Soccer is leuk én lucratief, ontdekken ook de Amerikanen

Wat gebeurde er in Amerika terwijl je sliep? Onze correspondenten praten je bij.

NRC schreef het al vóór het verlies tegen de Belgen: dit Amerikaanse vechtelftal kan het voetbal in de VS verheffen. Na het huzarenstukje van keeper Tim Howard zijn de 23 van Jürgen Klinsmann nationale helden geworden.

Een telefoontje van Barack Obama. Een Twitter-hashtag #ThingsTimHowardCouldSave. Een voortreffelijke ode van Juliet Macur. De echte minister van Defensie die oordeelt dat Howard – met zijn defensieve WK-record van zestien saves tegen België – inderdaad best minister van Defensie kan worden. De suggestie dat Howard op Mount Rushmore thuishoort.

Ja. Soccer  is doorgebroken.

Big business, bovendien. In de week van Independence Day op 4 juli is er veel aandacht voor de schitterende kijkcijfers. Tv-kijkers staan gelijk aan advertentiedollars en zulke dollars voeden de waarde van sportclubs.

Het WK trekt 10 miljoen tot 20 miljoen kijkers per USA-wedstrijd. De match tegen België werd door honderdduizenden mensen in rood-wit-blauwe shirts in sportstadions bekeken. De getallen zijn niet wat honkbal en American football trekken – nóg niet. Maar de groei gaat snel. NBC betaalde onlangs 250 miljoen dollar door de rechten op de Premier League, die hier goed wordt bekeken.

Bovendien winnen de negentien Major League Soccer (MLS) Clubs snel aan waarde. In 2008 waren ze gemiddeld 37 miljoen dollar waard. Eind vorig jaar was dat volgens Forbes 103 miljoen. De rijkste uitschieters zijn de Seattle Sounders (die geregeld meer toeschouwers trekken dan lokale American football-club Seahawks) en de LA Galaxy.

Kort na de publicatie van dat cijfer hebben de omroepen Fox, ESPN en het Spaanstalige Univision 720 miljoen betaald aan de MLS voor de tv-rechten tot 2021. Zoals gezegd: big business.

En de economie draait ook al zo lekker

De werkloosheid omlaag, de beurskoersen omhoog: het economische nieuws dat The Hill brengt is even goed als het zomerse weer in grote delen van de VS.

In juni zijn er boven verwachting 288 duizend arbeidsplaatsen bijgekomen, zodat het werkloosheidscijfer is gedaald naar 6,1 procent. Zo laag is het niet geweest sinds najaar 2008. Prompt steeg de maatgevende Dow Jones-index naar een nieuw record van 17 duizend, een grens die nooit eerder was doorbroken.

Uitgeversoorlog kent onverwachte winnaar

De online ‘alleswinkel’ Amazon en uitgever Hachette zijn in een slepende uitgeefvete verwikkeld. Tot nog toe lijkt het prijsdispuut over e-books nauwelijks winnaars te kennen. Maar de New York Times heeft het verrassende verhaal van een schrijfster die doorbreekt dankzij de ruzie die literair Amerika in zijn greep houdt.

Haar eigen uitgever (Hachette) verwachtte niet veel van de post-apocalyptische debuutroman California van Edan Lepucki. Kleine oplage, geen publiciteit. Maar toen wierp de populaire talkshowpresenator Stephen Colbert zich in de strijd. Hij zit zelf bij Hachette, en valt Amazon geregeld aan. Juist jonge auteurs zijn de pineut doordat Amazon zich als een bully, een pestkop opstelt, zei Colbert – en wees op het boek California in zijn hand.

Vervolgens raadde hij de roman aan op Twitter (6,6 miljoen volgers). Inmiddels zijn er van Lepucki’s boek 60 duizend exemplaren gedrukt. Dinsdag verschijnt het. En Colberts uitdaging aan zijn fans – koop het bij onafhankelijke boekhandels en zorg dat het een beststeller wordt – lijkt geslaagd te zijn.