Oranje goes Rutte: geen naïeve dwaas meer op voetbalveld

Mooi voetbal is voor losers. We willen nu de punten. Het is lekker juichen zonder het juk van ‘beter’ te willen zijn, meent Auke Kok.

illustratie angel boligan

Op de een of andere manier kunnen volkssporten vaak diepliggende sentimenten in een land uitdrukken. Keer op keer weten sporters — in Amerika honkballers of basketballers, bij ons wielrenners en vaker nog voetballers — de verschuivende panelen van het volksgemoed zichtbaar te maken. Want natuurlijk kan het toeval zijn dat Nederland juist in dit voorjaar is afgestapt van de aloude, moreel superieur geachte 4-3-3 tactiek. Dat zal de toekomst leren. Maar opvallend is in ieder geval de toon waarop de nieuwe lijn is besproken: die lijkt verrassend veel op die in de politieke arena inzake de nieuwe koers in Europa. In beide gevallen is gewezen op het gevaar dat Nederland zijn reputatie te grabbel zou gooien door het eigenbelang zo schaamteloos voor het algemeen belang te stellen. Nederland heeft toch zeker een missie in deze wereld?

Opvallend is dat het volk in beide gevallen achter de wijziging lijkt te staan: geen Gekke Henkie meer in Brussel, geen naïeve dwaas meer op het voetbalveld. Net goed.

Nu Oranje met een on-Hollandse, extreem verdedigende tactiek succesvol is op het WK in Brazilië, is de opluchting bijna voelbaar. Eindelijk gaat alle energie naar het verslaan van de tegenstander en niet óók nog naar het goede voorbeeld willen geven met mooi ‘positiespel’. Het goede voorbeeld is voor losers, kom op met die punten.

Juist nu het WK zich presenteert als een vehikel voor ‘positief’, dus aanvallend voetbal, is het vanouds moreel juiste, aanvallende Nederland het lelijk eendje met ‘negatief’ countervoetbal. Wie had dat gedacht? Maar ja, wie had ooit gedacht dat Nederlandse politici nog eens voorop zouden lopen aangaande Euroscepsis en streng asielbeleid?

De nieuwe tactiek van Oranje is op haast religieuze wijze becommentarieerd, alsof het anders groeperen van elf voetballers op een hectometer gras veel meer is dan een simpele manier om de winstkansen te vergroten. 5-3-2: kon dat wel, zomaar een verdediger extra opstellen en een aanvaller minder? Sterker, mocht dat eigenlijk wel?

Het is een paradoxale toestand en niemand verbeeldt die zo goed als voetbaltrainer Louis van Gaal. Na een decennialange rol als voetbalmoralist zat de 62-jarige coach er ineens sprakeloos bij op een persconferentie in Brazilië. Hij werd geconfronteerd met kritiek van internationaal hoog aangeschreven trainers, die het Nieuwe Nederland maar niets vinden. Geheel tegen zijn gewoonte in las Van Gaal de journalist die hem dit voorhield niet de les. Logisch, er was geen les.

Preken deed Van Gaal vijf jaar geleden nog in zijn biografie. Winnen is leuk, liet hij optekenen, maar misschien is ‘aanvallend, aantrekkelijk spelen’ wel veel belangrijker. Voor de enige keer dat Nederland goud won, in 1988, had Van Gaal ‘geen waardering’: het speelde toen op het EK met ‘slechts twee spitsen’. Net als nu dus. Vandaar de beteuterd-defensieve houding van de coach op die persconferentie. Voor een bijtend ‘Ben ik nou zo slim, of ben jij nou zo dom?’ ontbrak de morele superioriteit. De bondscoach volstond met een mompelend ‘dat zegt meer iets over hem’ en weigerde verder op de argumenten in te gaan — de houding van de underdog.

Aan het blijmoedige realisme van Mark Rutte is Van Gaal nog niet toe, maar dat komt vast nog wel. Het is even wennen.

Wel wees de bondscoach op de miljoenen liefhebbers die achter hem staan en daar kon je hem geen ongelijk in geven.

In het verlangen naar een sterke man kan ‘Van Geniaal’ momenteel geen kwaad doen in het land. De leider zorgt voor eendracht en voor een geweldige sfeer en die maken dat iedereen alles geeft voor een goed resultaat. Het spel mag dan weinig fantasievol zijn, soms zelfs armoedig, het is effectief en de uitstraling van het elftal is aanstekelijk – hartverwarmend zelfs.

Gedoe met ego’s heeft plaatsgemaakt voor zelfopoffering en saamhorigheid. Het moment waarop aanvaller Arjen Robben zijn gekwelde teamgenoot Klaas-Jan Huntelaar een penalty liet nemen is inmiddels al vaker vertoond en besproken dan menig WK-doelpunt. Vriendschap en bescheidenheid is wat de mensen in 2014 willen zien. Liever ‘allen voor één’ dan zogenaamd sterke karakters en ‘individuele kwaliteiten’ en ‘balbezit’. Protagonist van het laatste, de al haast vergeten Johan Cruijff, pruttelt nog wat machteloze terzijdes in zijn Telegraafcolumn over de Nederlandse voetbalcultuur.

Cruijffs mening doet er eventjes helemaal niet toe, nu de natie als één man voor goud gaat. Oudgedienden als Co Adriaanse en Jan Mulder, die blijven roepen om het ooit zo heilige 4-3-3, worden weggezet als op z’n best amusante narren.

De roep om resultaat is algemeen. Dat zie je in politiek Den Haag, aan de uiterst pragmatische afspraken met oppositiepartijen (het 5-3-2 van Mark Rutte) en aan de ministers die als een homogeen team opereren onder een premier zonder merkbare ideologie: Rutte’s resultaatvoetbal. De premier en Van Gaal boeken overwinningen zonder de morele last van het opgeheven vingertje. Met soms lelijke methoden worden mooie scores gerealiseerd en dat is precies wat het volk lijkt te willen. In voetbaltermen: de Schwalbe waarmee Robben ‘ons’ afgelopen week aan een penalty en daarmee aan een plek in de kwartfinales hielp, was een verre echo van de fopduik van Bernd Hölzenbein in de WK-finale van 1974. Tientallen jaren lang zijn Nederlanders boos geweest op Hölzenbein en zijn immorele, ‘typisch Duitse’ actie in het Nederlandse strafschopgebied. Nu heeft Holland zelf succes met immorele handelingen en niemand maakt het iets uit. Zonder het juk van ‘beter’ te willen zijn is het lekker juichen. En geef nou maar toe, dat is best bevrijdend.