Vaste boekenprijs is er ook om de schrijver te laten bloeien

Aan een vaste, door de uitgever vast te stellen prijs voor het Nederlands- en Friestalige boek houdt het boekenvak zich al sinds 1923. Het doel is een veelzijdig aanbod van boeken te waarborgen, inclusief de minder verkopende literatuur die niettemin van belang is als Nederlands cultuurgoed. Een neveneffect is de bevordering van de zogeheten kleine boekhandel. In 2005 werd dit gentlemen’s agreement omgezet in een Wet op de vaste boekenprijs. Die wet was nodig, want verticale prijsbinding, het ondervangen van concurrentie, is geen ander bedrijf toegestaan. De protectie die de wet verschaft is beperkt: hij bevat de verplichting tot regelmatige evaluatie.

Nadat hij in 2010 gecontinueerd was, vroeg minister Bussemaker (Cultuur, PvdA) de Raad voor Cultuur (RvC) om advies voor de volgende termijn. Dat advies zou in mei komen, het is er vandaag pas – de vaste boekenprijs ligt ingewikkeld. De RvC geeft evenveel argumenten voor liquidatie als voor continuering. En concludeert, als hoeder van de Nederlandse cultuur, tot het laatste, met de opdracht tot evaluatie over vier jaar. En onder voorwaarden. Tot nu toe is de vaste boekenprijs gebaseerd op vermoedens. Maar: bevordert de verticale prijsbinding de literatuur werkelijk? Stort de boekenbranche in als supermarkten en warenhuizen bestsellers tegen bodemprijzen kunnen verkopen? Of wordt er dan vooral verkocht aan publiek dat anders nóóit een boek koopt? Of stranden in dat geval de ‘betere’ c.q. ‘kleine’ boekhandels op hun inspanningen voor kwaliteitsliteratuur?

Als munitie voor de volgende evaluatie wil de RvC dat alles nu helder krijgen via onafhankelijk empirisch onderzoek. Dat wordt moeilijk. Er zijn zaken die zich niet laten toetsen. Wat literatuur – ongrijpbaar als alle kunsten – is, laat zich niet definiëren. En juist dat begrip ligt aan de basis van al deze vragen.

Ook het belang van de consument, dat door zowel voor als tegenstanders van de vaste boekenprijs wordt ingezet als doorslaggevend, is een vlietend begrip. Bij alle idealisme betoont een uitgever als De Bezige Bij zich ook een concurrerende ondernemer: boekhandels wordt voor een bepaald contingent van zijn titels een lagere inkoopsprijs berekend in ruil voor prominente plekken in de winkel. Goed voor uitgever en winkel. De consument merkt er niets van, met dank aan de vaste boekenprijs. Hij merkt trouwens ook niet dat een ander, wellicht beter of succesvoller, boek dus níet voor het grijpen ligt.

De schrijver, om wie dit ook allemaal draait, blijft in de discussies zo goed als ongenoemd. Het merendeel schrijft geen bestsellers maar gaat door, voor de mensen die hen wél lezen. Dat is een kleine maar goede aanwijzing dat het beter is de wet voorlopig te handhaven.