Column

Schone en aardige jongens, met subtekst

Marcel Kittel in ‘Nieuwe Helden’ (2DOC, NTR).

Wat wielrennen tot de interessantste sport maakt, ook op televisie, is dat je altijd een subtekst kunt vermoeden. Het gaat nooit zomaar om wie het snelst of het sterkst is, maar in minstens zo hoge mate om slimheid en handigheid, ook in de omgang met de concurrenten.

Je ziet dat het mooist in een scène van de documentaire Nieuwe Helden: In het Hart van de Tour (2DOC, NTR), die regisseur Dirk Jan Roeleven in zijn Gesprek aan de Keukentafel (NPODoc, VPRO), over de totstandkoming van deze productie, er ook als essentie uit licht. Eerst de context.

De jonge Duitse sprinter Marcel Kittel was vorig jaar met zijn vier etappezeges de grote verrassing van de Ronde van Frankrijk. Hij ontpopt zich ook tot de natuurlijke leider van de Argos-Shimanoploeg, en dus ook als de vedette van de documentaire over deze 'schone' Nederlandse wielerploeg, die na het afhaken van de hoofdsponsor in de Tour van dit jaar Giant-Shimano heet.

Ondanks het succes is er onrust, omdat ploegmaat Tom Veelers door Kittels grootste concurrent Mark Cavendish in een sprint tegen het asfalt is gezwiept en hij veel last heeft van zijn verwondingen. Uiteindelijk zal Veelers ook voortijdig moeten afstappen: de door cameraman Rob Hodselmans schitterend gedraaide beelden geven ons ongekend inzicht in dramatische details van een opgave in de Tour.

Cavendish zegt niet opzettelijk te hebben gehandeld, maar biedt op Twitter en telefonisch excuses aan. Veelers vindt dat niet genoeg en wil dat ‘Cav’ persoonlijk langs komt. De ploeg, inclusief Kittel, staat als één man achter Veelers, tot dat ene groepsgesprek, waarin Kittel zijn ploegmaat adviseert diens wrok in te slikken. De subtekst: oorlog tussen de twee beste sprinters is in geen van beider belang, dus moet een knecht niet blijven zeuren.

De bedoeling van de film was om te laten zien dat in het nieuwe wielrennen aardige, open jongens zonder doping rijden. De in krom managementsjargon gestelde openingstekst van de film suggereert zoiets: „Centraal staat veranderingen teweeg te brengen in een vastgelopen sport.” Toch gaat Roelevens film daar niet echt over. Wel zie je dat na een tijdje alle renners zo uitgeput zijn dat je de verleiding om iets te pakken goed kunt navoelen. Ook wordt er onhandig met voedselsupplementen en cafeïnepillen geprutst, en verlaat ploegleider Rudi Kemna zomaar midden in de Tour zijn team om naar een trainingskamp met andere renners te vertrekken. Daar had ik wel iets meer vragen over willen zien stellen.

Roeleven vertelt aan die keukentafel aan Chris Kijne dat hij wel twintig uur interviewmateriaal, ook met Kemna, heeft moeten weggooien. De film ging door het succes van Kittel en het drama van Veelers een onverwachte kant op, en de versie van bijna drie uur vond geen genade bij netmanager en producent.

Toch had ik die gesprekken minstens zo interessant gevonden als het verloop van de competitie, die we allang kennen. Desondanks had ik de film niet willen missen. En voor wie denkt dat vrouwen en homo’s niet graag naar wielrennen kijken: die Kittel met zijn opvallende kapsel en trouwe hondenogen is bijna een Playmate.