Op de fiets?  I’d rather not, darling

De Tour de France begint zaterdag in Engeland. De Britten zelf fietsen amper. Britse wielrensuccessen veranderden daar weinig aan. Fietsen jarenlang als prioriteit bestempelen werkt wel, zoals in Bristol. En goed naar Nederland kijken.

De burgemeester van Londen, Boris Johnson, wil meer inwoners op de fiets krijgen. Maar fietsers voelen zich niet veilig genoeg in het Londense verkeer. Foto ANP

Burgemeester George Ferguson komt hard aangefietst. Niemand kijkt er in Bristol van op. De stad in het zuiden van Engeland heeft fietspaden, fietsbewegwijzering en tijdens de avondspits is het er bijna net zo druk met fietsers als in een willekeurige Nederlandse stad. „Het is suf om voor een klein eindje de auto te pakken”, zegt Ferguson, terwijl hij zijn fiets in zijn eigen fietsenrek voor het stadhuis zet.

Steden als Bristol, Londen, Cambridge en Derby zijn een uitzondering, elders in het Verenigd Koninkrijk bleef het aantal fietsforenzen het afgelopen decennium op hetzelfde lage niveau: 2,8 procent. Slechts 2 procent van de ritjes onder de drie kilometer wordt per fiets afgelegd. Van het voorspelde Wiggins-effect onder de bevolking – waar de regering zo op had gehoopt na de olympische en Tour-successen van onder anderen Bradley Wiggins – is nauwelijks sprake.

Aan goede wil ontbreekt het niet. De lijst fietsfestivals, fietsonderzoeken en fietsaanbevelingen van de afgelopen jaren is indrukwekkend. Een kleine greep: Bike Week, Big Pedal, Bike 2 Work, The Summer of Cycling, Time to Choose Cycling, Get Britain Cycling.

„Als praten de oplossing zou zijn, zouden we de omslag naar een fietsland al hebben gemaakt”, zegt Phillip Darnton, de enthousiaste directeur van de Bicycle Association (lobbygroep van fietsfabrikanten, -winkels, -organisaties en -clubs). Hij is oud-directeur van fietsfabrikant Raleigh. Darnton, en eigenlijk iedereen die iets met fietsen te maken heeft, weet precies wat eraan schort: een langetermijnvisie met bijbehorend overheidsbudget. Het doel dat in 2025 10 procent van alle ritten op de fiets wordt gemaakt, is door Lagerhuisleden geformuleerd. Maar het mist de steun van de regering.

Het moet veiliger

„We hebben zo’n soort moment nodig zoals er in de jaren 70 in Nederland was, waarbij een strategisch besluit werd genomen over het soort land waarin we willen wonen. Dat kan alleen komen van de premier.” Nu ligt het aan een gemeente – en vaak aan een enthousiaste fietsende burgemeester zoals in Bristol, Londen en Nottingham – of er wordt geïnvesteerd in infrastructuur.

Investeringen zijn nodig. Voor de aanleg van fietspaden, zones waar gemotoriseerd verkeer slechts twintig mijl (32 km per uur) mag rijden en veilige oversteekplekken.

Want dat zeggen de verschillende organisaties ook allemaal: er is met de huidige infrastructuur een grens bereikt aan wie zij op de fiets kunnen krijgen. Nu zijn dat, chargeert Darnton, „jonge, door testosteron gedreven mannen die meer dan gemiddeld verdienen, in lycra”. „Tweederde van de bevolking zegt meer te willen fietsen, maar dan moet het wel veiliger worden”, zegt Martin Key van British Cycling, de Britse wielrenbond.

In Bristol is dat gelukt. De gemeente investeerde tussen 2008 en 2011 23,6 miljoen pond (29,5 miljoen euro) in een betere fietsinfrastructuur en heeft voor de komende vijf jaar nog eens 11 miljoen pond opzij gelegd. Daardoor verdubbelde het aantal fietsers en steeg het aantal fietsforenzen in het afgelopen decennium met 94 procent, na Londen de grootste stijging. Trots vertelt burgemeester Ferguson dat er langs een drukke weg bij de rivier Avon net een ‘Dutch-style’ fietspad is aangelegd, het eerste stuk van een van het autoverkeer afgescheiden fietsroute van 160 kilometer. „Iedereen van acht tot tachtig moet hier het gevoel hebben dat ze kunnen en durven fietsen.”

Het grote verschil met Londen

Dat is een van de opvallende verschillen met Londen: in Bristol voel je je als fietser veiliger. Er wordt minder gejakkerd dan in de hoofdstad, fietsers dragen geen lycrapakjes en nauwelijks fluorescerende hesjes, maar veelal hun gewone kleren (met helm), en doen boodschappen met de fiets. Ferguson: „We staan hier op een kruispunt: in Bristol leert men de openbare weg te delen.”

„In Bristol zie je wat er gebeurt als je fietsen jarenlang tot prioriteit bestempelt”, zegt Martin Key van British Cycling. „De stad wordt een veilige fietshaven, op z’n Nederlands.” Key kijkt toch ook uit naar de komende dagen: „Met drie dagen Tour de France in Engeland zal de aandacht weer uitgaan naar fietsen.” Optimistisch zegt hij: „En als iemand eenmaal fietst, dan blijft hij fietsen.”