven. En opnieuw de moed moeten opbrengen om maatregelen te nemen die zeker aanvankelijk slecht zullen vallen. Dus in grote lijnen voortgaan op de weg die de huidige bewindslieden voor Volksgezondheid en Welzijn, minister Schippers (VVD) en staatssecretaris Van Rijn (PvdA) al bewandelen.

Voor de rest moet een rapport dat de blik richt op een toekomst die deels nog zo ver weg is, vanzelfsprekend met diverse korrels zout worden genomen. Het klinkt interessant dat de staatsschuld rond 2080 kan zijn afgelost, dus, pakweg, nog 23.892 nachtjes slapen, niemand weet wat daarvan terecht zal komen. Het CPB is de eerste om dat te beamen. We zwijgen dus maar over economische crises, oorlogen en andere ontwikkelingen die van grote invloed kunnen zijn. Hetzelfde CPB wees jarenlang op de financiële gevolgen van de vergrijzing. Het stemt tevreden dat die waarschuwingen ten slotte niet zijn genegeerd, hoe zeer dat ook vanzelf hoort te spreken.